Rebound Les: Vreemd geld

Vreemd geld 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vreemd geld 

Slide 1 - Tekstslide

je leert in deze les wat de invloed van vreemd geld op de internationale handel is en kunt berekeningen maken met vreemd geld
Vreemd geld

Slide 2 - Tekstslide

Wisselkoers is de prijs van een vreemde munteenheid uitgedrukt is euro's.

Wisselkoersen variëren
per dag.
Vreemd geld

Slide 3 - Tekstslide

wisselkoers verandering kan bedrijf geld kosten:
  1. onduidelijk wat bedrijf moet betalen of gaat ontvangen
  2. inkoopprijs product verandert als wisselkoers verandert
  3. consumentenprijs verandert niet mee met dagelijkse wisselkoers verandering
  4. wisselkoers verandering kan bedrijf geld kosten
wisselkoers verandering kan bedrijf ook geld opleveren
Vreemd geld

Slide 4 - Tekstslide

Als de wisselkoers in een land verandert: 
de wisselkoers in het andere land gaat omhoog > dan betaal je meer voor het product uit dat land > de import uit dat land daalt > de export naar dat land stijgt want de producten uit het andere land zijn goedkoper
Wat gebeurt er met de import / export?

Slide 5 - Tekstslide

Transactie kosten: De kosten die in rekening worden gebracht voor een transactie, zoals geld wisselen.

Let op: deze kosten heb je ook als je
in een land pint met een andere valuta.
Vreemd geld

Slide 6 - Tekstslide

  • Als je van vreemd geld omrekent naar euro's, dan vermenigvuldig je met de koers.
Ik heb 100 pond, hoeveel euro's kan ik kopen?
Dit is van vreemd geld naar euro's dus vermenigvuldigen
  • Als je van euro's naar vreemd omrekent, dan deel je door de koers.
Ik heb € 100, hoeveel pond kan ik kopen?
Dit is van euro's naar vreemd geld, dus delen.


Rekenen met: vreemd geld

Slide 7 - Tekstslide

De formules van de wisselkoersen:
- van vreemd geld naar euro's dan vermenigvuldig je
- van euro's naar vreemd geld, dan deel je.

Vreemd geld in de vraag?
Vermenigvuldigen!
5.5: Vreemd geld

Slide 8 - Tekstslide

- Vreemd geld x wisselkoers in € = euro’s
 
- Euro’s : wisselkoers in € = vreemd geld


5.5: Vreemd geld

Slide 9 - Tekstslide

Ik heb € 100, hoeveel pond kan ik kopen?
AANKOOPKOERS 

bedrag in euro's x wisselkoers = bedrag in vreemd geld dat je ontvangt
👉 100 x 0,85 = 85 GPB

Slide 10 - Tekstslide

Ik heb 100 pond over, hoeveel euro krijg ik daarvoor?
VERKOOPKOERS (hoogste)

bedrag in vreemd geld : koers per euro = bedrag in euro's
👉 100 : 0,86 = € 116,28

Slide 11 - Tekstslide

5.5: Vreemd geld

Slide 12 - Tekstslide

5.5: Vreemd geld

Slide 13 - Tekstslide

Je gaat op vakantie in een land wat geen €'s gebruikt, zoals bijvoorbeeld Indonesië (Bali, Java), de Verenigde Staten, Groot-Brittanië (Engeland, Schotland, Wales), Marokko, Nederlandse Antillen (Aruba, Bonaire, Curacao), Japan en Thailand. 
Je krijgt 250 euro zakgeld mee om zelf uit te geven.
Heb je een bijbaantje dan mag je het bedrag verhogen met wat je zelf nog mee zou kunnen nemen.


Vreemd geld

Slide 14 - Tekstslide

Ga in tweetallen met een laptop de volgende dingen opzoeken:

1. Welke valuta/munteenheid wordt in het land gebruikt?
2. Wat zijn de wisselkoersen op dit moment voor die valuta met de euro?
3. Hoeveel buitenlands geld krijg je voor je €250?
4. Wat kosten de dingen die jij (met dat geld) wilt gaan doen? (drinken, eten, bioscoop, clubentree, scooter huren)
* Maak van de antwoorden een powerpoint. Geef aan welke bronnen je voor elke vraag hebt gebruikt.
* Schrijf een conclusie of het je uiteindelijk meeviel of tegenviel en waarom.
Vreemd geld

Slide 15 - Tekstslide