14: 5 mrt (40 min): literatuur ruimte (hst 11)

Communiceren doe je samen 2
Welkom havo 4

Op tafel:
Map/schrift, pen, oefenboek, verhalenbundel

  • Jas uit en over je stoel.
  • Telefoon in je tas.
  • Tas op de grond.
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Communiceren doe je samen 2
Welkom havo 4

Op tafel:
Map/schrift, pen, oefenboek, verhalenbundel

  • Jas uit en over je stoel.
  • Telefoon in je tas.
  • Tas op de grond.

Slide 1 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
  • Ruimte 
Vandaag woensdag 5 maart:

Slide 2 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Het vertellen van verhalen - Literatuur H11 

- Verhaaltheorie - narratologie: begrippen die nodig zijn om kritisch over verhalen te praten.
- grondelementen:
  1. tijd 
  2. vertelperspectief
  3. personages
  4. gebeurtenissen
  5. ruimte



Maak aantekeningen!

Slide 3 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
1. Tijd 
  • Flashback
  • Flash forward
  • chronologie
  • tijdsversnelling
  • tijdsvertraging
  • Vertelde tijd
  • Verteltijd

 2. Vertelperspectief
  • Ik-perspectief
  • Personaal perspectief
  • Alwetend perspectief
  • Meervoudig perspectief
  • (Onbetrouwbaar perspectief)
3. Personages
  • Hoofdpersonen
  • Bijpersonen
  • Round character (vol)
  • Flat character (plat)
  • Expliciet
  • Impliciet


4. gebeurtenissen
  • plot
  • verhaalstructuur
  • chronologie
  • causaliteit

Slide 4 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Ruimte / setting
  1. geografische ruimte
  2. sfeerscheppende ruimte (versterkend versus contrasterend)
  3. sociale ruimte
  4. symbolische ruimte 

Slide 5 - Tekstslide

Ruimte
  • Waar speelt het verhaal zich allemaal af?
  • Sfeer oproepen
  • Thema ondersteunen
  • Opbouw van het verhaal

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Communiceren doe je samen 2
Opdracht deel 1
1. Kies een van de afbeeldingen en beschrijf de ruimte in 4 zinnen. 
2. Schrijf daarna kort (2 zinnen) wat er gebeurt op de locatie (gebeurtenissen) en wie er betrokken zijn (personages).
timer
7:00

Slide 8 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Let ook op de weersomstandigheden... 

Slide 9 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Zou je hier willen overnachten?

Slide 10 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Zou je hier willen overnachten?

Slide 11 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Opdracht deel 2
Gebruik dezelfde afbeelding als bij opdracht 1. 
Het weer heeft effect op gebeurtenissen in een verhaal. 
Nu slaat het weer om: was het mooi weer, dan wordt het nu slecht weer. Was het slecht, dan kan het nog slechter worden of juist mooier worden. 
3. Schrijf op wat het veranderde weer doet met de personages in je korte verhaal. Schrijf minstens 3 zinnen. 
timer
7:00

Slide 12 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Opdracht 
Een specifieke ruimte kan ervoor zorgen dat een gebeurtenis versterkt of contrasteert. 
Leg uit wat de locatie is van de volgende gebeurtenissen: 
- romantisch diner
- begrafenis
- verjaardagsfeestje
timer
4:00

Slide 13 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Een specifieke ruimte kan ervoor zorgen dat een gebeurtenis versterkt of contrasteert. 
  • Kies een van de afbeeldingen en beschrijf een gebeurtenis die contrasteert met de locatie. 
  • Schrijf 3 zinnen. 
timer
7:00

Slide 14 - Tekstslide

Communiceren doe je samen 2
Lees verhaal 3 'Naar de overkant'.

  1. Wat is locatie(s) van het verhaal? 
  2. Beschrijf de sfeer die de locatie en de gebeurtenissen samen oproepen. 

Slide 15 - Tekstslide

Begrippen uit deze les
Ruimte / setting
geografische ruimte
sfeerscheppende ruimte (versterkend versus contrasterend)
sociale ruimte
symbolische ruimte 
Weer

Slide 16 - Tekstslide