Oefentoets Hoofdstuk 5 - Nederland en het buitenland

Oefentoets
Hoofdstuk 5
Nederland en het buitenland
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Oefentoets
Hoofdstuk 5
Nederland en het buitenland

Slide 1 - Tekstslide

Voor Nederland is de export van goederen en diensten heel belangrijk. Het levert niet alleen exportinkomsten op, maar ook veel werkgelegenheid. De Nederlandse markt alleen is een te grote afzetmarkt voor veel bedrijven.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 2 - Quizvraag

De toegevoegd waarde per euro is bij wederuitvoer veel kleiner dan de toegevoegde waarde van goederen die we zelf maken en exporteren. Geef hiervoor een verklaring.

Slide 3 - Open vraag

Wederuitvoer levert wel exportinkomsten op, maar geen werkgelegenheid.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 4 - Quizvraag

Leg het begrip 'open economie' uit.

Slide 5 - Open vraag

In een bepaald jaar heeft Duitsland een exportquote van 62%. De exportwaarde is €552 miljard. Bereken voor dat jaar het nationaal inkomen van Duitsland. Noteer het bedrag voluit en rond het af op hele euro's.

Slide 6 - Open vraag

In een jaar geven binnen- en buitenlandse toeristen in Nederland samen €90 miljard uit in bijvoorbeeld hotels, restaurants, pretparken en musea. Daarvan komt 40% van buitenlandse toeristen. Nederlandse toeristen geven in het buitenland in totaal €18 miljard uit. Bereken voor het toerisme het overschot of tekort op de Nederlandse betalingsbalans. Geef ook aan of het om een overschot op tekort gaat.

Slide 7 - Open vraag

Het Nederlandse kledingbedrijf Black Bananas exporteert trainingspakken naar het Verenigd Koninkrijk. De wisselkoers van de euro steeg ten opzichte van het Britse pond van 0,80 Britse pond per euro op 1 januari naar 0,90 Britse op 1 juli.
Een Engelse groothandel koopt 5000 trainingspakken voor een totaalbedrag van €645.000,-. Hoeveel Britse ponden kostte dit de Engelse groothandel op 1 januari?

Slide 8 - Open vraag

Als de koerst van de euro daalt ten opzichte van de Amerikaanse dollar, dan worden onze producten goedkoper/duurder voor de VS.
A
Goedkoper
B
Duurder

Slide 9 - Quizvraag

Wat wordt bedoeld met internationale arbeidsverdeling?
A
Landen maken alle producten zoveel mogelijk zelf, zodat je zo weinig mogelijk hoeft te importeren
B
Landen maken en exporteren producten die ze goed en goedkoop kunnen maken
C
Landen proberen hun eigen werknemers zoveel mogelijk internationaal te laten werken.
D
Landen proberen zoveel mogelijk werknemers uit andere landen naar zich toe te halen

Slide 10 - Quizvraag

Bij welke protectiemaatregelen horen de volgende omschrijvingen?
Belasting op ingevoerde producten.
A
Contigentering
B
Exportsubsidie
C
Importheffingen
D
Invoerverbod

Slide 11 - Quizvraag

Bij welke protectiemaatregelen horen de volgende omschrijvingen?
Bepaalde producten mogen niet geïmporteerd worden.
A
Contigentering
B
Exportsubsidie
C
Importheffingen
D
Invoerverbod

Slide 12 - Quizvraag

Bij welke protectiemaatregelen horen de volgende omschrijvingen?
De overheid geeft bedrijven financiële steun zodat ze hun producten goedkoper aan het buitenland kunnen verkopen.
A
Contigentering
B
Exportsubsidie
C
Importheffingen
D
Invoerverbod

Slide 13 - Quizvraag

Bij welke protectiemaatregelen horen de volgende omschrijvingen?
Er mag een beperkt aantal producten worden ingevoerd.
A
Contigentering
B
Exportsubsidie
C
Importheffingen
D
Invoerverbod

Slide 14 - Quizvraag

De EU heeft exportsubsidies op Europese landbouwproducten, zoals melk en graan, afgeschaft
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Leg het begrip 'Harmonisatie' uit.

