7.5 - Kringlopen

Welkom!
Zit je op je eigen plek?
WC-check? Gaan voor de les begint
Ligt je boek, schrift en pen/potlood op tafel?
Dan kan je kletsen tot de les begint
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Zit je op je eigen plek?
WC-check? Gaan voor de les begint
Ligt je boek, schrift en pen/potlood op tafel?
Dan kan je kletsen tot de les begint

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Woensdag - 7.4: Veranderende ecosystemen
Donderdag (2x) - 7.5: Kringlopen
Vrijdag - 7.6: Duurzaamheid en natuurbescherming

Slide 2 - Tekstslide

Thema 7 - Ecologie en milieu



LessonUp klas: rplzz
Online boek: 532446

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Thema 7 - Ecologie en milieu



LessonUp klas: rplzz
Online boek: 532446

Slide 6 - Tekstslide

Thema 7 - Ecologie en milieu
7.1 - Organismen (160)
7.2 - Populaties (169)
7.3 - Ecosystemen (178)
7.4 - Veranderende ecosystemen (187)
7.5 - Kringlopen (196)
7.6 - Duurzaamheid en natuurbescherming (204)
7.7 - Voedselproductie (214)
7.8 - Energie (224)

Slide 7 - Tekstslide

Herhaling

Slide 8 - Tekstslide

2023-I

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Wat staat er altijd onderaan de voedselpiramide? En wat bovenaan?
A
Onder: consument 2e orde Boven: consument 1e orde
B
Onder: producent Boven: consument 3e orde
C
Onder: consument 1e orde Boven: producent
D
Onder: producent Boven: consument 1e orde

Slide 13 - Quizvraag

In de afbeelding staat een voedselpiramide afgebeeld. Is dit een piramide van biomassa of een piramide van aantallen? En bij welke groep kan het organisme in de top van de piramide ingedeeld worden?
A
Het is een piramide van aantallen. Het organisme hoort bij de consumenten
B
Het is een piramide van aantallen. Het organisme hoort bij de producenten.
C
Het is een piramide van biomassa. Het organisme hoort bij de consumenten.
D
Het is een piramide van biomassa. Het organisme hoort bij de producenten.

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de biomassa?
A
Het gewicht van alle organisme in een gebied
B
Het totale gewicht van alle organische stoffen in een organisme
C
De energie die wordt doorgegeven tussen organismes

Slide 15 - Quizvraag

7.5 - Kringlopen

Bladzijde 196
BiNaS: 93F,G

Slide 16 - Tekstslide

Doelen van deze paragraaf
Je kunt de koolstofkringloop beschrijven
Je kunt de stikstofkringloop beschrijven

Slide 17 - Tekstslide

Kringloop
Betekent dat er hergebruik is
Koolstof/stikstof gaat niet verloren, maar krijgt andere vorm

Slide 18 - Tekstslide

Eenvoudige koolstofkringloop
CO2 ontstaat bij dissimilatie
Koolstof in dode resten/uitwerpselen

CO2 hergebruikt voor producenten

Slide 19 - Tekstslide

Koolstofkringlopen op het land
Snelle koolstofkringloop -> via uitademing/reducenten (max 100 jaar)
Langzame koolstofkringloop -> opgeslagen in de bodem (fossiele brandstof, meer dan 100 jaar)

Uitademing en dode resten
CO2 uit de lucht direct door planten opgenomen

Slide 20 - Tekstslide

Extra CO2 in de lucht
Broeikasgassen (ozonlaag) -> houdt warmte van zon tegen
Hogere concentratie CO2 door verbranding fossiele brandstof
Meer warmte tegengehouden vanaf aarde -> klimaat verandert

Hierdoor andere soorten in Nederland (afhankelijk van tolerantiegrenzen)

Slide 21 - Tekstslide

Stikstofverbindingen als meststof
Kunstmest gebruikt voor akkers -> zit fosfaat en stikstof in
Dit kan uit de bodem spoelen en in water terechtkomen (eutrofiëring): hierdoor groeien veel algen 

Algen in de zomer afgestorven en afgebroken -> hiervoor is zuurstof nodig
Gevolg: zuurstof verdwijnt uit het water

