Overtuigend presenteren

Jezelf presenteren 
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Jezelf presenteren 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Waar moet je op letten als je jezelf moet presenteren op je stage?

Slide 3 - Open vraag

Zo presenteer je jezelf 
• Haal je handen uit je zakken, je kauwgom uit je mond en zet je mobiel uit.
• Geef de ander een hand en stel je voor met je voor- en achternaam.
• Let op de taal die je gebruikt. Tot ziens en u is beter dan doei en jij.
• Let op je lichaamstaal: kleed je verzorgd, blijf rechtop zitten en houd oogcontact.
• Herhaal belangrijke afspraken. Noteer ze meteen in je agenda.
• Probeer jezelf zo goed mogelijk te presenteren. Blijf jezelf en overdrijf niet. Wees eerlijk.
• Bereid op papier enkele vragen voor. Dit komt geïnteresseerd over. 

Slide 4 - Tekstslide

Presenteren voor publiek 

Slide 5 - Tekstslide

Spreekangst 
Spreken in het openbaar is een van de grootste angsten ter wereld maar.... geen stress...
Het komt echt goed. 

Slide 6 - Tekstslide

Waar moet je op letten als je een spreekbeurt of presentatie geeft?

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Video

Stap 1 een goede opening 
1) begin met een weetje of een feit

2) stel een vraag en betrek meteen het publiek
 
3) Begin met een verhaal  of grappige anekdote
(dit is de krachtigste manier maar vraagt LEF en voorbereiding)


Slide 9 - Tekstslide

WAT IS BELANGRIJKER??

DE PRESENTATIEVAARDIGHEDEN OF DE INHOUD? 

Slide 10 - Tekstslide

Overtuigend presenteren 
1) de kracht van stilte 
2) denk aan lichaamstaal
3) vertel een verhaal 
4) maak het visueel 
5) maak oogcontact
6) activeer je publiek
7) praat langzamer dan gewoonlijk
8) less is more
9) bedenk een goed einde
10) zeg dankjewel 



Slide 11 - Tekstslide

Waar gaan we aan werken? 
EEN KNALLER VAN EEN OPENING!!
CHARISMA (Persoonlijke aantrekkingskracht)
INTONATIE EN STEMGEBRUIK 
LICHAAMSTAAL
GOEDE VOORBEREIDING OP DE INHOUD 
CONNECTIE MET JE PUBLIEK 
TIPS VOOR VEEL ZELFVERTROUWEN 


Slide 12 - Tekstslide

Onzinverhalen met intonatie
Spel: 
Je krijgt van mij een zin en een emotie 
om deze zin uit te spreken. 
De klas moet deze emotie raden.

Slide 13 - Tekstslide

Start met je presentatie
Zie uitleg document 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

LAAT STILTES VALLEN 
Normaal gesproken houden mensen niet van stiltes. Die zijn onprettig of ongemakkelijk (de Engelstalige term awkward silence bestaat niet voor niets). Maar tijdens een presentatie kan stilte juist je beste vriend zijn. Als je naar voren stapt om te beginnen, zijn alle ogen op jou gericht. Wat moet je dan doen? Gewoon daar staan. Voor een paar seconden laat je even een stilte vallen. Haal diep adem, maar blijf stil. Misschien voelt het onprettig of ongemakkelijk, maar als je het echt doet, zal je publiek steeds nieuwsgieriger worden naar wat jij te melden hebt.
Gebruik vervolgens ook tíjdens je presentatie de kracht van stilte. Laat bijvoorbeeld stiltes vallen om spanning om te bouwen, iets te benadrukken en van die irritante stopwoordjes te voorkomen, zoals “ehm”, “nou”, “dus” en “zoals”.

Slide 16 - Tekstslide

DENK AAN LICHAAMSTAAL 
Deskundigen zeggen dat 55% van alle externe communicatie niet-verbaal is. Terwijl je een presentatie geeft, moet je dus goed op je lichaamstaal letten. Probeer niet te veel te bewegen, klik niet met je pen, schuif niet met je voeten en friemel ook niet aan je kleren. Gaap niet, tenzij je dat echt niet kunt voorkomen. En o ja, probeer niet voor je scherm te staan als je presenteert. Dat lijkt een inkoppertje, maar besef echt goed: als je voor je scherm staat, kan je publiek het niet zien. Besluit je toch te bewegen, doe dat dan voorzichtig.

Slide 17 - Tekstslide

VERTEL EEN VERHAAL
Mensen zijn dol op verhalen: we vinden het geweldig om ze te horen en minstens net zo leuk om ze te vertellen. Zonder uitzondering is IEDEREEN dol op een goed verhaal. Begin je presentatie met een ijsbreker, met iets waar iedereen affiniteit mee heeft… dus begin met een verhaaltje. “Hallo iedereen, ik wil vandaag graag een verhaal met jullie delen waarin…” Dat moet dan natuurlijk wel een op maat gemaakte anekdote zijn. Die kan over jouzelf gaan, of over iemand anders. Het kan historistisch zijn, of iets futuristisch. Hoe dan ook: schets met woorden een situatie die je publiek triggert om goed te luisteren en meegenomen te worden in je presentatie.

