Thema 3 Veiligheid

1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 54 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat is veiligheid?

Slide 3 - Woordweb

Belangrijke woord(en)
Veiligheid: De situatie waarin je niet in gevaar bent.

Slide 4 - Tekstslide

Startopdracht
Werkboek bladzijde 68 en 69.
Welke dingen hebben volgens jullie met veiligheid te maken?
Schrijf vijf dingen op.

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen les 1: Je veilig voelen.
Aan het einde van de les kan je uitleggen wat met veiligheid wordt bedoeld.
Aan het einde van de les kan je uitleggen dat het verschilt waar en wanneer iemand zich veilig voelt.
Aan het einde van de les kan je uitleggen wat geweld en veiligheid met elkaar te maken hebben.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Bekijk de afbeelding.
Wat blijkt uit de afbeelding?

A
Het bos is een veilige plek voor vrouwen.
B
Het verschilt per persoon wanneer iemand zich veilig voelt.
C
Veiligheid is voor veel mensen belangrijk.

Slide 8 - Quizvraag

Je veilig voelen
- veiligheid
- geweld

Les 1

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Lichamelijk
(fysiek)



geestelijk
psychisch
(mentaal)
GEWELD
Het is zichtbaar
bijvoorbeeld:
- slaan
- schoppen
- verwonden 
- vermoorden
Het is onzichtbaar
bijvoorbeeld:
schelden -
pesten -
dreigen -
verwaarlozing -

Slide 11 - Tekstslide

Wat zijn voorbeelden van geweld?
Klik de juiste antwoorden aan.
A
De tegenstander op het voetbalveld slaan.
B
Iemand in het café een duw geven.
C
Je vriend(in) uitschelden en bedreigen.
D
Weglopen bij een ruzie die uit de hand loopt.

Slide 12 - Quizvraag

Wat vertelt
deze kranten-
kop je?
A
Veiligheid is voor veel mensen belangrijk.
B
Slachtoffers van kunnen zich heel onveilig voelen.
C
Het verschilt per persoon waar iemand zich veilig voelt.

Slide 13 - Quizvraag


Wat heeft deze tekst met geweld te maken?
Wat heeft deze tekst met veiligheid te maken?


Slide 14 - Tekstslide

Denk jij dat afspraken op school tegen pesten helpen? En waarom?

Slide 15 - Open vraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Wat weet je nog over
veiligheid?

Slide 18 - Woordweb

Belangrijke woord(en)
Veiligheidsmaatregel: Een maatregel om een plek veiliger te maken.
Privacy: dat je dingen geheim of voor jezelf mag houden.

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoelen les 2: Veiligheid en privacy
Aan het einde van de les kan je uitleggen wat maatregelen zijn.
Aan het einde van de les kan je maatregelen benoemen die de veiligheid verbeteren.
Aan het einde van de les kan je uitleggen waarom veiligheidsmaatregelen gevolgen kunnen hebben voor je privacy.

Slide 20 - Tekstslide

Wat is een maatregel:
Een maatregel is een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. 

Slide 21 - Tekstslide

veiligheidsmaatregelen 
vanwege Corona
veiligheidsmaatregelen op een bouwplaats
veiligheidsmaatregel voor verkeersveiligheid

Slide 22 - Tekstslide

Waar is een veiligheidsmaatregel voor bedoeld?
A
Om een plek veiliger te maken.
B
Om mensen in de gaten te houden.
C
Om te laten zien dat iets of iemand gevaarlijk is.

Slide 23 - Quizvraag

Op welke foto zie jij een veiligheidsmaatregel?
A
foto 1
B
foto 2
C
foto 3

Slide 24 - Quizvraag

Welke
veiligheidsmaatregelen
ken jij?

Slide 25 - Woordweb

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Welke van deze voorbeelden gaan over privacy? Klik de twee juiste antwoorden aan.
A
Je hoeft je pincode niet aan andere mensen te geven.
B
Je mag geen autorijden als je alcohol hebt gedronken.
C
Je moet op het vliegveld je tas laten controleren.
D
Je moet je aan de verkeersregels houden.

Slide 28 - Quizvraag

Als je het met de jongen eens bent ga je links staan. Ben je het met het meisje eens dan ga je rechts staan.

Slide 29 - Tekstslide

Wat heeft deze afbeelding met privacy te maken?

Slide 30 - Open vraag

Waar moeten de fietshelmen voor zorgen?
A
Voor meer privacy voor fietsers.
B
Voor meer veiligheid voor fietsers.
C
Zodat de politie je niet herkent.

Slide 31 - Quizvraag

Wat zie je op deze afbeelding? Gebruik de woorden veiligheid(maatregel) en privacy in je antwoord.

Slide 32 - Open vraag

Les 3 Crimineel gedrag
- regels en wetten
- overtreding & misdrijf
- strafblad
- gevolgen
Les 3

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Belangrijke woord(en)
Wet: Een regel die in het wetboek staat en waar iedereen zich aan moet houden.
Overtreding: iets doen waarbij je je niet aan de regel houdt.
Misdrijf: een ernstige overtreding van een wet of regel.
Crimineel gedrag: iets doen waarbij je een ernstige overtreding van wet of regel maakt.
Strafblad: een document waarin staat dat je de wet hebt overtreden. (als je we overtreedt kun je een strafblad krijgen)



Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Hoe noem je een regel waaraan iedereen zich moet houden?
A
Een strafblad
B
Een taakstraf
C
Een wet.

Slide 38 - Quizvraag

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Tekstslide

Burgerlijk Wetboek
alle regels en rechten staan in deze boeken
(het zijn er in totaal 10!)
als je je niet aan de wet of reg houdt = overtreding
In het Wetboek van Strafrecht staan alle straffen.

Slide 45 - Tekstslide

overtreding of misdrijf?
Overtredingen zijn licht strafbare feiten zoals: vandalisme, openbare dronkenschap en te hard rijden.
Misdrijven zijn zwaardere strafbare feiten zoals: moord, handel in drugs, diefstal en verkrachting.
*strafbaar feit = iets dat volgens de wet strafbaar is

Slide 46 - Tekstslide

legaal of illegaal?
vuurwerk?
graffiti?
drugs?
vluchtelingen?

Slide 47 - Tekstslide

strafblad
Op een strafblad staat welke overtreding je hebt begaan.

Een strafblad kan ervoor zorgen dat je geen baan krijgt of geen opleiding kan volgen.

alleen als je ouder bent dan 12 jaar!

Slide 48 - Tekstslide

straffen
- taakstraf
- bureau Halt
- rechter

Les 4

Slide 49 - Tekstslide

Taakstraf:
Een straf waarbij je moet werken, je krijgt NIET betaald.
Meestal is dit heel stom werk, bijvoorbeeld: vuilnis opruimen, wc's schoonmaken.
Een taakstraf komt op een strafblad te staan.

Ben je tussen de 12-18 jaar? Dan stuurt de politie je naar 
Bureau Halt

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Video

De rechtbank:
verdachte
advocaat
officier van justitie
griffier
(slachtoffer)

Slide 52 - Tekstslide

Wie zit eigenlijk waar in de rechtzaal?
Wie zit eigenlijk waar in de rechtzaal?

Slide 53 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van crimineel gedrag:

Slide 54 - Open vraag