KNM thema 4

KNM thema 4
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

KNM thema 4

Slide 1 - Tekstslide

4.1 Gezond blijven
Niemand wil ziek zijn. Wat kan jij doen om gezond te blijven?

Slide 2 - Tekstslide

Je kunt veel dingen doen om gezond te blijven. Noem minimaal 3 dingen die je kunt doen.

Slide 3 - Open vraag

4.2 De huisarts en de apotheek

Pijnstiller
Huisarts, spreekuur
Huisartsenpost
Recept en herhaalrecept

Slide 4 - Tekstslide

Een spreekuur is een afspraak waarbij je de hulpverlener kunt vertellen hoe het met je gaat
A
Niet waar
B
Waar

Slide 5 - Quizvraag

wat moet je doen als je in het weekend naar de dokter wilt?
A
112 bellen
B
gewoon naar het ziekenhuis gaan
C
huisartsenpost bellen
D
niks

Slide 6 - Quizvraag

De huisarts geeft je een recept. Waar moet je dit ophalen?

Slide 7 - Open vraag

Wat doe je als je ziek bent? En wanneer ga je naar de dokter

Slide 8 - Open vraag

4.3 Naar het ziekenhuis
Doorverwijzen polikliniek, hier heb je een afspraak.

Verwijsbrief
Patiëntenpas (nu online)



Slide 9 - Tekstslide

Spoedeisende hulp
112

Ambulance

Noodgevallen

Slide 10 - Tekstslide

Wie werken er in de polikliniek?
A
huisartsen
B
specialisten
C
verloskundigen

Slide 11 - Quizvraag

Wanneer ga je naar de Spoedeisende Hulp?
A
rugpijn
B
kiespijn
C
gebroken been
D
hoofdpijn

Slide 12 - Quizvraag

Je hebt al 3 dagen hoofdpijn, wat doe je?
A
Je gaat naar de spoedeisende hulp
B
Je gaat naar de huisarts zonder afspraak
C
Je maakt een afspraak bij de polikliniek
D
Je maakt een afspraak bij de huisarts

Slide 13 - Quizvraag

4.4 de tandarts, fysiotherapeut en psycholoog

Tandarts = controle tanden -> zonder verwijzing
Fysiotherapeut = beter bewegen, sterkere spieren -> met verwijzing of zelf
Psycholoog = hulp bij problemen in je hoofd (geestelijke problemen) -> met verwijzing

Slide 14 - Tekstslide

4.5 Een kind krijgen
8 weken zwanger -> verloskundige
Gynaecoloog -> bij problemen met de zwangerschap

Kraamverzorgster
Consultatiebureau
Vaccinatie

Slide 15 - Tekstslide

Hoeveel weken krijgt een vrouw zwangerschapsverlof?
A
12
B
15
C
16
D
18

Slide 16 - Quizvraag

Hoeveel dagen krijgt de partner vrij?
A
3 dagen
B
1 week
C
2 weken
D
7 weken

Slide 17 - Quizvraag

4.6 Zorg voor ouderen
Thuiszorg: hulp die je krijgt om thuis te blijven wonen.
Mantelzorg: familie of buren helpen.
Extra zorg gaat via de huisarts of de wijkverpleegkundige. Zij maken een zorgplan.

Verzorgingstehuis: eigen kamer, je eet en leeft met anderen.
Verpleeghuis: voor mensen die bijna niets niets meer kunnen.

Slide 18 - Tekstslide

Je buurvrouw is langdurig ziek. Je haalt elke week boodschappen voor haar. Hoe noem je dat?
A
kraamzorg
B
thuiszorg
C
mantelzorg

Slide 19 - Quizvraag

4.7 De zorgverzekering
Basisverzekering -> verplicht
Aanvullende verzekering -> niet verplicht

Verzekeringsmaatschappij, premie
Eigen risico

Zorgtoeslag en declareren

Slide 20 - Tekstslide

Wat betekent zorgtoeslag?
A
je moet extra betalen omdat je veel verdient
B
je krijgt geld voor de premie omdat je weinig verdient
C
je betaalt voor extra zorg
D
je hoeft geen eigen risico te betalen

Slide 21 - Quizvraag

Hoe hoog is het eigen risico nu?
A
€ 100,--
B
€ 285,--
C
€ 385,--
D
€ 265,--

Slide 22 - Quizvraag

Wat betekent 'declareren'?
A
Geld terugvragen bij de verzekering
B
Geld terugvragen bij het ziekenhuis
C
Geld terugvragen bij de huisarts
D
Geld terugvragen bij de apotheek

Slide 23 - Quizvraag