6.1 Slavernij in de 19e eeuw

Hoofdstuk 6: Vrijheid en gelijkheid
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 6: Vrijheid en gelijkheid

Slide 1 - Tekstslide




             De tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)

Slide 2 - Tekstslide

Slavernij
  • Eeuwenoud concept
  • Overal op de wereld geweest
  • Slavenhandel in Afrikanen: veranderde >> volk werd verhuisd naar ander werelddeel
    (Trans-Atlantische slavenhandel)
  • Handel in Afrika met stammen: handelswaar in ruil voor slaven.
  • Slavernij maakte (volgens eigenaren) de plantages winstgevend.

Slide 3 - Tekstslide

6.1 Slavernij in de 19e eeuw

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Tekstslide

6.1 Slavernij in de 19e eeuw


Kunnen we de driehoekshandel nog invullen?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Driehoekshandel
  • Nederland -->  zeilschepen beladen met wapens, buskruit, drank en textiel over de Atlantische Oceaan naar West-Afrika.

  • West Afrika -->  er worden slaven hebben ingekocht en met de lading menselijke handelswaar naar Curaçao, Sint Eustatius en Suriname. 

  • Caribisch gebied -->verkopen van de slaven aan plaatselijke slavenhouders.  Inkopen  suiker, koffie, katoen, cacao of tabak 

  • Nederland -->

Slide 9 - Tekstslide

Wat voor werk deden slaven?

Slide 10 - Woordweb

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen onder welke omstandigheden slaven in Noord- en Zuid-Amerika moesten wonen en werken.
  • Je kunt uitleggen welke betekenis slavernij had voor de Nederlandse koloniën in Amerika.
  • Je kunt uitleggen welke betekenis slavernij had voor Oost-Indië.  

Slide 11 - Tekstslide

Wat voor dag is het morgen?

Slide 12 - Tekstslide

Werk- en leefomstandigheden
Mensen die tot slaaf gemaakt waren in Noord- en Zuid-Amerika werkten op plantages, in de mijnen, in de bouw en als dienstpersoneel in huishoudens.
  • Werkomstandigheden = zwaar >> nauwelijks vrije dagen en hele lange werkdagen. 

De tot slaaf gemaakten leefden in kleine hutten en kregen weinig te eten. Soms werden gezinnen uit elkaar gehaald.
  • Leefomstandigheden = zwaar

GEVOLG: Sterftecijfer hoger dan geboortecijfer

OPLOSSING EUROPEANEN: Mensen uit Afrika blijven aanvoeren.

Slide 13 - Tekstslide

Reactie slaven op behandeling
Gehoorzamen om te overleven

Soms: zelfmoord 
In verzet komen:
- Staken
- Vermoorden eigenaar/opzichter
- Ontsnappen
Hoge straffen op verzet: lijfstraffen of de doodstraf

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Waarom in verzet komen?
Eerst: als ze gedwongen werden om nog harder te werken.

Vanaf 18e eeuw: idealen van de Franse Revolutie worden verspreid onder de tot slaaf gemaakten. 
vb. Franse kolonie Saint-Domingue: bloedige opstand 1791 - 1804.
>> Eindigt in de stichting van het onafhankelijke Haïti, met een bestuur door zwarte mensen.
>> Groot voorbeeld voor anderen: Europa ging met harde hand onderdrukken.

Slide 16 - Tekstslide

Ook Nederland heeft zich schuldig gemaakt aan slavernij
  • In Suriname en Antillen
  • 1806: 70% Surinaamse bevolking tot slaaf gemaakten
  • werken op plantages: koffie-, hout-, katoenplantages

Slide 17 - Tekstslide

Marrons
  • slaven die waren gevlucht richting de bossen
  • Suriname veel oerwoud waardoor het makkelijk verstoppen was
  • bouwden hun eigen dorpen

Slide 18 - Tekstslide

'Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap'; zo luidde de leus van de Franse Revolutie. Bij 'ongelijkheid' dachten de meeste revolutionairen aan de privileges van edelen en geestelijken. Deze revolutionairen wilden vooral de ongelijkheid tussen de standen opheffen, maar er waren ook revolutionairen die wezen op andere vormen van ongelijkheid. Zoals de ongelijkheid tussen vrijen en mensen die tot slaaf zijn gemaakt, of die tussen mannen en vrouwen.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slavernij in Nederlands-Indië
In de Nederlandse kolonie in Azië:
- Meer slaven dan in de koloniën in Amerika
- Viel alleen minder op, omdat er zoveel mensen woonden. 
- Onderlinge verschillen tussen de slaven groter:

  • Slaven uit meer verschillende gebieden: zowel Afrika als Aziatische landen.
  • Gekochte slaven op de slavenmarkt + slavernij door schuld / criminaliteit.
  • Allemaal zwaar werk doen, zelfs in het leger


Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Tips
  • Films:
  • 12 years a Slave.
  • Amistad.

Slide 24 - Tekstslide

Begin 19e eeuw was het aantal slaven toegenomen
Oorzaak: gestegen vraag naar producten (suiker, koffie, tabak, cacao en katoen)

Slechte omstandigheden
- zwaar werk, nauwelijks vrije dagen, wonen, voedsel
Gevolg:
- sterftecijfer hoger dan geboortecijfer
Gevolg:
-  mensen blijven vervoeren vanuit Afrika

Slide 25 - Tekstslide

Eind 18e eeuw

  • Slaven komen in aanmerking met idealen Franse revolutie
  • 1791 in Saint- Domingue revolutie-> 1804 Haïti
  • Andere koloniën: Europeanen onderdrukten deze opstanden hard

Slide 26 - Tekstslide

Slavernij in Noord- en Zuid-Amerika
  •  al sinds het begin van de Europese kolonisatie in de 16e eeuw  werden Afrikaanse mensen door tot slaaf gemaakt in heel Amerika (noord en zuid).
  • Door de slechte behandeling lag het sterftecijfer van de slaven hoger dan het geboortecijfer. Europeanen bleven daarom mensen uit Afrika aanvoeren.
  • Reactie van de slaven:
  1. De meesten probeerden te overleven door te gehoorzamen. 
  2. Sommigen zagen geen andere uitweg dan zichzelf te doden. 
  3. Anderen kwamen in opstand of konden ontsnappen.
  • eind 18e eeuw maakten ook slaven kennis met de idealen van de Franse Revolutie en kwamen vaker in opstand in de kolonies. Ze werden echter onderdrukt met harde hand.
 1791 begonnen slaven in de Franse kolonie Saint-Domingue een eigen revolutie, waarbij ze vrijheid, gelijkheid en stemrecht eisten. In 1804 ontstond de onafhankelijke staat Haiti. 

Slide 27 - Tekstslide

vragen? Herhalen? Onduidelijkheden?

Slide 28 - Open vraag

Vind jij dat de Nederlandse staat een excuus moet aanbieden voor het slavernijverleden?
Ja
Nee
Twijfel

Slide 29 - Poll