herhaling water H3

Laatste oefening voor de toets
woensdag
   11-mei
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Laatste oefening voor de toets
woensdag
   11-mei

Slide 1 - Tekstslide

Aan het eind van de les...
Heb je jouw grootste verbeterpunt gevonden
Weet je wat voor vragen je woensdag kan verwachten
Weet je precies wat je nog moet leren

Slide 2 - Tekstslide

a: rijpen                  c: condenseren
b: verdampen      d: bevriezen / stollen

Slide 3 - Tekstslide

Als het water kookt en er voldoende 
warmte aan wordt toegevoegd, blijft 
het continu op de kooktemperatuur
Dit is 100 °C. Wat er wel gebeurt als je 
het vuur hoger draait is dat de 
verdamping sneller plaatsvindt. Alle energie die je in het water stopt gaat in de verdamping zitten. 

Slide 4 - Tekstslide

Onthouden!!!
Zonder water kun je niet leven.
Je lichaam bestaat voor twee derde deel uit water.
70% van de aarde is bedekt met water.
Zeewater is het water in zeeën en oceanen.
Regenwater valt uit de wolken op het land.
Het water in de grond noem je grondwater.
Het water in rivieren, meren en sloten noem je oppervlaktewater.
Het water uit de kraan is drinkwater.
Het waterbedrijf zorgt voor drinkwater uit de kraan.
Het installatiebedrijf legt waterleidingen, gasleidingen en verwarmingen aan.

Slide 5 - Tekstslide

3.1.1 Je kunt uitleggen waarom water onmisbaar is voor mensen, dieren en planten.
3.1.2 Je kunt vier soorten water beschrijven.
3.1.3 Je kunt voorbeelden noemen waarvoor je water gebruikt.
3.1.4 Je kunt benoemen welke bedrijven nodig zijn om ervoor te zorgen dat er drinkwater uit de kraan komt.

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
3.2.1 Je kunt de drie fasen van water benoemen.
3.2.2 Je kunt beschrijven wat er gebeurt als water bevriest (stolt) of ijs smelt.
3.2.3 Je kunt beschrijven wat er gebeurt als water verdampt of condenseert.
3.2.4 Je kunt beschrijven wat stoom is.

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoelen
3.3.1 Je kunt uitleggen waarvoor je een thermometer gebruikt.
3.3.2 Je kunt de eenheid van temperatuur noemen.
3.3.3 Je kunt de onderdelen van een vloeistofthermometer benoemen en uitleggen hoe een vloeistofthermometer werkt.
3.3.4 Je kunt beschrijven welke temperatuur het smeltpunt en vriespunt van water hebben.
3.3.5 Je kunt uitleggen waarom het smeltpunt en vriespunt voor water hetzelfde zijn.
3.3.6 Je kunt benoemen welke temperatuur het kookpunt van water is.

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen
3.4.1 Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een mengsel en een zuivere stof.
3.4.2 Je kunt uitleggen wat een oplossing is.
3.4.3 Je kunt voorbeelden noemen van oplossingen.
3.4.4 Je kunt drie manieren noemen waardoor je iets sneller kunt oplossen.
3.4.5 Je kunt beschrijven wat een suspensie is.
3.4.6 Je kunt voorbeelden noemen van suspensies.

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoelen
3.5.1 Je kunt beschrijven wat er gebeurt bij bezinken.
3.5.2 Je kunt beschrijven wat er gebeurt bij filtreren.
3.5.3 Je kunt beschrijven wat er gebeurt bij indampen.
3.5.4 Je kunt het proces van koffiezetten beschrijven.

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen
3.6.1 Je kunt uitleggen hoe in Nederland drinkwater gemaakt wordt van grondwater.
3.6.2 Je kunt beschrijven wat een waterwingebied is.
3.6.3 Je kunt uitleggen hoe oppervlaktewater in verschillende stappen wordt schoongemaakt.
3.6.4 Je kunt uitleggen wat adsorberen betekent.
3.6.5 Je kunt uitleggen hoe je door destilleren drinkwater kunt maken van zeewater.

Slide 11 - Tekstslide

Even kijken of iedereen het nu kan.

Slide 12 - Tekstslide

Ook bij vorst kun je nat wasgoed gewoon aan de lijn hangen. Het is dan al gauw stijf bevroren. Toch kun je het wasgoed een dag later bijna droog binnenhalen.
A
omdat het water dat er op licht bevriest
B
Het ijs uit de kleren is dan vervluchtigd tot waterdamp.
C
door de kou wordt het ijs en dat ijs gast smelten
D
omdat de zon ook nog schijnt

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de temperatuur van kokend water?
A
0 graden Celsius
B
-10 graden Celsius
C
1000 graden Celsius
D
100 graden Celsius

Slide 14 - Quizvraag

Als de temperatuur stijgt dan:
A
neemt de snelheid van de moleculen toe
B
neemt de snelheid van de moleculen af
C
blijft de snelheid van de moleculen gelijk

Slide 15 - Quizvraag

Temperatuur is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 16 - Quizvraag

Moleculen bewegen niet meer bij een temperatuur van:
A
-273 ℃
B
-100 ℃
C
0 ℃
D
100 ℃

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het laagst gemeten temperatuur ooit gemeten = absoluut nulpunt ? Temperatuur [T] in [K]
A
100 K
B
0 K
C
363 K
D
373 K

Slide 18 - Quizvraag

wat is hier de temperatuur?
A
60 graden celcius
B
20 graden celsius
C
0 graden celsius
D
-20 graden celsius

Slide 19 - Quizvraag

Waarmee meet je temperatuur?
A
Met een balans
B
Met een erlenmeyer
C
Met een liniaal
D
Met een thermometer

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de temperatuur van smeltend ijs?
A
0 °C
B
100 °C
C
-5 °C
D
5 °C

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Hoe warm is het volgens deze thermometer?
A
36,1 °C
B
36,6 °C
C
37,1 °C
D
37,6 °C

Slide 23 - Quizvraag

Verdampen
Rijpen
Condenseren
Bevriezen

Slide 24 - Sleepvraag

Welke twee fasen heeft rijp? In de lucht en op de grond.
A
Gas en Vast
B
Vast en Gas
C
Vloeibaar en Vast
D
Vast en Vloeibaar

Slide 25 - Quizvraag

Wat is grondwater?
A
regen water wat op de grond valt?
B
Water wat in de grond is gezakt?
C
Water op de bodem van de zee?
D
Water op de bodem van een rivier?

Slide 26 - Quizvraag

wat moet je nu leren??
Heb je jouw grootste verbeterpunt gevonden.
Je weet  wat voor vragen je  (woensdag 11 mei )                      kan verwachten.
Weet je dus precies wat je nog moet leren.

Klopt dit nu?

Slide 27 - Tekstslide

Succes met leren en vergeet niet..
Pen
Potlood
Liniaal/geodriehoek
Rekenmachine
.... mee te nemen
(Al is dit niet altijd allemaal nodig!!!)

Slide 28 - Tekstslide