25-1-2025: grammatica

Aan het eind van deze week:
- Kun je het werkwoord herkennen;
- kan je de persoonsvorm en zinsdelen van een zin vinden; 
- weet je hoe je het onderwerp in een zin kunt vinden;
- kun je het werkwoordelijk gezegde van een zin vinden. 

Open je boek op blz. 210 en 211

Vandaag: theorie en geen PO!
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Aan het eind van deze week:
- Kun je het werkwoord herkennen;
- kan je de persoonsvorm en zinsdelen van een zin vinden; 
- weet je hoe je het onderwerp in een zin kunt vinden;
- kun je het werkwoordelijk gezegde van een zin vinden. 

Open je boek op blz. 210 en 211

Vandaag: theorie en geen PO!

Slide 1 - Tekstslide

Eerst
Mentorenquête

Slide 2 - Tekstslide

ZINSDELEN

werkwoordelijk gezegde



Alle werkwoorden in een zin die samen iets over het onderwerp zeggen, noem je het werkwoordelijk gezegde (wg).



Slide 3 - Tekstslide

ZINSDELEN

werkwoordelijk gezegde



Soms is het werkwoordelijk gezegde maar één werkwoord 

(de persoonsvorm), soms zijn het er meer. Bijvoorbeeld:


- Leonie kijkt naar buiten.

- Leonie heeft naar buiten gekeken

- Leonie wil graag naar buiten kijken.


Slide 4 - Tekstslide

ZINSDELEN

werkwoordelijk gezegde



De persoonsvorm is altijd onderdeel van het 
werkwoordelijk gezegde.

werkwoordelijk gezegde =
persoonsvorm + alle andere werkwoorden

Slide 5 - Tekstslide

OPDRACHT
In de volgende zinnen bestaat het werkwoordelijk gezegde uit één woord ( de persoonsvorm).

Noteer steeds het werkwoordelijk gezegde.

Slide 6 - Tekstslide

De zus van Dick vertrekt naar het buitenland.

Slide 7 - Open vraag

Aan de wand hangen een paar posters.

Slide 8 - Open vraag

Gjalt stuurt Boris een mailtje.

Slide 9 - Open vraag

In dat huis wonen nieuwe mensen.

Slide 10 - Open vraag

De boot naar Vlieland komt zo.

Slide 11 - Open vraag

OPDRACHT
In de volgende zinnen bestaat het werkwoordelijk gezegde 
uit meerdere woorden 
(de persoonsvorm + alle andere werkwoorden).

Noteer steeds het werkwoordelijk gezegde.
Zet de persoonsvorm steeds voorop!

Slide 12 - Tekstslide

In het Guinness Book of Records zijn vreemde records opgeschreven.

Slide 13 - Open vraag

Een man kan bijvoorbeeld 121 T-shirts over elkaar aantrekken.

Slide 14 - Open vraag

De familie Yang heeft een enorme zeepbel geproduceerd.

Slide 15 - Open vraag

Een vrouw heeft 30 jaar haar nagels laten groeien.

Slide 16 - Open vraag

Een jongen kan ballonnen opblazen met zijn neus.

Slide 17 - Open vraag

Zou jij ook met een records in het Guinness Book of records willen staan?

Slide 18 - Open vraag

Scheidbare/splitsbare werkwoorden
Ik pas elke week op mijn nichtje. 
Zet jij vanmiddag de tent weer op? 
Door mijn buikgriep viel ik in een week drie kilo af. 
Ik blijf aankomende vrijdag om drie uur na bij de docent Nederlands. 

Slide 19 - Tekstslide

Aan de slag!
Grammatica zinsdelen paragraaf 6: Werkwoordelijk gezegde
bladzijde 210 en 211
Opdracht 1 t/m 5

Slide 20 - Tekstslide

Weet je nu:
- Hoe je een werkwoord kunt herkennen?
- Hoe je de persoonsvorm in een zin kunt vinden en zinsdelen kunt vinden?
- Hoe je het onderwerp van een zin kunt vinden? 
- Hoe je het werkwoordelijk gezegde in een zin kunt vinden? 










Huiswerk: 
Grammatica zinsdelen paragraaf 6: Werkwoordelijk gezegde
bladzijde 210 en 211
  • Opdracht 1 t/m 5

Schrijf op in je agenda!

Slide 21 - Tekstslide