H6 P3

6.3 Licht en kleur
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

6.3 Licht en kleur

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
6.3.1 Je kunt uitleggen wat een spectrum is en hoe je een spectrum zichtbaar maakt.
6.3.2 Je kunt uitleggen wat je met een zakspectroscoop kunt onderzoeken.
6.3.3 Je kunt uitleggen hoe je een voorwerp met een bepaalde kleur ziet bij verschillende kleuren licht.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Het kleurenspectrum
Het witte zonlicht bestaat uit alle kleuren van de regenboog. Dat zie je als je zonlicht op een prisma laat vallen, zoals in de opstelling van afbeelding 2. Op het scherm is dan een reeks kleuren te zien: rood, oranje, geel, groen, blauw en violet. Zo’n reeks kleuren wordt een spectrum genoemd.
  

Je kunt de verschillende kleuren licht ook weer samenvoegen. Je krijgt dan weer wit licht.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

De zakspectroscoop
Met een zakspectroscoop kun je de samenstelling van licht onderzoeken (afbeelding 3). Als je in de spectroscoop kijkt, zie je een spectrum van het licht van de lamp. Je kunt zo zien uit welke kleuren het licht bestaat.





Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Lamplicht

De meeste lampen geven licht dat uit verschillende kleuren bestaat (afbeelding 4). Normaal gesproken zie je die kleuren niet; je ziet alleen een mengkleur. In het licht van een halogeenlamp zitten bijvoorbeeld alle kleuren van de regenboog. Toch heeft het licht van een halogeenlamp geen duidelijke kleur – het is een beetje gelig.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Gekleurde voorwerpen zien
Overdag worden de dingen om je heen door de zon verlicht. Je ziet de wereld om je heen dan in kleur. Die kleuren ontstaan doordat veel voorwerpen maar een deel van het zonlicht terugkaatsen. Een gele trui weerkaatst vooral geel licht, een rode trui vooral rood licht, een blauwe trui vooral blauw licht, enzovoort (afbeelding 5). Het licht dat niet wordt teruggekaatst, wordt geabsorbeerd (= opgenomen). Het licht wordt daarbij omgezet in warmte.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Mengkleuren
Bijna alle kleuren in de wereld om je heen zijn mengkleuren. Een gele trui bijvoorbeeld kaatst niet alleen geel licht terug, maar ook oranje en groen licht. Je ogen kunnen dit mengsel van kleuren niet onderscheiden van zuiver geel licht.
Witte voorwerpen kaatsen bijna al het zonlicht terug. Daarbij worden alle kleuren even sterk weerkaatst. In het weerkaatste licht vind je (net als in het zonlicht zelf) alle kleuren van de regenboog. Zwarte voorwerpen kaatsen maar weinig licht terug. Bijna al het zonlicht wordt geabsorbeerd, van welke kleur het ook is.
 


Slide 13 - Tekstslide

Het licht van lampen
Er zijn lampen die maar één kleur licht geven. De voorwerpen die je met zo’n lamp verlicht, kunnen alleen die ene kleur licht terugkaatsen. Andere kleuren zijn er gewoon niet. De wereld ziet er dan heel anders uit dan je gewend bent (afbeelding 6).


In straatlantaarns worden soms natriumlampen gebruikt. Die geven zuiver geel licht. Een witte trui en een gele trui lijken onder een natriumlamp allebei geel. Het gele licht van de natriumlamp wordt door de twee truien grotendeels teruggekaatst.  


Slide 14 - Tekstslide

Als je een paarse trui bekijkt onder een natriumlamp, lijkt hij zwart. Dat komt doordat de paarse trui voornamelijk paars licht terugkaatst. Het gele licht van de natriumlamp wordt bijna helemaal geabsorbeerd. De trui kaatst dus bijna geen licht terug, waardoor hij zwart lijkt.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide


Zonlicht kun je splitsen in verschillende kleuren met een ......

De reeks kleuren die zo ontstaat, noem je een ...... 

Wat kan je met een zakspectroscoop zien?

Welke kleur absorbeert een rode trui?

Een blauwe trui onder een gele lamp lijkt?

Slide 17 - Tekstslide

Opdrachten maken
Wat: lees paragraaf 6.3
Hoe: helemaal stil! muziek mag in! 
Hulp: Steek je vinger op
Tijd:  ???? minuten lang 
Huiswerk: opgave 1 t/m 10 van paragraaf 6.3
Klaar?: ga bezig met een ander vak! 

Slide 18 - Tekstslide

H6 P3

Slide 19 - Tekstslide