Luister naar de tekst. (opdracht 8)
• Wat heb je gehoord?
• Schrijf voor jezelf woorden op die je hebt gehoord.
• Geef je werkblad aan de leerling naast je. Bekijk de woorden van de ander.
• Maak samen zinnen van de woorden. Ieder schrijft een deel van de zin op.
• Minimaal 3 zinnen