Planten Biologie voor jou

Planten
Herhalingsles over hoofdstuk 2 Planten.
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Planten
Herhalingsles over hoofdstuk 2 Planten.

Slide 1 - Tekstslide

Inhoudsopgave
  • Herhaling stof
  • Oefen quiz
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  •  Je kunt de voorkennis nu weerleggen in nieuwe situaties/ Je kunt de voorkennis toepassen in onbekende situaties/vragen
  • Je weet de voorkennis te koppelen aan afbeeldingen.
  • Je kunt aan de hand van de voorkennis inzichtvragen beantwoorden en de leerstof uitleggen.
  • Je ontwikkelt een persoonlijke overtuiging (aan de hand van evaluatie).
  • Je kunt nagaan welke kennis je van de vorige lessen hebt onthouden.
  • Kan de bereidheid opbrengen naar de opmerkingen van een medeleerling te luisteren, al zijn deze opmerkingen in zijn ogen weinig interessant.
  • Is bereid zijn eigen mening te onderbouwen en aan kritiek van de deelnemende groepsleden te onderwerpen.

Slide 3 - Tekstslide

Planten

Slide 4 - Woordweb

Instructie
  •  Per hoofdstuk komen enkele vragen.
  • Per vraag krijg je 20 seconden tijd.
  • Vul antwoord op je antwoordenblad.
  • Nabespreking per vraag.

Slide 5 - Tekstslide


Slide 6 - Tekstslide

THEMA 2: PLANTEN

Slide 7 - Tekstslide

Basisstof 1: De levenscyclus van een plant.

Slide 8 - Tekstslide

1. Elk organisme heeft een levenscyclus
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

2. Wat is de volgorde van de fases van de levenscyclus van een plant?
A
kieming, volwassen plant, kiemplant
B
kiemplant, kieming,volwassen plant
C
kieming, kiemplant, volwassen plant

Slide 10 - Quizvraag

3. Een goede volgorde voor de levenscyclus van een vlinder is ..
(imago = volwassen vlinder)
A
imago - pop - larve - ei
B
ei - pop - imago- larve
C
ei - larve - imago - pop
D
ei-larve - pop - imago

Slide 11 - Quizvraag

4. Wat is stap 2 van onderzoek doen
A
Resultaten waarnemen
B
Onderzoeksvraag
C
Hypothese opstellen
D
Verwerken van de gegevens

Slide 12 - Quizvraag

Basisstof 2: Wortels

Slide 13 - Tekstslide

5. Hoe noemen we de dunne uitstulpingen , vlak bij de uiteinden van de wortels?
A
Hoofdwortels
B
Zijwortels
C
Wortelharen
D
Bijwortels

Slide 14 - Quizvraag

6. Twee functies van wortels:
1. Wortels zetten de plant vast in de bodem.
2. Wortels nemen water en voedingsstoffen op uit de bodem.
Welke functie klopt?
A
Alleen functie 1
B
Alleen functie 2
C
Functie 1 en functie 2
D
Geen van beide functies

Slide 15 - Quizvraag

7. In de afbeelding worden twee
andere typen wortelstelsels weer-
gegeven: a en b.
Welke bewering klopt?
A
a is een hoofdwortel met bijwortels
B
b is een hoofdwortel met zijwortels
C
b zijn bijwortels
D
a zijn bijwortels

Slide 16 - Quizvraag

8. Is het wortelstelsel van planten die leven in een droge omgeving groot of klein?
A
Groot
B
Klein

Slide 17 - Quizvraag

9. Wortels zuigen ... uit de grond.
A
Plantstoffen
B
Water
C
Voedingsstoffen
D
Wortelsap

Slide 18 - Quizvraag

Basisstof 3: Stengels

Slide 19 - Tekstslide

10. Een stuk stengel tussen twee knopen.
A
knoop
B
lid
C
oksel

Slide 20 - Quizvraag

11. Wat is geen functie van de stengel?
A
Water vervoeren naar de wortels
B
Dragen van bladeren en bloemen
C
Reservevoedsel opslaan
D
Voedingsstoffen vervoeren naar de wortels

Slide 21 - Quizvraag

12. Met welke delen vervoert de plant water en mineralen?
A
Wortels, Stengel, Bloemen
B
Wortels, Stengel, Nerven
C
Vrucht, Stengel, Nerven

Slide 22 - Quizvraag

13. Hoe heet het onderdeel dat de voedingstoffen vervoerd in de plant?
A
vaatbuisjes
B
vaatbundels
C
haarvaten

Slide 23 - Quizvraag

Basisstof 4: Bladeren

Slide 24 - Tekstslide

14. Wat is de functie van het blad van een plant
A
fotosynthese (glucose)maken
B
opslag reservevoedsel
C
voortplanting
D
vastzetten in de bodem

