lapbook 3gl/k

Herhaling / wat weten we al? 
Fictie
presenteren boek 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Herhaling / wat weten we al? 
Fictie
presenteren boek 

Slide 1 - Tekstslide


Is dit fictie of non-fictie?
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 2 - Quizvraag



Is dit fictie of non-fictie?
A
fictie
B
non-fictie

Slide 3 - Quizvraag




Fictie of non-fictie?
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 4 - Quizvraag

Genre/verhaalsoort
Een genre is een verhaalsoort.

Sommige boeken/films hebben meerdere genres. 

Slide 5 - Tekstslide

Genre?
Genre?

Slide 6 - Tekstslide

Ruimte
  • Ruimte als plaats: land, plaats, huis, kamer, gebouw, park, etc.
  • Sfeer in de ruimte: angstig, beklemmend, hoopvol, vreugdevol, etc.

Slide 7 - Tekstslide

Ruimte

Slide 8 - Tekstslide

Wat is hier GEEN voorbeeld van ruimte in een verhaal?
A
het karakter van de hoofdpersoon
B
School
C
Stad
D
Italië

Slide 9 - Quizvraag

Tijd van een verhaal


  • Het heden (nu)
  • Het verleden
  • De toekomst

Slide 10 - Tekstslide

Tijd
- tijd waarin het verhaal zich afspeelt
- vertelde tijd 
- verteltijd
- chronologisch verhaal
        - terugverwijzing
        - vooruitwijzing
- niet-chronologisch verhaal
        - flashbacks

Slide 11 - Tekstslide

Tijd
Historische tijd: in welke tijd speelt het verhaal zich af
Tijdsduur: de vertelde tijd
(Een verhaal speelt zich gedurende  uren, dagen of jaren af)
Tijdsvolgorde: chronologisch of spelen met tijdsvolgorde door bijvoorbeeld flashbacks of flashforwards


Slide 12 - Tekstslide

Historische tijd
In welke tijdsperiode speelt het verhaal zich af?
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de Gouden Eeuw of in 1980...
Kijk naar:
  • Jaartallen
  • Kleding, gebruiken
  • Historische figuren, gebeurtenissen
  • Beschrijving ruimte van de tijd

Slide 13 - Tekstslide

Chronologie

Een verhaal noem je chronologisch als de gebeurtenissen in het verhaal worden verteld in de volgorde zoals ze zich in werkelijkheid ook hadden afgespeeld.


Slide 14 - Tekstslide

 Flashback en Flashforward

Wanneer een personage terugblikt of vooruitblikt op een gebeurtenis spreek je van een flashback of flash-forward/vooruitwijzing. De gebeurtenis onderbreekt de loop van het verhaal. 




Slide 15 - Tekstslide

Wat is 'chronologisch'?
A
Van begin tot eind
B
Beginnen in het midden
C
Beginnen aan het einde
D
Zonder flashback/flashforward

Slide 16 - Quizvraag

De ontwikkeling van een hoofdpersoon
  1. Fase 1:  Het leven van de hoofdpersoon is normaal - alles is al een tijd hetzelfde
  2. Fase 2: Er gebeurt iets waardoor het leven van de hoofdpersoon verandert
  3. Fase 3: De hoofdpersoon moet met de verandering leren omgaan
  4. Fase 4: De situatie is weer "normaal", maar anders dan aan het begin. De hoofdpersoon is bijvoorbeeld veranderd of heeft een les geleerd 
De ontwikkeling van de hoofdpersoon 

Slide 17 - Tekstslide

Hoofdpersoon

Er wordt aangegeven wie de hoofdpersoon is...
...en er wordt verteld hoe de hoofdpersoon eruit ziet en wat het karakter van de hoofdpersoon is… 
…en er wordt verteld welke ontwikkeling de hoofdpersoon doormaakt.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Plot / verhaallijn
Plot/ verhaallijn = een reeks gebeurtenissen en acties die zich ontvouwen in een verhaal. 
Er zijn boeken met 1 verhaallijn maar ook met meer verhaallijnen door elkaar. 

Je kunt verhaallijnen herkennen door:
Meer hoofdpersonen met een eigen perspectief
Het verhaal kan zich afspelen in verschillende tijden
Het verhaal kan zich afspelen op verschillende plaatsen 

Slide 20 - Tekstslide

Thema (onderwerp)
Een aantal voorbeelden van thema's:
 liefde,  gelijkwaardigheid, religie, gezondheid, culturen, cultuurverschillen, onvervulde verlangens, racisme, discriminatie, vriendschap,  loyaliteit, rivaliteit,  ouderdom,  verveling, afgunst, kinderwens, vrouwenrechten, familiesystemen, marketing, management, klimaatproblematiek, drugs,  psychologie, literatuur, specifieke werkvelden, pesten, mantelzorg, spiritualiteit, financiën, oorlog… etc.




Slide 21 - Tekstslide

Vertelperspectief
Als je een verhaal leest, wordt het verhaal aan jou gepresenteerd vanuit een bepaald standpunt. Dit noem je het vertelperspectief.
Je kent de volgende vertelperspectieven:
  • Ik-vertelperspectief
  • Personaal vertelperspectief
  • Auctoriaal vertelperspectief

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht
maak alvast een opzet voor je lapbook.

Slide 23 - Tekstslide

Zelfstandig werken aan de literaire mindmap 

Slide 24 - Tekstslide