Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
10.1 start U4 - Le verbe aller (et être)
Le programme:
1. start nieuwe Unité met vlog
2. uitspraak woordjes
3. "aller" in schrift
1 / 30
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
In deze les zitten
30 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
15 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Le programme:
1. start nieuwe Unité met vlog
2. uitspraak woordjes
3. "aller" in schrift
Slide 1 - Tekstslide
semaine 10 cours 1
1.Quel est le jour et la date
2.Quel temps fait-il?
3. Quel heure est-il?
Slide 2 - Tekstslide
Le verbe aller
Slide 3 - Tekstslide
Wat betekent het werkwoord aller?
Slide 4 - Open vraag
je vais
tu vas
il va
elle va
on va
nous allons
vous allez
ils vont (m)
elles vont (v)
ik ga
jij gaat
hij gaat
zij gaat
wij gaan, men gaat
wij gaan
jullie gaan, u gaat
zij gaan (m)
zij gaan (v)
Slide 5 - Tekstslide
Kies de juiste vorm:
Je ___ à l'école.
A
vais
B
vas
C
va
D
vont
Slide 6 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
Nous ___ au cinéma.
A
vas
B
va
C
allons
D
allez
Slide 7 - Quizvraag
Kies de juiste vorm:
Il ___ au restaurant.
A
vais
B
vas
C
va
D
vont
Slide 8 - Quizvraag
Vul nu zelf de juiste vorm in:
(Jij gaat) ___ souvent à Paris?
Slide 9 - Open vraag
Vul nu zelf de juiste vorm in:
(Léa gaat) ___ faire du shopping.
Slide 10 - Open vraag
Vul nu zelf de juiste vorm in:
(Luc en Julie gaan) ___ au concert de Stromae.
Slide 11 - Open vraag
Vul nu zelf de juiste vorm in:
(U gaat) ___ regarder le film?
Slide 12 - Open vraag
je suis =
A
jij bent
B
u bent
C
ik ben
D
men is
Slide 13 - Quizvraag
nous sommes =
A
jullie zijn
B
wij zijn
C
men is
D
zij is
Slide 14 - Quizvraag
elle est =
A
zij is
B
hij is
C
jij bent
D
u bent
Slide 15 - Quizvraag
vous êtes
A
jullie zijn
B
zij zijn
C
wij zijn
D
men is
Slide 16 - Quizvraag
ik ben =
A
je suis
B
on est
C
ils sont
D
jij bent
Slide 17 - Quizvraag
zij is =
A
elles sont
B
elle est
C
elle es
D
tu es
Slide 18 - Quizvraag
jullie zijn =
A
ils sont
B
nous sommes
C
on est
D
vous êtes
Slide 19 - Quizvraag
jij bent =
A
je suis
B
il est
C
tu es
D
tu est
Slide 20 - Quizvraag
zij zijn =
A
elle sont
B
ils sont
C
nous sommes
D
il sont
Slide 21 - Quizvraag
wij zijn =
A
vous êtes
B
ils sont
C
nous sommes
D
on es
Slide 22 - Quizvraag
Ah, (jij bent) l'ami de Nathan!
Slide 23 - Open vraag
Yvonne? (Zij is) intelligente
Slide 24 - Open vraag
(U bent) monsieur Legrand
Slide 25 - Open vraag
(Jullie zijn) dans le restaurant ?
Slide 26 - Open vraag
suis
es
est
sommes
êtes
sont
je
tu
il
elle
on
nous
vous
ils
elles
Slide 27 - Sleepvraag
être
timer
1:30
il/elle/on
nous
vous
ils/elles
tu
je/j'
sont
suis
sommes
êtes
est
es
Slide 28 - Sleepvraag
Maak 6 zinnen met iedere keer een andere
vorm
van
'être". Voorbeeld :
Paul
est
en vavances.
Schrijf de zinnen op in je schrift
Zet boven oefening :
Zinnen met
vormen van
"être".
Slide 29 - Tekstslide
C'est fini!
Slide 30 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
CHAPITRE 6_2
April 2021
- Les met
35 slides
Frans
Middelbare school
vmbo t, mavo
Leerjaar 3
1tvm - 9 mars 2021
March 2021
- Les met
17 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Le passe compose avec ETRE
13 days ago
- Les met
29 slides
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
Le passe compose avec ETRE
January 2025
- Les met
29 slides
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
Le verbe aller
February 2025
- Les met
11 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
Le passe compose avec ETRE
10 days ago
- Les met
29 slides
Frans
Middelbare school
havo, vwo
Leerjaar 3
4 - Le verbe aller
April 2022
- Les met
11 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1
U6 être et avoir
June 2023
- Les met
27 slides
Frans
Middelbare school
mavo, havo, vwo
Leerjaar 1