Werkwoordspelling tegenwoordige tijd en verleden tijd (zwakke werkwoorden)

Werkwoordspelling tegenwoordige tijd 
en verleden tijd

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Werkwoordspelling tegenwoordige tijd 
en verleden tijd

Slide 1 - Tekstslide

Instructie
- Zoek de persoonsvorm of persoonsvormen in een zin
- Als het niet de persoonsvorm is, dan is het een voltooid deelwoord
- Gebruik het stappenplan

Slide 2 - Tekstslide

... (Stoten, tt) jij je
kleine teen tegen de stoelpoot?

Slide 3 - Open vraag

Gisteren ... (raden. vt) ik het goede getal en daarom mocht ik het snoepje hebben

Slide 4 - Open vraag

Gisteren ..... (bakken, vt) Jet en Mila
samen een heerlijke appeltaart

Slide 5 - Open vraag

De schilder ... (verven, tt)
alle kozijnen rood

Slide 6 - Open vraag

Vorig jaar ... (schoppen, vt)
ik mijn zusje regelmatig als ik boos was.

Slide 7 - Open vraag

Gisteren ..... (vloggen, vt) Monica en Enzo
over hun dagje uit samen

Slide 8 - Open vraag

In de zomer .... (branden, tt)
er een vreugdevuur op het strand

Slide 9 - Open vraag

De jongens .... (praten, vt) gisteren
aan één stuk door aan tafel over de wedstrijd

Slide 10 - Open vraag

Vorige week tijdens de toets
.... (verfrommelen, vt) ik dat spiekbriefje snel om niet betrapt te worden

Slide 11 - Open vraag

Tom... (boffen, tt) enorm als
hij een ijsje krijgt van zijn oma

Slide 12 - Open vraag

De bakker .... (kneden, tt)
het deeg voor het brood.

Slide 13 - Open vraag

Vorige week ... (verrassen, vt) mijn vader
mijn moeder met een bos bloemen.

Slide 14 - Open vraag

Vorig jaar .... (verloten, vt) mijn opa
zijn muntenverzameling onder
zijn kleinkinderen

Slide 15 - Open vraag

Vroeger ... (roken, vt) de mensen
veel vaker sigaretten dan tegenwoordig

Slide 16 - Open vraag

Vorige maand .... (waden, vt) wij
met zijn allen door de ondiepe sloot naar de overkant

Slide 17 - Open vraag

Gisteren .... (krabben, vt) Mia op haar hoofd, omdat ze luizen had

Slide 18 - Open vraag

Gisteren .... (vrezen, vt) Eric voor zijn leven

Slide 19 - Open vraag

Ik .... (blozen, vt) gisteren helemaal
toen die leuke jongen hallo tegen me zei

Slide 20 - Open vraag

.... (zetten, vt) jij vorige week de les Wiskunde op zijn kop?

Slide 21 - Open vraag

Vorig jaar .... (kaarten, vt) wij
elke vrijdagavond samen.

Slide 22 - Open vraag

Vorige week ... (baren, vt) mijn tante
een jongen en een meisje!

Slide 23 - Open vraag

De bakker .... (kneden, vt)
het deeg voor het brood.

Slide 24 - Open vraag

Mijn vader ... (verrassen, tt)
mijn moeder elke week met een bos bloemen.

Slide 25 - Open vraag

Jelle .... (waden, tt) door de ondiepe sloot naar de overkant

Slide 26 - Open vraag

.... (Blozen, tt) jij helemaal
als die leuke jongen hallo tegen je zegt?

Slide 27 - Open vraag

In 2022 ... (willen, tt) mijn oom mijn oudste neef naar Berlijn brengen.

Slide 28 - Open vraag

Die oude kast ... (zullen, vt) zeker een nieuw verfje kunnen gebruiken.

Slide 29 - Open vraag

De vrouw ... (hebben, tt) vanmorgen alle kinderen een sticker laten uitzoeken.

Slide 30 - Open vraag