13e cours (grammaire H)

Planning du jour
Grammaire (H) Het bijvoeglijk naamwoord
Au travail
Français en classe
Terugblik + Focusleren
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Planning du jour
Grammaire (H) Het bijvoeglijk naamwoord
Au travail
Français en classe
Terugblik + Focusleren

Slide 1 - Tekstslide

Terugblik
1. Zet de zinnen in de goede volgorde.

A.   a - les lunettes - porté - elle
B.   le garçon - au foot - joué - a
C.   regardé - a - Elsa - sur son portable

2. Vertaal de zinnen A t/m C in het Nederlands. 
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik
A.   Elle a porté les lunettes. 
- Zij heeft de bril gedragen

B.   Le lapin a joué au foot. 
- Het konijn heeft gevoetbald. 

C.   On a invité les amis pour mon anniversaire.
- Wij hebben (de) vrienden uitgenodigd voor mijn verjaardag.
D.   Elsa a regardé sur son portable. 
- Elsa heeft op haar telefoon gekeken


Slide 3 - Tekstslide

Français en classe
Overslaan.
timer
5:00

Slide 4 - Tekstslide

Focusleren
chapitre 5 
zie Magister. 
timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Het bijvoeglijk naamwoord
- geef 3 voorbeelden in het Nederlands

Slide 7 - Woordweb

timer
4:00
Bekijk woordenlijst chap5

- zoek 3 bijvoeglijk naamwoorden in het Frans

Slide 8 - Woordweb

Het bijvoeglijk naamwoord


Le livre > Le livre bleu-.
La trousse > La trousse bleue.
Les livres > Les livres bleus.
Les trousses > Les trousses bleues
Aantekening: schrijf op in je schrift!

Slide 9 - Tekstslide

Het bijvoeglijk naamwoord

Le livre bleu-.              = Het blauwe boek.
La trousse bleue.         = Het blauwe etui.
Les livres bleus.          = De blauwe boeken.
Les trousses bleues.    = De blauwe etuis.
Aantekening: schrijf op in je schrift!

Slide 10 - Tekstslide

Quiz
Let op! 
1. Tel hoeveel van de 6 vragen jij goed had. 
2. Er zit een timer van 20 sec. op elke vraag.

Slide 11 - Tekstslide

Kies het goede bijvoeglijk naamwoord.

La piscine est ....
A
bleu
B
bleue
C
bleus
D
bleues

Slide 12 - Quizvraag

La piscine est bleue

Slide 13 - Tekstslide

Kies het goede bijvoeglijk naamwoord.

Les lunettes sont ....
A
noir
B
noire
C
noirs
D
noires

Slide 14 - Quizvraag

Les lunettes sont noires

Slide 15 - Tekstslide

Kies het goede bijvoeglijk naamwoord.

C'est un T-shirt ....
A
vert
B
verte
C
verts
D
vertes

Slide 16 - Quizvraag

C'est un T-shirt vert-

Slide 17 - Tekstslide

Kies het goede bijvoeglijk naamwoord.

Ma copine est....
A
petit
B
petite
C
petits
D
petites

Slide 18 - Quizvraag

Ma copine est petite

Slide 19 - Tekstslide

Kies het goede bijvoeglijk naamwoord.

Le sac à dos est ....
A
vert
B
verte
C
verts
D
vertes

Slide 20 - Quizvraag

Le sac à dos est vert-

Slide 21 - Tekstslide

Kies het goede bijvoeglijk naamwoord.

Mes amis sont ....
A
grand
B
grande
C
grands
D
grandes

Slide 22 - Quizvraag

Mes amis sont grands

Slide 23 - Tekstslide

Hoeveel had je goed?
1
2
3
4
5
6
niks

Slide 24 - Poll

Au travail
page trente-huit
31a - beantwoord de vragen.
31b - lees de uitleg opnieuw.
31c - maak de tabel compleet. schrijf de juiste vormen van het bijv.nw op.
31d - kies het juiste bijvoeglijk naamwoord.
32a - lees de uitleg.
32b - schrijf het juiste bijvoeglijk naamwoord op. Let op!man/vrouw/ev/mv
32c - schrijf het juiste bijvoeglijk naamwoord op.
32d - bekijk het plaatje en maak de zinnen compleet met het juiste bijvnw.



Slide 25 - Tekstslide