Slide 16 - Open vraag

Kies de twee juiste uitspraken over de WTO (Wereld Handelsorganisatie).
Twee antwoorden zijn juist, maar je kan maar één antwoord aanklikken.

A
Alle landen in de wereld zijn lid van de WTO.
B
De WTO controleert of afspraken over internationale handel worden nagekomen.
C
De WTO maakt met alle landen aparte afspraken over protectiemaatregelen.
D
De WTO wil de handel tussen landen vrijer en eerlijker laten verlopen.

Slide 17 - Quizvraag

Van welk onderdeel van de interne markt zijn de volgende zinnen een voorbeeld?
Een Nederlands bedrijf kan zonder belemmeringen olijfolie uit Frankrijk, Italië en Spanje importeren.
A
vrij verkeer van goederen en diensten
B
vrij verkeer van kapitaal
C
vrij verkeer van personen

Slide 18 - Quizvraag

Van welk onderdeel van de interne markt zijn de volgende zinnen een voorbeeld?
Roos uit Utrecht heeft een spaarrekening bij een Tsjechische bank.
A
vrij verkeer van goederen en diensten
B
vrij verkeer van kapitaal
C
vrij verkeer van personen

Slide 19 - Quizvraag

Van welk onderdeel van de interne markt zijn de volgende zinnen een voorbeeld?
Cheng woont in België, maar werkt in Nederland.
A
vrij verkeer van goederen en diensten
B
vrij verkeer van kapitaal
C
vrij verkeer van personen

Slide 20 - Quizvraag

Van welk onderdeel van de interne markt zijn de volgende zinnen een voorbeeld?
Meryem zit op de middelbare hotelschool en loopt stage in Portugal.
A
vrij verkeer van goederen en diensten
B
vrij verkeer van kapitaal
C
vrij verkeer van personen

Slide 21 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over de EMU juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Binnen de EMU hoef je geen euro’s te wisselen voor vreemde valuta.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over de EMU juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

De meeste EU-landen zijn lid van de EMU.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over de EMU juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Landen binnen de EMU hebben geen staatsschuld.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over de EMU juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Landen die lid zijn van de EMU moeten zich aan financiële afspraken houden.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Kies twee taken van de Europese Centrale Bank.
A
De waarde van de euro bewaken.
B
Consumenten adviseren over geldzaken.
C
Geld bewaren voor spaarders met een rekening bij de ECB.
D
Nieuwe bankbiljetten in omloop brengen.

Slide 26 - Quizvraag

Een duits gezin gaat op vakantie naar Scheveningen. Is hier voor Nederland sprake van export of import?
A
Export
B
Import

Slide 27 - Quizvraag

Nederland heeft een goede internationale concurrentiepositie. Hoe kan Nederland er voor zorgen dat hij deze blijft behouden?

Slide 28 - Open vraag

Zijn de volgende uitspraken over globalisering juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Door globalisering is de internationale arbeidsverdeling toegenomen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 29 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over globalisering juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Globalisering zorgt voor meer producten met goede prijs-kwaliteit verhouding.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over globalisering juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Handelsbelemmeringen stimuleren de globalisering.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 31 - Quizvraag

Zijn de volgende uitspraken over globalisering juist of onjuist? Kies de goede antwoorden.

Technologische ontwikkelingen maken globalisering makkelijker.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 32 - Quizvraag

De gegevens in de grafiek zijn uitgedrukt in indexcijfers. In 2017 was de omvang van de wereldhandel €20.000 miljard. Het indexcijfer was in dat jaar 118.
Bereken de omvang van de wereldhandel op het dieptepunt in 2020. Rond af op hele miljarden.

Slide 33 - Open vraag