Waarnemen en reageren herhaling

Waarnemen en reageren herhaling
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Waarnemen en reageren herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Een uitwendige prikkel is een prikkel die in het lichaam ontstaat
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een prikkel?
A
Een verandering in de omgeving
B
Een elektrisch signaal
C
Een zintuig
D
Een waarneming

Slide 3 - Quizvraag

Welke van deze prikkels is een goede prikkel voor het oor?
A
Licht
B
Harde of zachte lucht
C
Volume
D
Trillende lucht

Slide 4 - Quizvraag

om je bewust te worden van een prikkel moet deze prikkel eerst verwerkt worden in de....
A
zintuigcellen
B
zenuwen
C
spieren
D
hersenen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is hier de prikkel?
en de impuls?
Waar wordt je bewust van de prikkels
Prikkel
impuls
bewust

Slide 6 - Sleepvraag

Inwendige prikkel
Uitwendige prikkel

Slide 7 - Sleepvraag

                           is een  prikkel voor het oog.


Geluid is de prikkel voor je                   .  
 

In een zintuigcel wordt de                       omgezet in een 

 oor 
licht
impuls 
prikkel

Slide 8 - Sleepvraag

Welk onderdeel van het oog beschermt je oog niet?
A
wenkbrauw
B
ooglid
C
wimper
D
hoornvlies

Slide 9 - Quizvraag

Welk vlies in je oog voert voedingsstoffen naar je oog?
A
Het hoornvlies
B
Het netvlies
C
Het vaatvlies

Slide 10 - Quizvraag

Iris
Oogwit
Pupil
Traanbuis
Traanklier
Wenkbrauw
Het gedeelte van je oog om de iris heen.
Het gekleurde gedeelte van je oog.
Zwart gat in je oog.
Maakt traanvocht.
Beschermt je oog tegen stof en zweet.
Voert stof en vuitljes af naar je neus.

Slide 11 - Sleepvraag

Het oog:
netvlies
oogzenuw
lens
Hoornvlies
vaatvlies

Slide 12 - Sleepvraag


Wat is de functie van staafjes?
A
Licht en donker zien
B
Kleuren onderscheiden
C
Ver kunnen kijken
D
Scherpe beelden zien

Slide 13 - Quizvraag

Hoe boller de lens, hoe sterker de lens.
A
waar
B
niet waar

Slide 14 - Quizvraag

De ronde opening in de iris noemen we:
A
De blinde vlek
B
Het straalvormig lichaam
C
de lensbandjes

Slide 15 - Quizvraag

Van dichtbij scherp zien =
lens A of lens B?

Want de lens is ........
en de lensbandjes zijn .....

A
Lens B lens is plat lensbandjes zijn strak
B
Lens A lens is plat lensbandjes zijn slap
C
Lens A lens is bol lensbandjes zijn slap
D
Lens B lens is bol lensbandjes zijn strak

Slide 16 - Quizvraag

Zintuig
Prikkel
geluid
oog
neus
smaak
pijn
kou
oor
tong
licht
geur
huid

Slide 17 - Sleepvraag

Vraag 11: Zet de onderdelen van het oor op volgorde vanaf waar geluid je oor binnenkomt. 
1
2
3
4
5

Oorschelp
Gehoorgang
Trommelvlies
Gehoorbeentjes
Slakkenhuis

Slide 18 - Sleepvraag

Het oor:
oorschelp
trommelvlies
slakkenhuis
gehoorbeentjes
gehoorzenuw
gehoorgang

Slide 19 - Sleepvraag

Het evenwichtsorgaan ligt in....
A
de huid
B
het oor
C
de neusholte
D
de hersenen

Slide 20 - Quizvraag

Waar zit het evenwichtsorgaan?
A
6
B
9
C
10
D
11

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn de adequate prikkels voor de smaakzintuigen?
A
Zoet, zout, zuur, bitter en umami
B
Licht, geluid, geur, druk

Slide 22 - Quizvraag

Welk zintuig van de huid ligt dieper in de huid?
A
Pijnpunten
B
Drukzintuigen
C
Koudezintuigen
D
Tastzintuigen

Slide 23 - Quizvraag

Zenuwstelsel
Hersenen
Ruggenmerg
Centrale zenuwstelsel
Zenuwstelsel

Slide 24 - Sleepvraag

Welke onderdelen horen bij:
Centrale zenuwstelsel
Zenuwstelsel
Zenuwen
Hersenen
Centrale zenuwstelsel
Ruggenmerg
Hersenstam

Slide 25 - Sleepvraag

Gevoelszenuwcel
Bewegingszenuwcel
Schakelcel
Cellichaam ligt buiten centraal zenuwstelsel
Cellichaam ligt in centraal zenuwstelsel
geleiden impulsen naar centraal zenuwstelsel
geleiden impulsen naar spieren en klieren
geleiden impulsen binnen centraal zenuwstelsel
geleid impulsen van zintuigcellen
Cellichaam ligt in centraal zenuwstelsel

