week 4

Plural (meervoud)
Let's see what you already know. (2 questions)






Enkelvoud
Meervoud
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Plural (meervoud)
Let's see what you already know. (2 questions)






Enkelvoud
Meervoud

Slide 1 - Tekstslide

Find the mistake
A
Look at those shoes, they look great!
B
The neighbours have 4 puppy.
C
Are there any cookies left?
D
Can I have some of these tomatoes?

Slide 2 - Quizvraag

Find the mistake
A
Can you put the books in those boxes?
B
Do you sell potatoes?
C
These songs were written last summer.
D
Those boy dance really well.

Slide 3 - Quizvraag

So how does it work?

Slide 4 - Tekstslide

Singular = enkelvoud
Plural = meervoud

Slide 5 - Tekstslide

Regel voor meervoud = woord + s
               1 dog - 3 dogs
    1 dog


   3 dogs

Slide 6 - Tekstslide

Bij woorden die eindigen op een medeklinker + y
                            
                     -y verdwijnt en wordt - ies
                 
  1 bunny                            4 bunnies

Slide 7 - Tekstslide

woorden die eindigen op een klinker + y
                            
       krijgen alleen een - s
          
  1 boy                              3 boys

Slide 8 - Tekstslide

      woorden die eindigen op ch, sh, s, ss, x, z
                            
                                     krijgen -es
                 
  1 dress                           4 dresses

Slide 9 - Tekstslide

 woorden die eindigen op een medeklinker + o
                            
                              krijgen -es
                 
   1 tomato                       4 tomatoes

Slide 10 - Tekstslide

Next: meervoud
(5 questions)






Slide 11 - Tekstslide


A
baby's
B
babys
C
babie's
D
babies

Slide 12 - Quizvraag


A
boxes
B
boxxes
C
bosses
D
boxees

Slide 13 - Quizvraag


A
monky's
B
monkies
C
monkie's
D
monkys

Slide 14 - Quizvraag


A
fishes
B
fish
C
fishen
D
fishies

Slide 15 - Quizvraag

Thief
A
thiefs
B
thiefes
C
thiefies
D
thieves

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Video

Reading challenge
  • read what's on your piece of paper
  • find someone with the other half of your text
  • read together: What is the text about? 
  • Draw the picture that goes along with your text
  • Find the matching picture: Does it look similar to yours? 

Slide 18 - Tekstslide

Text title

Slide 19 - Woordweb

This lesson:
  • Welcome 
  • Last lesson (some/ any)
  • video/ song







 
Listening:
- new words
- ex. 38 together

By yourself:
- ex. 39, 40 + 41
- study words in Slim Stampen


Slide 20 - Tekstslide

Some of any?

She doesn't need ....... money.
A
some
B
any

Slide 21 - Quizvraag

Some of any?

Can I have ....... of that milk?
A
some
B
any

Slide 22 - Quizvraag

Some of any?

I would love ....... crisps, thank you!
A
some
B
any

Slide 23 - Quizvraag

Welke wolkjes horen er bij SOME? Welke bij ANY? Sleep ze naar het goede blokje.
Some
Any
Bevestigende zin
Ontkenning/ontkennende zin
Verwacht ''ja'' antwoord
Meeste vragen

Slide 24 - Sleepvraag

headlines

Slide 25 - Woordweb

Slide 26 - Video

food items

Slide 27 - Woordweb

New words
- 3 questions -

Slide 28 - Tekstslide

Which word doesn't fit?
A
pork
B
flour
C
lamb
D
chicken

Slide 29 - Quizvraag

Which word doesn't fit?
A
occasion
B
meal
C
for example
D
tradition

Slide 30 - Quizvraag

Which word doesn't fit?
A
boil
B
fry
C
bake
D
microwave

Slide 31 - Quizvraag

New words: pronunciation
  • Listen to the English words (p.179)
  • repeat the English words
  • tick which words you already know

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Next: listening (ex. 38)

Slide 34 - Tekstslide

To do:
  • Reading challenge
  • Welcome 
  • Last lesson
  • video/ song







 
Listening:
- new words
- ex. 38 together

By yourself:
- ex. 31c, 32a, 39 + 40 
- study words in Slim Stampen

Slide 35 - Tekstslide

Let's get back into the grammar: some/any
Some en any betekenen:
wat / iets / enkele
''Some'' gebruik je in zinnen waarvan je verwacht dat het antwoord ''ja'' is, maar ook in bevestigende zinnen.

''Any'' gebruik je in ontkennende zinnen en bij de meeste vragen. 

Slide 36 - Tekstslide

Some/Any
Verwachten dat het antwoord ''ja'' is:
Can I have some of that ice cream?

Een bevestigende zin:
I have some problems with my wifi.

Een ontkenning + een vraag: 
I don't have any children. + Do you have any children?

Slide 37 - Tekstslide

Some of any?

She doesn't need ....... money.
A
some
B
any

Slide 38 - Quizvraag

Some of any?

Can I have ....... of that milk?
A
some
B
any

Slide 39 - Quizvraag

Some of any?

I would love ....... crisps, thank you!
A
some
B
any

Slide 40 - Quizvraag

Dus waarom gebruikte je nu ook alweer ''any'' in een zin?
A
Als je verwacht dat het antwoord ''ja'' is
B
Als het een bevestigende zin is
C
Als het een ontkennende zin is
D
Wanneer dat mooier staat

Slide 41 - Quizvraag

Some of any?

....... people hate going to a mall.

Slide 42 - Open vraag

Some of any?

Do you have ............. motivation left?

Slide 43 - Open vraag

Some of any?

There aren't ...... bags left.

Slide 44 - Open vraag

Welke wolkjes horen er bij SOME? Welke bij ANY? Sleep ze naar het goede blokje.
Some
Any
Bevestigende zin
Ontkenning/ontkennende zin
Verwacht ''ja'' antwoord
Meeste vragen

Slide 45 - Sleepvraag

Waarom gebruik je hier ''some'' milk?

Slide 46 - Tekstslide