Slide 22 - Tekstslide

79% v/d lucht N2

Bodem:
NH4+, NO2-, NO3-

Planten nemen (voorname-
lijk) NO3- op uit de bodem
Maken eiwitten en amino-
zuren
De stikstofkringloop

Slide 23 - Tekstslide

Eenvoudige stikstofkringloop
Stikstof (N) wordt ook in een kringloop doorgegeven en op die manier behouden
Producenten nemen anorganische nitraat (NO3-) op om aminozuren te kunnen maken: stikstofassimilatie
De hieruit ontstane eiwitten door consumenten gegeten
Urine en dode resten bevatten de stikstof -> komt in bodem
-> afgebroken door reducenten tot NH3 (ammoniak) en NH4+ (ammonium)
Andere bacteriën maken daar eerst nitriet (NO2-) en dan nitraat (NO3-) van.

Slide 24 - Tekstslide

Ammoniak en de stikstofkringloop
Rottingsbacteriën en urobacteriën breken eiwitten in urine anaeroob af: ammoniak (rottingsgeur) -> ammonificatie


Slide 25 - Tekstslide

Stikstof in de bodem

Ammonium naar nitraat -> aeroob (er is zuurstof voor nodig)

Slide 26 - Tekstslide

Stikstof in de bodem
Denitrificerende bacteriën -> anaeroob (zonder zuurstof)

Maken N2 -> gas dat in de lucht komt
Hierbij ontstaat zuurstof -> opgenomen door planten via wortels

Slide 27 - Tekstslide

Stikstof in de bodem

Sommige stikstofbindende bacteriën hebben een symbiose met vlinderbloemige planten
Bacteriën zitten in wortelknolletjes en zetten N2 uit lucht om in NH3 
Bacteriën gebruiken glucose van de plant, en geven NH4+ terug. 


Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Andere kringlopen
Fosfor, zwavel, kalium, ijzer

Opgenomen door planten uit de bodem
Ingebouwd in organische moleculen (assimilatie)

Slide 30 - Tekstslide

Vragen?

Slide 31 - Tekstslide

Welke stof hoort niet thuis in de koolstofkringloop?
A
Water (H2O)
B
Koolstofdioxide (CO2)
C
Glucose (C6H12O6)
D
Calciumcarbonaat (CaCO3)

Slide 32 - Quizvraag

In de koolstofkringloop wordt door veel organismen stoffen verbrand. Welke organismen in de koolstofkringloop doen aan verbranding?


A
planten
B
dieren
C
schimmels
D
alle organismen

Slide 33 - Quizvraag

Welke rol heeft het tropisch regenwoud in de koolstofkringloop voornamelijk?
A
uitstoot van koolstof
B
opslag van koolstof

Slide 34 - Quizvraag

Wat geven dieren in de koolstofkringloop door aan bacteriën en schimmels?
A
Afgevallen blaadjes
B
Verbranding
C
Dode resten en uitwerpselen
D
Fotosynthese

Slide 35 - Quizvraag

Er bestaan twee soorten koolstofkringlopen. Welke?
A
Natuurlijke en onnatuurlijke koolstofkringloop
B
Trage en snelle koolstofkringloop
C
Menselijke en dierlijke koolstofkringloop
D
Homogene en heterogene koolstofkringloop

Slide 36 - Quizvraag

wie kan stikstof uit de lucht halen?
A
mensen
B
bacteriën
C
planten
D
dieren

Slide 37 - Quizvraag

In de stikstofkringloop vindt in de grond een omzetting plaats van afval (dode resten van organismen) in (stikstof)mineralen. Welke organismen zorgen voor deze omzetting?
A
Planten
B
Dieren
C
Bacteriën en schimmels

Slide 38 - Quizvraag

Afbraak van N-bevattende organische stof in ammonium en ammoniak heet...
A
nitrificatie
B
denitrificatie
C
ammonificatie
D
fixatie

Slide 39 - Quizvraag

Aan het werk
7.5 - Opdracht 30 tot en met 38

Kijk thuis Nijntje en het Nitraat (slide 25) nogmaals

Opdrachten af? Nakijken t/m 7.5
(nakijkboekjes halen bij mij)


timer
2:00

Slide 40 - Tekstslide