Examentraining Lezen, kijken en luisteren 1 (week 14)

Nederlands
Amanda Schaak
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
Amanda Schaak

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma:

  • Account aanmaken Lessonup

  • Terugblik vorige les
    Examen vragen

  • Examentraining
Lesdoelen:


Examentraining:
  • Leesstrategieen
  • Hoofdgedachte 
  • Onderwerp
  • Verbeteren van leesvaardigheid 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LessonUp
Account aanmaken Lessonup

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vooruitblik examens
Nederlands is verdeeld in 5 vaardigheden:

Centraal examen:
Lezen en luisteren
(vormt 50% van je eindcijfer)
Instellingsexamen:
Schrijven
Spreken en gesprekken
(vormen samen de overige 50% van je eindcijfer)
  • Nederlands lezen, kijken en luisteren 
      30-6                  14:00 -15:30 (tijd is aangepast)

      Locatie: Kasteeldreef
       (let op, dit komt niet in het rooster)

  • Nederlands schrijven
    19-06                     Tijdens de Nederlandse les

Formatieve periode cijfers (zoals boekverslag), tellen niet mee voor je eindcijfer. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Strategie:
  • Lees de vraag goed door, wat wordt er precies gevraagd?
  • In de vraag wordt een deel van het antwoord al weggegeven, het antwoord staat namelijk verderop in de tekst
  • Lees nauwkeurig alinea voor alinea, in welke alinea wordt iets verteld over andere bedrijven?
Leesstrategieen bij examen
  • Lees de tekst eerst orienterend
  • Lees de tekst vervolgens globaan, beantwoord voor jezelf de vraag: 'Waar gaat de tekst over?' 
  • Lees de vraag 
  • Lees de tekst intensief 
Antwoord C

Uitleg
In alinea 8, laatste zin wordt gesp;roken over de Britse directeur die vaak partjen heeft gezien die snel een grote marge pakken en daarna wegwezen. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vragen examen
Strategie:
  • Lees eerst de vraag nauwkeurig.
  • Zoekend lezen, Bij welk tussenkopje moet je gaan lezen?
Antwoord C

Uitleg
Tussenkopje dosering - acute diarree.
Anne is volwassen en begint daarom met 2 capsules 
Antwoord B

Uitleg
Tussenkopje Dosering - Maximale dosis
'Bij kinderen is de maximale dosis afhankelijk van het lichaamsgewicht (3 capsules per 20kg). 
Abdul weegt 20 kilo en mag daarom maximaal 3 capsules op een dag.
Antwoord B

Uitleg
Tussenkopje Duur van behandeling
Alinea 2: Zodra de ontlasting vaster wordt of zodra er langer dan 12 uur geen ontlasting meer heeft plaatsgevonden. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 30 wel-niet- wel - wel

Vraag 35 C

Examentraining
Examentraining
Teams:
  • Handreiking examentraining 
    (iedere week aangevuld)
  • Oefenmateriaal 
Lessen:
  • Oefeningen waarbij lezen, kijken- luisteren en schrijven wordt geoefend.
  • Iedere les staat een bepaalde vaardigheid centraal, waarbij uitleg wordt gegeven over bijbehorende onderwerpen (optioneel)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerp en hoofdgedachte

Hoe herken je het onderwerp
  • Het onderwerp geeft in één woord aan waar een tekst over gaat.
  • Je kunt het onderwerp vaak al uit de titel halen.

Hoe herken je de hoofdgedachte?
  • De hoofdgedachte is één zin die het belangrijkste over het onderwerp aangeeft.
  • Je kunt de hoofdgedachte meestal in de inleiding terugvinden.
Hoofd- en bijzaken 

Hoofdzaken in een tekst hebben een vaste plek:
  • De titel geeft het onderwerp weer.
  • De eerste zin van de inleiding is vaak de hoofdgedachte.

Hoofdzaken in een alinea hebben een vaste plek:
  • Begint meestal met de kernzin
    (de hoofdgedachte van een alinea - eerste/ tweede of laatste zin)
  • Daarna komt veelal een opsomming van feiten, meningen, voorbeelden en/of argumenten.
  • De alinea sluit veelal af samen te vatten wat er allemaal opgesomd is.

Bijzaken
De tekst kan zijn doel bereiken zonder bijzaken daarom kan je bijzaken weglaten. Bijzaken zijn: extra uitleg en voorbeelden. 
Bijzaken staan NOOIT in een samenvatting of in een kopje. 


