In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
- De schrijver wil bij de lezer iets bereiken, daarom heeft een tekst een DOEL
DOEL:
Informeren
De schrijver wil dat je iets te weten komt
DOEL:
Overtuigen
De schrijver wil zijn mening geven
DOEL:
Activeren/overhalen
De schrijver wil dat je iets gaat doen
DOEL:
Instrueren
De schrijver wil uitleggen hoe je iets moet doen
DOEL:
Amuseren
De schrijver wil je vermaken
- Om het DOEL van een tekst te kunnen bereiken, moet de schrijver rekening houden met zijn PUBLIEK
Voor welk publiek een tekst bedoeld is,
zie je aan:
- het onderwerp
- het taalgebruik
- de bron
Teksten zonder mening
- Informatieve tekst: informatie geven
- Instructieve tekst: hoe moet je een instructie gebruiken?
Teksten met een mening
- Betogende tekst: overtuigen
- Beschouwende tekst: aan het denken zetten over een bepaalde kwestie, verschillende kanten worden belicht
Met een betoog wil iemand het publiek overtuigen van zijn/mening in een vorm van een standpunt.
Zijn mening wordt onderbouwd met argumenten (redenen). Deze argumenten worden weer ondersteund met uitleg of voorbeelden. Een betoog wordt sterker als er tegenargumenten worden weerlegd. Aan het eind van een betoog worden de argumenten kort samengevat en het standpunt herhaald.
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.