Signaalwoorden en tekstverbanden

                                                               - Wat doen we vandaag?
-                                                    -Terugblik vorig les
-                                                                                                     - signaalwoorden herkennen en gebruiken
-                             -  quizz   
-                                 - oefening
-                                    -              - exit ticket invullen

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

                                                               - Wat doen we vandaag?
-                                                    -Terugblik vorig les
-                                                                                                     - signaalwoorden herkennen en gebruiken
-                             -  quizz   
-                                 - oefening
-                                    -              - exit ticket invullen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
Aan het eind van de les kan ik:
-  signaalwoorden van opsomming en tegenstelling herkennen
- signaalwoorden van opsomming en tegenstelling correct gebruiken in mijn eigen zinnen.

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik vorige les

Welke tekstdoelen  ken je?

Welke tekstsoorten ken je?


Slide 4 - Tekstslide

Wat zijn signaalwoorden?
Woorden die helpen om zinnen beter te begrijpen
Woorden die altijd moeilijke betekenissen hebben.
Woorden die alleen in verhalen worden gebruikt.
Woorden die niet belangrijk zijn in een tekst.

Slide 5 - Poll

0

Slide 6 - Video

Vraag
Wat is je opgevallen in het filmpje?

Slide 7 - Tekstslide

Wat is een signaalwoord?
  • Signaalwoorden zijn woorden die helpen om een tekst beter te begrijpen. 
  • Signaalwoorden laten zien wat er gaat komen in de tekst, zodat je de tekst kan begrijpen. Ze geven een seintje/teken!
  • Ze laten zien hoe zinnen met elkaar verbonden zijn. 

Slide 8 - Tekstslide

Opsomming

Slide 9 - Tekstslide

Opsomming
Sporten heeft veel voordelen voor je gezondheid. Ten eerste helpt regelmatig bewegen om je conditie te verbeteren.  Daarnaast zorgt sporten ervoor dat je spieren sterker worden, wat belangrijk is voor je lichaamshouding. Bovendien kan sporten je helpen om stress te verminderen. Tenslotte is sporten ook goed voor je sociale leven, omdat je vaak in teamverband speelt of nieuwe mensen ontmoet.

Slide 10 - Tekstslide

Opsomming
Sporten heeft veel voordelen voor je gezondheid. Ten eerste helpt regelmatig bewegen om je conditie te verbeteren. Daarnaast zorgt sporten ervoor dat je spieren sterker worden, wat belangrijk is voor je lichaamshouding. Bovendien kan sporten je helpen om stress te verminderen. Tenslotte is sporten ook goed voor je sociale leven, omdat je vaak in teamverband speelt of nieuwe mensen ontmoet.

Slide 11 - Tekstslide

Tegenstelling

Slide 12 - Tekstslide

Tekstverband: Tegenstelling
In de zomer kan het in Nederland erg warm zijn, met temperaturen die soms oplopen tot boven de 30 graden. Maar in de winter is het meestal koud en liggen de temperaturen vaak rond het vriespunt.  Aan de ene kant is het weer in de zomer stabieler, aan de andere kant is de winter vaak onvoorspelbaar.

Slide 13 - Tekstslide

Tekstverband: Tegenstelling
In de zomer kan het in Nederland erg warm zijn, met temperaturen die soms oplopen tot boven de 30 graden. Maar in de winter is het meestal koud en liggen de temperaturen vaak rond het vriespunt.  Aan de ene kant is het weer in de zomer stabieler, aan de andere kant is de winter vaak onvoorspelbaar.

Slide 14 - Tekstslide

Welk signaalwoord past in de zin: In ................de hond .............. de kat zijn hier, kunnen ze samen spelen.
A
Zowel... als....
B
Daartegenover
C
Ten tweede
D
Niet alleen....maar ook...

Slide 15 - Quizvraag

Welk signaalwoord past in de zin:
Ik ben moe; ..................wil ik toch nog een film kijken.
A
verder
B
en
C
integendeel
D
toch

Slide 16 - Quizvraag



Welk signaalwoord past in de zin:
Ik hou van fietsen; ............ ga ik regelmatig hardlopen.


A
maar
B
daarnaast
C
verder
D
echter

Slide 17 - Quizvraag

Flashcard Quizz
Let op!
Je krijgt een beurt om de uitgekozen flascard in de juiste rij de plaatsen!

Slide 18 - Tekstslide

Maak nu:
                                                  Mavo: blz 32 oefening 32
                                                                Havo: Blz 23 oefening 18
timer
5:00

Slide 19 - Tekstslide

Antwoorden oefening 31 mavo

Antwoorden oefening 18 havo

Slide 20 - Tekstslide

Exit ticket
Vul hem a.u.b. in!

Slide 21 - Tekstslide