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Tekstdoel?
A
Informeren
B
Overtuigen/Betogen
C
Instrueren
D
Overhalen/Activeren

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is:
1. Het onderwerp van dit filmpje?
2. De hoofdgedachte van dit filmpje?

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Elke tekst heeft een onderwerp en een hoofdgedachte

Hoe herken je het onderwerp
  • Het onderwerp geeft in één woord aan waar een tekst over gaat.
  • Je kunt het onderwerp vaak al uit de titel halen.

Hoe herken je de hoofdgedachte?
  • De hoofdgedachte is één zin die het belangrijkste over het onderwerp aangeeft.
  • Je kunt de hoofdgedachte meestal in de inleiding terugvinden.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe onderscheid je de hoofdzaken in een tekst?

Hoofdzaken in een tekst hebben een vaste plek:
  • De titel geeft het onderwerp weer.
  • De eerste zin van de inleiding is vaak de hoofdgedachte.

Hoofdzaken in een alinea hebben een vaste plek:
  • Begint meestal met de kernzin (de hoofdgedachte van een alinea - eerste of laatste zin)
  • Daarna komt veelal een opsomming van feiten, meningen, voorbeelden en/of argumenten.
  • De alinea sluit veelal af samen te vatten wat er allemaal opgesomd is.




Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Noem een hoofdzaak uit dit nieuwsitem.


Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bijzaken
De tekst kan zijn doel bereiken zonder bijzaken.
Bijzaken kun je dus weglaten.

Bijzaken zijn:  extra uitleg en voorbeelden.
Bijzaken maken de tekst duidelijker, of leuker.
Bijzaken staan NOOIT in een samenvatting.
Bijzaken staan NOOIT in een kopje.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een bijzaak uit dit nieuwsitem?


Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe komt dit terug op je examen?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feiten, meningen en argumenten
Feit: 
  • Zijn controleerbaar
  • Objectief 
 
Voorbeeld:
In 18 steden van Nederland kun je een deelscooter huren. 
Mening: 
  • Subjectief
 
Voorbeeld:
Deelscooters zouden verboden moeten worden.
Argument: 
  • Je mening onderbouwd met een feit
 
Voorbeeld:
Ik vind deelscooters een goed initiatief want door het gebruik van deelscooters hoeven minder mensen een scooter te kopen. Daarnaast zijn veel deelscooters elektrisch wat beter is voor het milieu. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Staat hier een feit, mening, of argument?
Als je te laat bent, dan moet je je melden.  
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Staat hier een feit, mening,  of argument?
....., omdat hij goede standpunten heeft.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Staat hier een feit, mening,  of argument?
Ik vind 'The Cell' een spannende film.
A
Feit
B
Mening
C
Argument

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

4

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

02:07
Leuk is een typisch woord voor een...
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

03:37
Wanneer is lezen moeilijk?
Als je...
A
laaggeletterd bent
B
Netflix hebt
C
niet leert hoe je moet kijken
D
woordenschat beperkt is

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

05:57
Welke (drie) argumenten noemt hij waarom ook geoefende lezers netflixen?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

06:30
Wat biedt een boek dat Netflix niet heeft volgens jou?

Slide 27 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
1. Lezen
  • Lees het artikel 'Ook Nederland heeft nog geen beveiligde chatapp' in Teams;
  • Beantwoord de vragen over de tekst
  • Controleer je antwoorden in Teams
2. Schrijven
  • Formuleer een voor- en tegen argument bij de stelling:
    Ministers moeten altijd veilige apps gebruiken?
3. Spreken en gesprekken 'Ministerraad
  • De klas wordt verdeeld in drie groepen: voorstanders en tegenstanders 
  • De Voorstanders leggen uit waarom ministers altijd veilige communicatie moeten gebruiken.
  • De Tegenstanders leggen uit waarom gebruiksgemak belangrijker. 
4. Schrijven 'wetsvoorstel' 
  • Schrijf een kort wetsvoorstel over hoe veilige communicatie voor ministers geregeld zou moeten worden. 
Inhoud
Inhoud:
Schrijf een wetsvoorstel van 2 alinea's

Alinea 1:
Leg uit wat het probleem is; Waarom moeten ministers een veilige manier vinden om te communiceren?

Alinea 2:
Vertel wat er moet gebeuren, wat kan de overheid doen om het probleem op te lossen en wat zou een goede oplossing zijn?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies