Herhalingsles hoofdstuk 2 paragraaf 1,2 en 3

Herhalingsles paragraaf 1, 2 en 3
Mevrouw Bol
Meneer van den Heuvel
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhalingsles paragraaf 1, 2 en 3
Mevrouw Bol
Meneer van den Heuvel

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
  1. Je weet de definities van de begrippen van 2.1 t/m 2.3.
  2. Je kan voorbeelden bij deze begrippen noemen.
  3. Je kan, aan de hand van deze voorbeelden, een stadskaart ontwerpen. 

Slide 2 - Tekstslide

Vraag 1: Een stad heeft vier kenmerken. Welke hoort er niet bij?
A
Weinig verschillende soorten voorzieningen
B
Hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid
C
Beroepsbevolking in industrie en diensten
D
Veel voorzieningen dichtbij elkaar

Slide 3 - Quizvraag

Vraag 2: Bekijk de afbeelding.
Steden hebben vaak een gunstige ligging, namelijk:
A
In een gebied met heel veel ruimte
B
In een vlak gebied met rivieren of langs de kust
C
In een laaggelegen gebied
D
In een gebied met vruchtbare grond

Slide 4 - Quizvraag

Megastad
Hoofdstad
Wereldstad
Primate city
Hier zit meestal de regering van het land
Heeft meer dan 10 miljoen inwoners
Heeft veel inwoners én veel invloed in de wereld
Is vaak de grootste stad van het land
Is veel groter en belangrijker dan de tweede stad in het land

Slide 5 - Sleepvraag

Vraag 4: Met welk begrip bedoelen we de groei van steden?

Slide 6 - Open vraag

Vraag 5: Wat is de belangrijkste oorzaak van urbanisatie?
A
De gezelligheid in de stad
B
Ruimer en goedkoper kunnen wonen in de stad
C
Migratie van het platteland naar de stad
D
Het stijgen van het geboortecijfer in de stad

Slide 7 - Quizvraag

Urbanisatie in rijkere landen
Urbanisatie in armere landen
Suburbanisatie
Suburbs
Central Business District (CBD)
Zelfbouwwijken

Slide 8 - Sleepvraag

Vraag 7: Bekijk de afbeelding.
De Randstad is een stedelijk netwerk.
Waar zie je dit niet aan?
A
De verstedelijkingsgraad is hoog
B
De steden hebben goede onderlinge relaties
C
De Randstad bestaat uit meerdere grote steden
D
De steden zijn goed met elkaar verbonden

Slide 9 - Quizvraag

Vraag 8: Wat houdt de verstedelijkingsgraad in?

Slide 10 - Open vraag

Vraag 9: Wat is niet waar over het Central Business District (CBD)?
A
Er staan vaak wolkenkrabbers met kantoren
B
Het wordt ook wel het zakencentrum genoemd
C
Er zijn veel winkels en uitgaansgelegenheden
D
Er wonen veel mensen, omdat de grondprijzen er laag zijn

Slide 11 - Quizvraag

Stadsplanning
Infrastructuur
Openbare ruimte
Ruimtelijke ordening
Het stadsbestuur beslist hierin over de ontwikkeling van de stad, bijvoorbeeld over de aanleg van een treinstation
Voorzieningen die van iedereen zijn, zoals wegen, bruggen en straatverlichting
De ruimte die van iedereen is, zoals straten, pleinen en parken
Wetten en regels voor het gebruik van de ruimte

Slide 12 - Sleepvraag

Vraag 11: Bij citymarketing wordt er alles aan gedaan om een stad/regio aantrekkelijk te maken voor toeristen en bedrijven. Zoek 2 afbeeldingen waarin je citymarketing terugziet.

Slide 13 - Open vraag

Vraag 12: Vul in: Het verzorgingsgebied is het gebied dat door één (1)... wordt voorzien van (2)... .
A
(1) plaats, (2) goederen en diensten
B
(1) winkel, (2) goederen en diensten
C
(1) land, (2) werk en woningen
D
(1) regering, (2) werk en woningen

Slide 14 - Quizvraag

Lesdoelen
  1. Je weet de definities van de begrippen van 2.1 t/m 2.3.
  2. Je kan voorbeelden bij deze begrippen noemen.
  3. Je kan, aan de hand van deze voorbeelden, een stadskaart ontwerpen. 

Slide 15 - Tekstslide