PARKEERWEEKDICTEE 3

LESDOEL
Ik kan het parkeerdictee woorden goed maken, door goed aan alle spellingregels te denken.
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

LESDOEL
Ik kan het parkeerdictee woorden goed maken, door goed aan alle spellingregels te denken.

Slide 1 - Tekstslide

Welke zin is fout?
A
Het eten is fantastisch.
B
Hij kreeg een groot applaus.
C
Wij eten 's avonds warm.
D
In de verte zie ik de horiezon.

Slide 2 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
Elke eerste maandag hoor ik de sirene.
B
Het is swinters koud.
C
De limonade is lekker.
D
Mijn oma is bejaard.

Slide 3 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
De cietroen is zuur.
B
Het tafelkleed is vies.
C
De agent is boos.
D
Spinazie is groen.

Slide 4 - Quizvraag

Welke zin is fout.
A
De astronout gaat naar de maan.
B
Een olifant is grijs.
C
De dominee is erg aardig.
D
De arrestatie van de boef was spannend.

Slide 5 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
Dat antwoord is wel correct.
B
Ik ging naar een concert.
C
Dat antwoord is niet korrekt.
D
De citroen is zuur.

Slide 6 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
Het recept is moeilijk.
B
Het resept is moeilijk.
C
Ik lust geen rauwkost.
D
Mijn wenkbrauw is zwart.

Slide 7 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
Boeren wonen op het platteland.
B
Circa betekent ongeveer.
C
het was een leuk avontuur.
D
Sirca betekent ongeveer.

Slide 8 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
De baby's huilden hard.
B
De babies huilden hard.
C
Het tafelkleed is vies.
D
Mijn ouders zijn blij.

Slide 9 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
Het is een groot winkelsentrum.
B
Het is een klein winkelcentrum.
C
Dit is een eenvoudige quiz.
D
De informatie klopt niet.

Slide 10 - Quizvraag

Welke zin is fout?
A
De olifant is grijs.
B
Ik moet 's avonds naar bed.
C
De tractatie is erg lekker
D
De vegetarische maaltijd is lekker.

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Sleepvraag

Slide 13 - Sleepvraag

spelling
Parkeerweek 3

Parkeerweekdictee woorden

KLAAR: 1 bladzijde schrijven

Slide 14 - Tekstslide