Slide 26 - Sleepvraag

Wat is een impuls
A
Een signaal uit de omgeving
B
Een elektrisch signaal
C
Een elektrisch signaal dat door zenuwen gaat
D
Een signaal in de hersenen

Slide 27 - Quizvraag

gevoelszenuwcel
bewegingszenuwcel
schakelcel
verbindt een zintuig met de hersenen
verbindt je hersenen met een spier
verbindt zenuwcellen met elkaar

Slide 28 - Sleepvraag

Geleid impulsen naar centraal zenuwstelsel
Onbewuste reactie op prikkel
Geleid impulsen naar spier
Verbinden zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel
Reflex
Gevoelszenuwcel
Bewegingszenuwcel
Schakelcel

Slide 29 - Sleepvraag

Waar liggen de schakelcellen?
A
Buiten het centrale zenuwstelsel
B
In de zintuigen
C
In het centrale zenuwstelsel
D
In de zenuwen

Slide 30 - Quizvraag

Wat doen je hersenen?
A
Regelen dat je kan voelen.
B
Regelen dat je kunt bewegen.
C
Regelen dat je kan ademen.
D
Alle antwoorden zijn goed.

Slide 31 - Quizvraag

Wat is een functie van de hersenstam?
A
Regelen van het hartritme
B
Spierbewegingen
C
De lichaamshouding
D
Het denken

Slide 32 - Quizvraag

Een bewuste reactie op een prikkel bestaat uit zeven stappen.
Zet de stappen in de goede volgorde.

De prikkels worden omgezet in impulsen.
Impulsen gaan van je hersenen via je ruggenmerg naar je spieren.
Je beslist hoe je wilt reageren.
Je spieren trekken samen en je reageert.
Je wordt je bewust van de prikkels die je zintuigen opvangen.
Je zintuigcellen vangen prikkels op.
Zenuwcellen geleiden de impulsen via het ruggenmerg naar je hersenen.
1
2
3
4
5
6
7

Slide 33 - Sleepvraag

De reflexboog van je knie reflex gaat via ....
A
het ruggenmerg
B
de hersenstam
C
de kleine hersenen
D
de grote hersenen

Slide 34 - Quizvraag

Wat is een reflex?
A
Een vaste snelle reactie op een bepaald impuls
B
Een vaste snelle reactie op een bepaalde prikkel
C
Een afwisselende snelle reactie op een bepaalde prikkel
D
Een afwisselende trage reactie op een bepaalde impuls

Slide 35 - Quizvraag

Bewust of onbewust? 
Bewust
Onbewust
Rennen
Schrijven
Niezen
Watertanden
Zwaaien
Pupil reflex

Slide 36 - Sleepvraag

De functie van de schildklier is
A
het reguleren van de stofwisseling
B
het produceren van geslachtshormonen
C
het produceren van groeihormonen
D
het reguleren van de voortplanting

Slide 37 - Quizvraag

Wat is de hypofyse
A
Klier
B
Hormoon
C
Hormoonklier
D
Vervelende puber

Slide 38 - Quizvraag

Zenuwstelsel
Hormoonstelsel
Signaal door
Snelheid
Duur effect signaal
Signaal word vervoerd door
Hormonen
Impulsen

Slide 39 - Sleepvraag

Sleep de woorden naar de juiste onderdelen.
Hypofyse
Hormoon
Hormoon
Bloed

Slide 40 - Sleepvraag

Wat is geen hormoonklier?
A
Eilandjes van Langerhans
B
Hypofyse
C
Nieren
D
Schildklier

Slide 41 - Quizvraag

Hormoonklieren hebben een afvoerbuis
A
waar
B
niet waar

Slide 42 - Quizvraag

Hormoonklieren hebben een afvoerbuis
A
goed
B
fout

Slide 43 - Quizvraag

Iemand met diabetes
A
mag geen suiker eten
B
moet heel veel sporten
C
moet regelmatig eten
D
moet weinig eten

Slide 44 - Quizvraag

Wat is diabetes?
A
Ziekte waarbij het lichaam de bloedsuiker niet goed kan regelen
B
Hoge bloeddruk
C
Allergie op suiker

Slide 45 - Quizvraag

Adrenaline wordt gemaakt in
A
Alvleesklier
B
Schildklier
C
Hypofyse
D
Bijnieren

Slide 46 - Quizvraag

sleep de hormoonklieren naar de juiste plek
bijballen
hypofyse
schildklier
alvleesklier
bijnieren

Slide 47 - Sleepvraag

Hormoonklier
Schildklier
Bijnieren
Eilandjes van Langerhans
Eierstokken
Maakt het hormoon...
Hypofyse
Schildklierhormoon
Groeihormoon
Adrenaline
Insuline
Oestrogenen

Slide 48 - Sleepvraag