Verbanden en signaalwoorden 1HV

Signaalwoorden en verbanden
- tien minuten huiswerk nakijken 
- nog uitleg nodig? 
- alles voorbereid voor woensdag?  
timer
10:00
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Signaalwoorden en verbanden
- tien minuten huiswerk nakijken 
- nog uitleg nodig? 
- alles voorbereid voor woensdag?  
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Verbanden en signaalwoorden
- zoek de tabel op in je handboek 
- wat is het verschil tussen deze twee zinnen? 

Het is glad, daarom ga ik met de bus. 
Het is glad = reden 
Het is glad, daardoor glijd ik uit. 
Het is glad = oorzaak

Slide 2 - Tekstslide

Het is glad = reden
Het is glad, daardoor glijd ik uit.
Het is glad = oorzaak
Het is glad, daarom ga ik met de bus.

Slide 3 - Open vraag

… je mijn fietsband plakt, mag je bij mij achterop.
A
Omdat
B
Als
C
Doordat
D
Tenzij

Slide 4 - Quizvraag

De eerste druk van Harry Potter levert nu bij de veiling miljoenen op, … toen de schrijfster begon met Harry Potter wilde niemand haar verhaal uitbrengen.
A
want
B
en
C
maar
D
hoewel

Slide 5 - Quizvraag

Max Verstappen had een omgeving waarin hij werd gestimuleerd om te racen … hij had veel aanleg voor de racesport.
A
want
B
omdat
C
maar
D
immers

Slide 6 - Quizvraag

Mijn moeder kookt elke week spruitjes, … ze vindt dat ik ze moet leren eten.
A
want
B
omdat
C
maar
D
immers

Slide 7 - Quizvraag

… mijn moeder elke week spruitjes kookt, lust ik ze helemaal niet meer.
A
Hoewel
B
Omdat
C
Mits
D
Doordat

Slide 8 - Quizvraag

Maak een zin met een tegenstelling. Gebruik daarbij een passend signaalwoord.
NB: De zin mag niet lijken op zinnen uit deze opdrachten.

Slide 9 - Open vraag

Maak een zin die begint met het signaalwoord ‘omdat’.
NB: De zin mag niet lijken op zinnen uit deze opdrachten.

Slide 10 - Open vraag

Opdracht 3
Schrijf de zinnen aan elkaar met één van onderstaande signaalwoorden.
- Je mag elk signaalwoord één keer gebruiken.
- Soms moet het signaalwoord aan het begin staan.
- Het kan dat je de volgorde van de zin een beetje moet aanpassen.

Signaalwoorden: maar / doordat / hoewel / en / als / want / doordat / omdat

Slide 11 - Tekstslide

1. Beyoncé is een geweldige zangeres & Taylor Swift had de grammy voor het beste album moeten winnen.

Signaalwoorden: maar / doordat / hoewel / en / als / want / doordat / omdat

Slide 12 - Open vraag

2. De deur stond open. & Een zeehond deed een dutje in mijn hotelkamer.

Signaalwoorden: maar / doordat / hoewel / en / als / want / doordat / omdat

Slide 13 - Open vraag

Opdracht 3
Ga nu verder met deze opdracht op Classroom. 


Slide 14 - Tekstslide