Slide 18 - Tekstslide

MAAK HET VISUEEL 
Een foto zegt meer dan duizend woorden. Afbeeldingen zijn sterker dan teksten. Waarschijnlijk is de meest gemaakte fout in presentaties de eindeloze hoeveelheid tekst. Dat is om één doodeenvoudige reden een probleem: tijdens je presentatie ben je aan het praten. Als er te veel tekst op je slides staat, dan moet je publiek veel lezen. En wat doet je publiek als ze aan het lezen zijn? Precies: dan zijn ze niet naar jou aan het luisteren.
Daar komt nog bovenop dat de kans groter is dat mensen dingen onthouden als ze zich een afbeelding kunnen inprenten, dat is wetenschappelijk bewezen. Het maakt niet uit of het om feiten, statistieken of een anekdote gaat: zolang het gepaard gaat met een afbeelding, is de kans groter dat het niet wordt vergeten.

Slide 19 - Tekstslide

MAAK OOGCONTACT 
Oogcontact is een andere belangrijke vorm van lichaamstaal. Als je aantekeningen gebruikt tijdens je presentatie (waar op zich niks mis mee is), kijk dan niet de hele tijd op je blaadje. Je aantekeningen moeten bestaan uit steekwoorden die dienen ter geheugensteuntje, dus houd ze bondig. Kijk er steeds zo kort mogelijk op.

Terwijl je tegen je publiek praat, kijk je de ruimte rond. Maak af en toe even oogcontact met een van je toehoorders en kijk dan weer verder de ruimte rond. Zo voelt de presentatie veel meer aan als een gesprek: alsof je mét ze praat in plaats van tégen ze. Maar focus trouwens nooit de hele tijd op slechts één iemand uit het publiek (zoals de docent, interviewer of rechter): dat kan ongemakkelijk worden.

Slide 20 - Tekstslide

ACTIVEER JE PUBLIEK 
Mensen hebben doorgaans veel talenten, maar in aandachtig luisteren zijn de meesten niet zo’n ster. De gemiddelde volwassene heeft een aandachtsspanne die varieert van ongeveer 8 seconden tot 20 minuten. Door je publiek iets te laten doen tijdens je presentatie, houd je ze wakker en betrokken. Stel bijvoorbeeld een vraag en inventariseer de antwoorden door mensen hun hand op te laten steken. Of vertel iets als “doe je ogen dicht en denk terug aan een moment waar op je…”. Of maak een grapje en laat ze lachen.

Wat je ook doet, zorg dat het onverwachts is. Je luisteraars krijgen misschien de neiging om verveeld te raken, hun smartphone erbij te pakken of hun ogen dicht te doen, maar door ze actief aan de slag te laten gaan kun je dat voorkomen en zullen ze beter gefocust zijn op wat je zegt.

Slide 21 - Tekstslide

PRAAT LANGZAMER DAN GEWOONLIJK
Het is vrijwel onmogelijk om tijdens een prestatie té langzaam te praten. Het omgekeerde gebeurt juist hartstikke vaak. Minder dus vaart terwijl je praat, en druk dan nog een beetje extra op de rem. Neem af en toe een mini-pauze. Geef je trouwens een presentatie in een taal die niet je moedertaal is? Maak je dan niet druk om je uitspraak of grammatica. Dat boeit je publiek een stuk minder dan je zelf denkt. Misschien ben je onzeker over je taalniveau, maar dat is echt nergens voor nodig. Uiteindelijk gaat het om wat je te zeggen hebt, niet hoe je het zegt, dus zorg dat je je punt maakt en dat met overtuiging doet.

Slide 22 - Tekstslide

LESS IS MORE 
Met uitzondering van de weekenden en je vakanties duren de meeste dingen in het leven te lang, in plaats van te kort. Denk maar eens terug aan je laatste les, laatste vergadering, laatste lezing of laatste vlucht. Dacht je toen “dit duurde te kort”? Waarschijnlijk niet, dus onthoud dat goed als je je presentatie voorbereidt. Hoe meer informatie je publiek hoort, hoe meer ze vergeten. En hoe meer ze vergeten, hoe minder ze onthouden. Houd het daarom simpel en zorg dat je presentatie één duidelijke boodschap heeft. Less is in dit geval écht more.

Slide 23 - Tekstslide

BEDENK EEN GOED EINDE 
Hoe je je presentatie afsluit, is bijna net zo belangrijk als hoe je die begint. Vraag jezelf daarom af: wat is het belangrijkste dat je je publiek te vertellen hebt? Wat is de onderliggende boodschap van de hele presentatie? Vat die samen in één zin: een krachtige opmerking die nog even zal na-echoën in het geheugen van je publiek.


Slide 24 - Tekstslide

ZEG DANKJEWEL 
Tot slot: je luisteraars hebben zojuist iets heel waardevols voor jou opgegeven: een beetje van hun tijd. Bedank ze dan ook daarvoor.

Slide 25 - Tekstslide

Nog een keer op een rij 
1) de kracht van stilte 
2) denk aan lichaamstaal
3) vertel een verhaal 
4) maak het visueel 
5) maak oogcontact
6) activeer je publiek
7) praat langzamer dan gewoonlijk
8) less is more
9) bedenk een goed einde
10) zeg dankjewel 



Slide 26 - Tekstslide

Pitch beoordelen 

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Hoe het niet moet 

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

FILMPJE ANALYSEREN 
https://www.youtube.com/watch?v=XI7U7gIPHE4

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Aan de slag 

Slide 35 - Tekstslide

Zenuwen? Even naar de wc 

Slide 36 - Tekstslide

HERHALING 4 V's 
VERRAS
VERBIND
VERTEL
VERANKER 

Slide 37 - Tekstslide

Je kunt een geweldige presentatie geven over "niks"... 

Slide 38 - Tekstslide

4 v's

Verras

Verbind

Vertel

Veranker 

Slide 39 - Tekstslide