2122 H5 formuleren bij examens #3

Les 3
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Les 3

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Bij het signaalwoord 'aangezien' hoort een tegenstellend tekstverband.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 3 - Quizvraag

Als je citeert, moet je zelf bedenken hoe je het antwoord formuleert.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Als bij de vraag staat: "Formuleer je antwoord in één of meerdere zinnen," maakt het niet uit hoeveel woorden je gebruikt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Als je een deel van de vraag overneemt, telt dit mee voor het aantal woorden dat je mag gebruiken.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

De signaalwoorden 'want', 'omdat' en 'namelijk' behoren tot hetzelfde tekstverband.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Huiswerk
  1. Lees de teksten van 2017-I in je tekstenbundel en bekijk de vragen.
  2. In het formuleer-boekje vind je bij opdracht 4 een uitwerkbijlage met schrijfkader.
  3. Maak de open vragen bij dit examen en vul de antwoorden in het schrijfkader in. 

Slide 13 - Tekstslide