Decimale

Decimale
1 / 108
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenISK

In deze les zitten 108 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Decimale

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Welke van deze getallen is decimaal?
A
0
B
0,1
C
20
D
1,5

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

1,9+7,8=

Slide 6 - Open vraag

12,7 + 1,849 =

Slide 7 - Open vraag

53,1291 + 1,8 =

Slide 8 - Open vraag

126,1 + 0,947=

Slide 9 - Open vraag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

9,7 – 2,76 =
A
6,84
B
6,94
C
6,9
D
5,9

Slide 14 - Quizvraag

16,9 – 0,12 =

Slide 15 - Open vraag

7 - 2,8 =

Slide 16 - Open vraag

9,12-9,11 =

Slide 17 - Open vraag

0,455 - 0,05 =

Slide 18 - Open vraag


Slide 19 - Open vraag

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide


Slide 23 - Open vraag


Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Tekstslide

3,71 x 10 =

Slide 26 - Open vraag

2,6 x 100 =

Slide 27 - Open vraag

0,5 x 100 =

Slide 28 - Open vraag

0,28 x 1000 =

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

5,6 : 10 =

Slide 32 - Open vraag

0,7 : 100 =

Slide 33 - Open vraag

8 : 1000 =

Slide 34 - Open vraag

7,2 : 100=







7,2 : 100 =

Slide 35 - Open vraag

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

8 x 0.4 =

Slide 39 - Open vraag

5 x 0,03 =

Slide 40 - Open vraag

9 x 0.1 =

Slide 41 - Open vraag

10 x 0,10 =

Slide 42 - Open vraag

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

3 x 1,5

Slide 46 - Open vraag

2,5 x 6

Slide 47 - Open vraag

2,3 x 4

Slide 48 - Open vraag

1,2 x 4,7

Slide 49 - Open vraag

3,1 x 4,0

Slide 50 - Open vraag

2,5 x 5,4 =

Slide 51 - Open vraag

15,4 x 2,9

Slide 52 - Open vraag

5,6 x 8,13

Slide 53 - Open vraag

Slide 54 - Tekstslide

Slide 55 - Tekstslide

Slide 56 - Tekstslide

75 : 0,5 =

Slide 57 - Open vraag

1,2 : 0,2 =

Slide 58 - Open vraag

19,6 : 0,2 =

Slide 59 - Open vraag

6,75 : 0,75 =

Slide 60 - Open vraag

23 : 0,2 =

Slide 61 - Open vraag

0,986 : 0=

Slide 62 - Open vraag

0 : 2,931

Slide 63 - Open vraag

0,175 : 0,35

Slide 64 - Open vraag

22,25 : 2,5 =

Slide 65 - Open vraag

Slide 66 - Tekstslide

Slide 67 - Tekstslide

Slide 68 - Video

Slide 69 - Tekstslide

Rond af op één decimaal:
5,27
A
5,2
B
5,3
C
5,8
D
5

Slide 70 - Quizvraag

Rond af op één decimaal:
8,64

Slide 71 - Open vraag

Rond af op één decimaal:
12,58

Slide 72 - Open vraag

Rond af op twee decimalen:
3,146

Slide 73 - Open vraag

Rond af op twee decimalen:
14,998

Slide 74 - Open vraag

Rond af op hele getallen:
9,3

Slide 75 - Open vraag

Slide 76 - Tekstslide

Slide 77 - Tekstslide

 Je kunt decimale getallen met elkaar vergelijken, ze ordenen en ze op een getallenlijn plaatsen. 

Slide 78 - Tekstslide

3,459 .... 3,5
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 79 - Quizvraag

12,345 ..... 12,34
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 80 - Quizvraag

0,6 ..... 0,60
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 81 - Quizvraag

0,1234 ...... 0,1235
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 82 - Quizvraag

9,999 ..... 10,0
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 83 - Quizvraag

6,25 ...... 6,250
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 84 - Quizvraag

3,4589 .... 3,501
A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 85 - Quizvraag

Welke is het grootst?
a) 7,001 b) 7,010 c) 7,009 d) 7,000

Slide 86 - Open vraag

Welke is het grootst?
a) 4,567 b) 4,576 c) 4,568 d) 4,565

Slide 87 - Open vraag

Slide 88 - Tekstslide

Slide 89 - Tekstslide

 Je kunt decimale getallen vergelijken met breuken

Slide 90 - Tekstslide




A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 91 - Quizvraag


A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 92 - Quizvraag


A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 93 - Quizvraag


A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 94 - Quizvraag


A
<
B
>
C
=
D
Ik weet het niet

Slide 95 - Quizvraag

Slide 96 - Tekstslide

Slide 97 - Tekstslide

Appels kosten €2,50 per kilo. Anna koopt 9 kilo. Hoeveel euro betaalt Anna?

Slide 98 - Open vraag

Melk kost €1,75 per liter. Als je 3 liter koopt, hoeveel betaal je in totaal?

Slide 99 - Open vraag

Rijst kost €4,20 per zak van 2 kg. Hoeveel kost 6 kg rijst?

Slide 100 - Open vraag

Kaas kost €8,95 per kilo. Hoeveel betaal je voor 2,3 kilo kaas?

Slide 101 - Open vraag

Chocolade kost €1,20 per reep. Je koopt 5 repen en krijgt €0,50 korting. Hoeveel moet je betalen?

Slide 102 - Open vraag

Benzine kost €1,85 per liter. Je tankt 35,6 liter. Hoeveel moet je betalen?

Slide 103 - Open vraag

Vlees kost €12,60 per kilo. Hoeveel kost 4,5 kilo vlees?

Slide 104 - Open vraag

Sinaasappelsap kost €2,40 per fles van 1,5 liter. Hoeveel kost 4,5 liter sap?

Slide 105 - Open vraag

Een brood kost €2,80. Je koopt 3 broden en betaalt met een briefje van €10. Hoeveel krijg je terug?

Slide 106 - Open vraag

Geef aan hoe goed je dit snapt
😒🙁😐🙂😃

Slide 107 - Poll

Hoe vond je de les eruit zien? Geef hier een cijfer voor van 1 tot 10
010

Slide 108 - Poll