Slide 25 - Quizvraag


15. Wat mist dit blad?
A
Nerven
B
Bladschijf
C
Bladskelet
D
Bladmoes

Slide 26 - Quizvraag

16. Fotosynthese vindt plaats in...
A
de bladgroenkorrels
B
cytoplasma
C
celkern
D
celmembraan

Slide 27 - Quizvraag

17. fotosynthese vooral 's nachts plaats
A
juist
B
onjuist

Slide 28 - Quizvraag

18. Vindt in een paard fotosynthese plaats?
A
Ja
B
Nee

Slide 29 - Quizvraag

19. Bij fotosynthese ontstaat een stof die de plant afgeeft aan de buitenlucht. Via welk onderdeel gebeurt dit?
A
Huidmondjes
B
Bladgroenkorrels
C
Vaatbundels
D
Wortelharen

Slide 30 - Quizvraag

Basisstof 5: Interactieve flora

Slide 31 - Tekstslide

20. Bladeren zijn aan twee kenmerken te herkennen, welke twee zijn dat?
A
Bladkleur & bladvorm
B
Nervatuur & bladrand
C
Alleen nervatuur
D
Bladkleur & bladrand

Slide 32 - Quizvraag

21. Als de rand van een blad een botte buitenbocht heeft en een scherpe binnenbocht spreken we van?
A
Gezaagd
B
Gekarteld
C
Gelobd
D
Getand

Slide 33 - Quizvraag

22. Een samengesteld blad bestaat uit verschillende bladschijven.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 34 - Quizvraag

23. Een samengesteld blad bevat een okselknop bij ieder blaadje binnen de bladschijf
A
Onjuist
B
Juist

Slide 35 - Quizvraag

24. Er zijn drie soorten nervatuur welke?
A
Parallel-, veer- en meernervig
B
Recht-, veer- en handnervig
C
Recht-, veer- en meernervig
D
Parallel-, veer- en handnervig

Slide 36 - Quizvraag

25. Welke nervatuur wordt in de afbeelding weergegeven?
A
Parellelnervig
B
Veernervig
C
Handnervig

Slide 37 - Quizvraag

26. Wordt er in de afbeelding een samengesteld of een enkelvoudig stengel weergegeven?
A
Enkelvoudig
B
Samengesteld

Slide 38 - Quizvraag

Basisstof 6: Eetbare delen plant

Slide 39 - Tekstslide

27. Wat eet je bij doperwtjes?
A
wortels
B
vruchten
C
zaden
D
bloemen

Slide 40 - Quizvraag

28. Wat eet je bij MAIS?
A
bloemen
B
vruchten
C
wortels
D
zaden

Slide 41 - Quizvraag

30. Wat eet je bij BIETJES (KROOTJES)?
A
wortels
B
zaden
C
stengels
D
vruchten

Slide 42 - Quizvraag

29. Wat eet je bij PREI?
A
stengels
B
wortels
C
bladeren
D
bloemen

Slide 43 - Quizvraag

Basisstof 7: Takken

Slide 44 - Tekstslide

31. Hoe noem je dit?
A
Lid
B
Bladoksel
C
Bladlitteken
D
Okselblad

Slide 45 - Quizvraag

32. Wanneer een blad loslaat van de stengel, beschermd de boom zich met behulp van........ tegen bacteriën en infecties
A
scheurlaag
B
knopschubben
C
bladlitteken + laagje kurk
D
laagje kurk

Slide 46 - Quizvraag

33. Aan ....... kun je zien waar de vorige eindknop van de plant heeft gezeten
A
de knopschubben
B
het ringlitteken
C
de slapende knoppen
D
de scheurlaag

Slide 47 - Quizvraag

34. Wat doen de knopschubben van een tak?
A
Beschermen de knoppen
B
Maken nieuwe cellen aan
C
Hieruit groeien nieuwe zijtakken

Slide 48 - Quizvraag

35. In de afbeelding wordt
een zijtak weergegeven.
Hoe oud is deze zijtak.
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 49 - Quizvraag

36. TEKENING
Maak een natuurgetrouwe tekening van een samengesteld blad aan een stengel met het benoemen van onderdelen: bladschijf, okselknop, hoofdstengel/hoofdnerf, stengel, lid, bladsteel, zijnerf en de knoop.

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide

Afsluiting
  • Wat hebben we geleerd?
  • Leuk een oefentoets?

Slide 52 - Tekstslide


Slide 53 - Tekstslide