TK. 4 - Voortplanting bij planten

1. Welk onderdeel van de bloem zie je bij nummer 5?
A
Stamper
B
Meeldraad
C
Stempel
D
Kelkblad
1 / 15
volgende
Slide 1: Quizvraag
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

1. Welk onderdeel van de bloem zie je bij nummer 5?
A
Stamper
B
Meeldraad
C
Stempel
D
Kelkblad

Slide 1 - Quizvraag

2. Welk onderdeel van de bloem zie je bij nummer 4?
A
Stamper
B
Kroonblad
C
Vruchtbeginsel
D
Zaadbeginsel

Slide 2 - Quizvraag

3. Sleep de bloemonderdelen naar de juiste plek
Kroonblad
Meeldraad
Kelkblad
Stempel
Stamper
Helmknop
Bloemsteel

Slide 3 - Sleepvraag

4. Een tweeslachtige bloem is:
A
Een bloem met stamper en stempel
B
Een bloem met meeldraad en stuifmeelkorrel
C
Een bloem met stamper en eicel
D
Een bloem met stamper en meeldraad

Slide 4 - Quizvraag

5. Welk van deze bloemen is mannelijk?
A
Bloem A
B
Bloem B
C
Bloem C

Slide 5 - Quizvraag

6. Hoe heet dit proces?
A
Bestuiving
B
Bevruchting

Slide 6 - Quizvraag

7. De volgorde waarin het voortplantingsproces bij planten plaatsvindt, is:
A
bestuiving > bevruchting > ontstaan stuifmeelbuis
B
bevruchting > bestuiving > ontstaan stuifmeelbuis
C
bestuiving > ontstaan stuifmeelbuis > bevruchting
D
bevruchting > ontstaan stuifmeelbuis > bestuiving

Slide 7 - Quizvraag

8. Hoe vaak heeft er in ieder geval bevruchting plaatsgevonden?
A
2 keer
B
5 keer
C
10 keer
D
15 keer

Slide 8 - Quizvraag

9. Kruisbestuiving is bestuiving tussen twee bloemen van hetzelfde soort.
A
Juist
B
Niet juist

Slide 9 - Quizvraag

10. Schrijf in volledige zinnen op wat er is gebeurd voor en tijdens de bevruchting van de zaden gebruik in die zinnen de volgende woorden:

Stuifmeelkorrels, stempel, stamper, vruchtbeginsel, zaadbeginsel, stuifmeelbuis zaadcel en eicel versmelten

Slide 10 - Open vraag

1. Insecten- en windbloemen hebben beide kenmerken waaraan je ze kunt herkennen. Plaats de kenmerken in de juiste kolom.
Kleine, minder opvallende, groene, geurloze kroonbladeren

Grote, kleurrijke en geurige kroonbladeren


De stamper en meeldraden liggen in de bloem
De stuifmeelkorrels worden verplaatst door insecten
De stuifmeelkorrels worden verplaatst door de wind
Maken nectar
Maken geen nectar

Slide 11 - Sleepvraag

2. Leg uit waarom een insectenbloem nectar maakt.

Slide 12 - Open vraag

3. Leg uit waarom windbloemen niet kleurrijk en geurig zijn.

Slide 13 - Open vraag

4. Herken jij welke bloem een insecten- en welke bloem een windbloem is? Sleep de plaatjes naar de juiste bloem.
Insectenbloem
Windbloem

Slide 14 - Sleepvraag

5. Nu je het verschil weet tussen insecten- en windbloemen, ga je naar buiten en zoek je van allebei minimaal 2 bloemen. Plak de foto’s hieronder. Beschrijf ook waarom jij denkt dat het een insecten- of windbloem is.

Slide 15 - Open vraag