In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 40 min
Onderdelen in deze les
Herhaling PAH trim 2
Herhalen
Herhalen
Herhalen
De sleutel tot succes
Slide 1 - Tekstslide
Wat is ontwikkeling?
A
Alle vooruitgang dat een mens boekt van bevruchting tot de dood.
B
Het geheel van veranderingen die een mens doormaakt van geboorte tot de dood.
C
Het geheel van veranderingen die een mens doormaakt van bevruchting tot de dood.
D
Alle vooruitgang dat een mens boekt van geboorte tot de dood.
Slide 2 - Quizvraag
Ontwikkelingsvormen
Ontwikkelingsebieden
Ontwikkelingsfactoren
Ontwikkelingsrichting
Nature
Fysieke ontwikkeling
Zelfbepaling
Groeien
Leren
Progressie
Cognitieve ontwikkeling
Nurture
Socio-emotionele ontwikkeling
Achteruitgang
Rijpen
Slide 3 - Sleepvraag
Het verliezen van een bepaalde functie noemen we...
A
Remissie
B
Redonatie
C
Regressie
D
Realisatie
Slide 4 - Quizvraag
Welke ontwikkelingsvorm herken je hier? Een baby van een maand kan nog niet zo scherp zien. Op 1 jarige leeftijd wel.
A
Groeien
B
Rijpen
C
Leren
D
Geen van deze 3
Slide 5 - Quizvraag
Welke ontwikkelingsfactor speelt hier een rol? Goed zijn in voetbal maar toch gaan basketten.
A
Nature
B
Nurture
C
Zelfbepaling
D
Geen van deze 3
Slide 6 - Quizvraag
Welke ontwikkelingsfactor speelt hier een rol? Frans kunnen praten.
A
Nature
B
Nurture
C
Zelfbepaling
D
Geen van de 3
Slide 7 - Quizvraag
Fysieke ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling
Socio-emotionele ontwikkeling
Sociale ontwikkeling
Geheugen
Lichamelijke groei + rijping
Sensoriek
Denken
Emotionele ontwikkeling
Identiteitsontwikkeling
Taal
Grove motoriek
Waarneming
Morele ontwikkeling
Seksuele ontwikkeling
Ontwikkeling van de wil
Fijne motoriek
Slide 8 - Sleepvraag
Welke mensvisie herken je hier? Samen met je ouders afspreken dat je nu pas om 17u thuis moet zijn ipv direct na school.
A
Emancipatorische mensvisie
B
Dynamische mensvisie
C
Holistische mensvisie
D
Geen van de 3
Slide 9 - Quizvraag
Wat is pedagogisch handelen?
A
Mensen doorheen hun leven begeleiden en gidsen
B
Het gedrag bestuderen, binnen en buiten.
C
Kinderen begeleiden tijdens hun opvoeding en groei.
D
Geen van deze 3.
Slide 10 - Quizvraag
Wat is de pedagogische vraag?
A
Het kind dat zijn noden en behoeften duidelijk maakt.
B
Opvoedingsvragen dat je aan een specialist stelt.
C
Vragen dat het kind aan de opvoeder stelt.
D
Geen van deze 3.
Slide 11 - Quizvraag
Wat is het pedagogisch aanbod?
A
Het kind dat zijn noden en behoeften duidelijk maakt.
B
Opvoedingstips toepassen.
C
De opvoeder dat gepast op de noden van het kind reageert.
D
Geen van deze 3.
Slide 12 - Quizvraag
Eerste opvoedingsmilieu
Tweede opvoedingsmilieu
Derde opvoedingsmilieu
Vierde opvoedingsmilieu
Ouders waar je woont
De hele wereld, sociale media, de culturen,...
De buurt, mensen rond jou, je vrienden, buren,...
Beroepsopvoeders
Slide 13 - Sleepvraag
Welk opvoedingsmiddel wordt hier beschreven? Zomaar een snoepje in de winkel nemen mag niet. Peter legt uit waarom niet aan zijn neefje. Dat is stelen, je moet er voor betalen.
A
Informatie overdracht
B
Straffen en belonen
C
Gewoontevorming
D
Leren door imitatie
Slide 14 - Quizvraag
Waarom gaan we pedagogisch handelen?
A
Voor een positief welbevinden en betrokkenheid en emotionele veiligheid