Big challenge, reading and possessives

Big challenge, reading and possessive forms. 
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Big challenge, reading and possessive forms. 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

The Big Challenge 
- Ready? Laptop op? Headphones at the ready? 
- In the lesson in Magister, you will find the link to the contest. Go to the contest page.
- Enter your country (Netherlands), province (Noord-Brabant) city (Helmond) and school (you know that one) 
- The Big Challenge Code you need: 2220R 
- You can choose to watch the tutorial, or go straight to the contest. 
- Enter the rest of the details which are asked for. Need help? Let me know! 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ready with the contest? 
- Close your notebook and put it away so I can see you're done with the contest 
- Turn to page 66 and do exercise 18, 19 and 21. 
- As soon as the last person is done with the contest, we will take a look at a new grammar topic together. You will get to finish 18, 19 and 21 as homework. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Possessives
Bezitsvorm

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de possessive s?
De possessive s is een grammaticale constructie in het Engels die aangeeft dat iets toebehoort aan iemand of iets anders. Bijvoorbeeld:
John's car.

Slide 5 - Tekstslide

Introduceer de term 'possessive s' en geef een voorbeeld.
Bezit van enkelvoudige zelfstandige naamwoorden
Als het zelfstandig naamwoord enkelvoudig is, voeg je 's toe aan het einde van het woord.
Bijvoorbeeld: my sister's car.
Sarah's bike 
James's book

Slide 6 - Tekstslide

Leg uit hoe de possessive s werkt bij enkelvoudige zelfstandige naamwoorden.
Bezit van regelmatige zelfstandige naamwoorden in het meervoud, eindigend op s
Als het zelfstandig naamwoord meervoudig is en op een s eindigt, voeg je alleen een apostrof toe na de laatste letter van het woord. Bijvoorbeeld: the teachers' room.

Let op het verschil: 
The teacher's room: one teacher, one room
The teachers' room: more teachers, one room. 

Slide 7 - Tekstslide

Leg uit hoe de possessive s werkt bij meervoudige zelfstandige naamwoorden.
Bezit van onregelmatige zelfstandige naamwoorden
Sommige zelfstandige naamwoorden hebben een onregelmatige vorm in de possessive s. Die eindigt dan niet op een s. Dan gebruik je weer de basisregel en zet er 's achter. 
Bijvoorbeeld:
the children's toys.
the men's dressing room 

Slide 8 - Tekstslide

Leg uit dat sommige zelfstandige naamwoorden een onregelmatige vorm hebben in de possessive s en geef voorbeelden.
's bij de woorden yesterday, tomorrow, week, day, night, month, year 
Yesterday's newspaper
Tomorrow's weather
Last month's profit 
Next week's schedule 
Last night's party
This year's lessons 

Slide 9 - Tekstslide

Leg uit dat sommige zelfstandige naamwoorden een onregelmatige vorm hebben in de possessive s en geef voorbeelden.
's en ' / of 
Om bezit aan te geven bij personen, dieren, landen en organisaties gebruik je 's en '

Bij alle andere dingen, dus huizen, steden, bergen, auto's, straten, spullen etc. gebruik je .. of 
Bijvoorbeeld:   the roof of the house. 

LET OP: bij 's en ' staat wie iets bezit VOORAAN. Bij of staat dit ACHTERAAN 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenvatting
Wie heeft iets? 
Wat gebruik ik? 
Voorbeeld 
Eén persoon, land, dier, organisatie. 
's 
My best friend's cat
My cat's best friend 
Meerdere personen, landen, dieren, organisaties, meervoud eindigt op s
The dogs' food 
My sisters' dresses 
Meerdere personen etc.; meervoud eindigt niet op s
's 
The sheep's feet
The women's tournament
Dingen, enkelvoud en meervoud 
of 
The roof of the house
The prices of tickets 

Slide 11 - Tekstslide

Vat de belangrijkste punten van de les samen.
Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

These are the ________ (boy – pencils).
A
boys’s pencils
B
boys’ pencils
C
pencils of the boys
D
boy's pencils

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

________ (England - capital).
A
England's capital
B
England' capital
C
The capital of England
D
Englands's capital

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

________ (John – sister) is twelve years old.
A
John’s sister
B
John’ sister
C
sister of John

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies



Which possessive is correct?
A
The trees leaves
B
The tree's leaves
C
The trees' leaves
D
The leaves of the trees

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Did you read that article in .............
A
yesterday's newspaper
B
yesterday newspaper
C
the newspaper of yesterday

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

The ________ (children – room) is upstairs.
A
children’s room
B
children’ room
C
room of the children

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

My ________ (parents – car) was not expensive.
A
parents’s car
B
parents’ car
C
car of my parents

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

Let’s go to your ________ (friends – house)!
A
friends’s house
B
friends’ house
C
house of your friends

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

This is ________ (Peter – book).
A
Peter’s
B
Peter’
C
the book of Peter

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I'm really looking forward to.....
A
tomorrows party
B
tomorrow's party
C
tomorrow' party
D
the party of tomorrow

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste possessive? ('s, ', of)

This is the ________ (boy – bike)
A
boy’s bike
B
boy’ bike
C
bike of the boy

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I kicked my ball on the .....
A
garage's roof
B
roof of the garage
C
garages roof

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Write down the possessive with ‘s or ‘.
5. Where is the ladies... shower? .
A
’s
B
'

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Write down the possessive with ‘s or ‘.
6. My cousin... dad is my uncle.
A
’s
B
'

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Write down the possessive with ‘s or ‘.
7. Did you read yesterday... newspaper?
A
’s
B
'

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which possessive is
CORRECT?
A
The tables' legs.
B
The legs of the table.
C
The legs' table.
D
The table's legs.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which "Possessive" is CORRECT?
A
New York's streets
B
New York its streets
C
New Yorks' streets
D
The streets of New York

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik snap de possessive nu voor ........ %
0100

Slide 29 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Write down the homework
DO: 
Exercise 18, 19, 21, 30, 31 

STUDY:
Words of C: Reading on page 97 



Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies