H4.1 Waarom mensen migreren

H4.1 Waarom mensen migreren
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H4.1 Waarom mensen migreren

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ben jij wel eens binnen/buiten Nederland verhuist?
Ja
Nee

Slide 2 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Planning 
  • Vorige les 
  • Uitleg: migratie 
  • Opdrachten maken
  • Terugblikken & volgende les  

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kan in eigen woorden uitleggen wat de begrippen migratie en migratieachtergrond betekenen. 
  • Je kan uitleggen wat een arbeidsmigrant is.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Migratie 
Duizenden jaren geleden: van het ene continent naar het andere. 

Migratie= verhuizen naar andere woonplaats. 

Tijdens de koloniale tijd: naar koloniën
- vrijwillig of als slaaf
- tot ver na de onafhankelijkheid: van kolonie naar Europa

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Migratie 
Na WOII: Uit NL naar de nieuwe wereld op hoop beter leven. 
Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en de VS. 

Na 1960: Naar NL en buurlanden om te werken. 
- arbeidsmigranten (Turkije, Marokko, Italië en Spanje)
- later: gezin laten overkomen

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Migratieachtergrond 
= als iemand in het buitenland is geboren
óf als één of beide ouders in het buitenland is geboren

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heb jij een migratieachtergrond?
Ja
Nee

Slide 8 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag 
Wat: maken opdracht 1 tot en met 3 (WB 69-70)
Wie: met een directe buur 
Hoe: fluistertoon
Tijd: 10 minuten 
Vraag?: Steek je vinger op 
Klaar?: Vraag aan mij voor de volgende opdracht 
timer
15:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblikken les 
Leerdoel: 
Je kan in eigen woorden uitleggen wat de begrippen migratie en migratieachtergrond betekenen. 

Huiswerk: 
Opdracht 1 tot en met 3 (WB blz. ) 
Begrippen: migratie, koloniën, emigranten, arbeidsmigranten en migratieachtergrond

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4.1 Waarom mensen migreren

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning 
  • Terugblikken vorige les 
  • Uitleg: Soorten migranten en redenen voor migratie 
  • Opdrachten maken
  • Les afsluiten  

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mijn oma is geboren in Berlijn Duitsland. Mijn opa is geboren in Bergen op Zoom in Nederland. 

Heeft mijn vader een migratieachtergrond? 


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt voorbeelden geven van migratie van en naar de EU en Nederland in het verleden.
  • Je kunt verschillende groepen migranten beschrijven
  • Je kunt voorbeelden geven van vertrekredenen en vestigingsredenen
  • Je kunt beschrijven welke soorten migranten er naar de EU komen en waarom. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Emigrant 
Vluchteling

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kennismigrant
Arbeidsmigrant 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk antwoord hoort hierbij? 
Iemand die vertrekt uit een gebied of land  

A) Emigrant 
B) Arbeidsmigrant 
C) Kennismigrant 
D) Vluchteling

Slide 17 - Tekstslide

Antwoord A
Welk antwoord hoort hierbij? 
Hoogopgeleide migrant die naar een ander land gaat om te werken. 

A) Emigrant  
B) Arbeidsmigrant 
C) Kennismigrant 
D) Vluchteling

Slide 18 - Tekstslide

Antwoord C
Wat zou een vestigingsreden zijn?

Slide 19 - Tekstslide

- (veel) werk
- veilig leven
- goede opleiding 

Wat zou een vertrekreden zijn?

Slide 20 - Tekstslide

- armoede
- weinig werk
- hongersnood
- oorlog
- discriminatie 
Aan de slag!
Wat: maak opdracht 4 (WB blz. 70)
Wie: met directe buur  
Hoe: fluistertoon 
Vraag?: Steek je vinger op 
Tijd:  5 -10 minuten 
Klaar?: in aantekeningenschrift 3 voorbeelden van vestigingsredenen en 3 voorbeelden van vertrekredenen opschrijven 
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblikken
Je kunt voorbeelden geven van vertrekredenen en vestigingsredenen.

Huiswerk: Opdracht 4 + in je aantekeningenschrift 3 voorbeelden van vestigings- en vertrekredenen.  

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk: opdrachten 1 tot en met 3
timer
10:00

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H4.1 Waarom mensen migreren

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je kunt voorbeelden geven van migratie van en naar de EU en Nederland in het verleden.
  • Je kunt verschillende groepen migranten beschrijven
  • Je kunt voorbeelden geven van vertrekredenen en vestigingsredenen
  • Je kunt beschrijven welke soorten migranten er naar de EU komen en waarom. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning 
  • Huiswerk 
  •  Paragraaf 1 afmaken 
  • Opdrachten maken 
  • Terugblikken 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie migreren er naar en binnen de EU?
In veel EU landen is er welvaart, veel werk en veilig om te leven. Veel verschillende groepen mensen migreren naar de EU. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie migreren er naar en binnen de EU?
Groep 1: Arbeidsmigranten : Komen om te werken
- hoogopgeleid= kennismigranten 
    - India, China
    - Techniek, IT
- laagopgeleid

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie migreren er naar en binnen de EU?
Groep 2: vluchtelingen: voor een veiliger leven 
- Oorlog, slechte naleving mensenrechten 
- Asielzoekers
- Niet allemaal recht om in de EU te wonen (illegaal)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er is ook veel migratie binnen Europa 
Ook veel migratie binnen Europa 
- vooral naar het noorden en westen 
- rijker, hogere lonen dan in oosten en zuiden
- laagbetaald werk 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag 
Wat: maken opdrachten 5,6,7 (blz. 70-72)
Wie: met directe buur 
Hoe: fluitsertoon
Tijd: 10 minuten 
Vraag?: Vraag eerst aan je buur 
Klaar?: Vraag aan de juf wat je erna kan doen
timer
10:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort hierbij?
Hoogopgeleide migrant die naar een ander land gaat om daar te werken
A
Migrant
B
Arbeidsmigrant
C
Kennismigrant
D
Asielzoeker

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort hierbij?
Iemand die vertrekt uit een gebied of land
A
Emigrant
B
Arbeidsmigrant
C
Migratie
D
Kennismigrant

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als iemand in het buitenland is geboren heeft diegene een migratieachtergrond
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld
van een vestigingsreden

Slide 35 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies