4.3 Het parlement

4.3 Het Parlement
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 3,4

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

4.3 Het Parlement

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen
• Je kunt uitleggen wat het parlement is en het verschil
beschrijven tussen de Eerste en de Tweede Kamer.

•Je kunt uitleggen welke hoofdtaken het parlement heeft en
welke rechten het hiervoor heeft.

• Je kunt de begrippen zetel en motie uitleggen.

Slide 2 - Tekstslide

Eerste Kamer
75 Leden
Tweede Kamer 
150 Leden
 Het Parlement 

Slide 3 - Tekstslide

Hoofdtaken:
De twee hoofdtaken van het parlement zijn:
  • (mede)wetgeving
  • controleren van het kabinet

Slide 4 - Tekstslide

Wetgeving:
Ministers (met hun ambtenaren) èn Tweede Kamerleden maken wetsvoorstellen.

De Tweede Kamer debatteert over het voorstel. Een meerderheid van de Tweede Kamer moet het voorstel goedkeuren.

Hierna gaat het wetsvoorstel naar de Eerste Kamer, die een laatste check doet.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Controleren:
Ministers besturen het land. Om te voorkomen dat ze verkeerde keuzes maken, worden ze gecontroleerd door Kamerleden.

Slide 7 - Tekstslide

Rechten van Kamerleden voor hun controlerende taak:
  • Vragen stellen aan ministers en staatssecretarissen (ook schriftelijk).
  • Een motie indienen. Hiermee vragen ze de minister om iets te doen.
  • Met een motie van wantrouwen kunnen Kamerleden een minister vragen om af te treden.


  • Een minister ter verantwoording roepen. De minister moet dan naar de Tweede Kamer komen voor een debat. Dit noemen we het recht van interpellatie.
  • Een groot onderzoek instellen als ze denken dat de regering fouten heeft gemaakt. Dit noemen we het enquêterecht.

Slide 8 - Tekstslide

Rechten van Kamerleden voor hun wetgevende taak:
  • Stemmen over wetsvoorstellen.
  • Een wetsvoorstel veranderen. Dit noemen we het recht van amendement.
  • Zelf een wetsvoorstel indienen. Dit noemen we het recht van initiatief.

Slide 9 - Tekstslide

Hoeveel stemmen heb je nodig voor een meerderheid?
A
50
B
75
C
76
D
125

Slide 10 - Quizvraag

Oppositie & coalitie:
Voor goedkeuring van wetsvoorstellen is een meerderheid in de Tweede Kamer nodig.
 
Meestal kan de regering daarvoor op steun rekenen van de coalitiepartijen.

Slide 11 - Tekstslide

Welke twee taken heeft het parlement?
1. Stemmen over wetsvoorstellen.
2. Ministers controleren.
3. Ministers en staatssecretarissen kiezen.
4. Wetten uitvoeren.

A
1 en 2
B
1 en 3
C
2 en 3
D
3 en 4

Slide 12 - Quizvraag

recht om ministers ter verantwoording te roepen
2de kamer mag een wetsvoorstel aanpassen.
De 2de kamer mag buiten de regering om zelf onderzoek te doen en mensen onder ede verhoren. 
recht om de begroting van het kabinet goed of af te keuren.
recht van budget

recht van interpellatie

recht van enquete 

recht van amendement 

Slide 13 - Sleepvraag


Welke taak en welk recht worden hier benut door D66?
A
controlerende taak, recht van interpellatie
B
wetgevende taak, recht van amendement
C
wetgevende taak , recht van initiatief
D
controlerende taak, recht van initiatief

Slide 14 - Quizvraag