NT2 Welkom in Nederland H4 Wonen

    WONEN
NT2
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

    WONEN
NT2

Slide 1 - Tekstslide

Wonen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Ik woon in Waalwijk.
Woon ______ ook in Waalwijk?
A
wij
B
je
C
zij
D
jij

Slide 4 - Quizvraag

Ik woon in een ....
A
stad
B
dorp

Slide 5 - Quizvraag

In ................. wonen veel mensen.
A
de stad
B
het dorp

Slide 6 - Quizvraag

In welke ________ woon jij?
Ik woon in Breda.
A
plaats
B
Nederland
C
buurman
D
wonen

Slide 7 - Quizvraag

Waar kan je in wonen?

Slide 8 - Woordweb

In een flat zijn ….
A
veel huizen.
B
weinig huizen

Slide 9 - Quizvraag

Ik woon op de 5e ......
A
verdieping
B
flat
C
etage
D
huis

Slide 10 - Quizvraag

Op welke ................ woon jij? Ik woon op de hoogste.
A
want
B
door
C
verdieping
D
huur

Slide 11 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Camper
B
Caravan
C
Tent
D
Bus

Slide 12 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Bus
B
Caravan
C
Camper
D
Tent

Slide 13 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Hoekhuis
B
Flat
C
Rijtjeshuis
D
Villa

Slide 14 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Woonboot
B
Flat
C
Rijtjeshuis
D
Villa

Slide 15 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Woonboot
B
Flat
C
Rijtjeshuis
D
Villa

Slide 16 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Woonboot
B
Flat
C
Rijtjeshuis
D
Villa

Slide 17 - Quizvraag

Wat is dit?
A
Woonboot
B
Flat
C
Rijtjeshuis
D
Villa

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

In wat voor soort huis heb jij gewoond?

Slide 21 - Open vraag

Waar wil jij wonen?

Slide 22 - Woordweb

Slide 23 - Tekstslide

Alle woningen op een rij
rijtjeshuis                                 etage
villa                                              verzorgingshuis
hoekhuis                                   opvanghuis
twee onder een kap              eengezinswoning
vrijstaand huis
flat
appartement

Slide 24 - Tekstslide

Een huis kopen
  • geld lenen -> hypotheek
  • hypotheek -> bij bank of verzekeringsmaatschappij
  • hypotheek -> met vaste baan
  • hoeveel lenen -> afhankelijk van je inkomen
  • hypotheek -> rente betalen
  • belasting -> je kan een deel van de rente terugkrijgen van de belasting

Slide 25 - Tekstslide

De makelaar
De makelaar is iemand die helpt om een huis te kopen of te verkopen.
Zoek je een huis om te kopen: www.funda.nl Daar staat de vraagprijs.
Wil je het huis zien? Maak een afspraak voor een bezichtiging.
Wil je het huis kopen? Dan doe je een bod. 
Het contract teken je bij de notaris.

Slide 26 - Tekstslide

Je eigen huis
Je betaalt zelf alle reparaties en onderhoud:
  • schilderen
  • kapotte dingen vervangen

Maak oefening 4 en 5 op blz 86
Maak extra opdracht op blz 100 en 101

Slide 27 - Tekstslide

Antwoorden oefening 4
1 vraagprijs
2 rente
3 makelaar
4 notaris
5 geschikt
6 onderhoud

Slide 28 - Tekstslide

Antwoorden oefening 5 
4 Ze zijn naar de notaris geweest om het contract te tekenen.
1 Ze hebben op internet gekeken naar geschikte huizen.
2 Ze hebben een makelaar gebeld om een huis te bekijken.
3 Ze hebben via de makelaar afgesproken welke prijs ze betalen.
5 Ze zorgen voor reparaties en onderhoud van het huis.


Slide 29 - Tekstslide

antwoorden extra oefening 
Lezen
1 b
2 a
3 a
4 c

Slide 30 - Tekstslide

antwoorden extra oefening 
Schrijven
Je hebt drie punten genoemd in hele zinnen, bijvoorbeeld:
■ Het is een mooi verbouwd appartement.
■ Het heeft een ruim balkon.
■ Het ligt dicht bij wegen, openbaar vervoer, een park en winkels.
■ Het ligt aan een rustige weg.

Slide 31 - Tekstslide

Een sociale huurwoning
  • als je weinig inkomen hebt
  • Je schrijft je in als woningzoekende
  • bij organisatie met woningcorporaties
  • hangt af van je inkomen, aantal mensen en soms je leeftijd
  • kan lang duren, tot wel 5 jaar: hoe langer ingeschreven hoe meer kans op een woning
  • urgentieverklaring bij gemeente: sneller een huis

Slide 32 - Tekstslide

Een huis huren in de vrije sector
  • hogere huur
  • van woningcorporatie of huisbaas (particulier)
  • zoeken-> in advertenties of via makelaar

Maak oefening 6 blz 88

Slide 33 - Tekstslide

Antwoorden oefening 6
1 niet waar
2 waar
3 niet waar
4 niet waar
5 niet waar

Slide 34 - Tekstslide

Het huurcontract
  • als je huurt teken je een huurcontract -> met de regels van de verhuurder:
  •  hoeveel huur
  • servicekosten
  • reparaties en onderhoud: bijv schilderen en kapotte kraan
  • huur opzeggen als je wilt verhuizen

Slide 35 - Tekstslide

Huurtoeslag en huurcommissie
  • huur te hoog?
  • vraag huurtoeslag aan bij de belastingdienst:
  • www.toeslagen.nl
  • problemen met verhuurder?
  • je kan hulp vragen bij de huurcommissie:
  • www.huurcommissie.nl
Maak 7 en 8 blz 89

Slide 36 - Tekstslide

Antwoorden oefening 7
3 Ze hebben via internet op een geschikte woning gereageerd.
1 Ze hebben zich ingeschreven als woningzoekende.
5 Ze hebben een huurcontract getekend.
2 Ze hebben op internet naar huurwoningen gezocht.
4 Ze zijn gaan kijken in de woning.

Slide 37 - Tekstslide

Antwoorden oefening 8
1 b
2 e
3 a
4 c
5 d

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide