Naamvallen: bijvoeglijk naamwoord

Het bijvoeglijk naamwoord
intro
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 3-5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Het bijvoeglijk naamwoord
intro

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Das ist ein Auto.

Das ist ein rotes Auto.

Das ist ein rotes, schnelles Auto
uitleg

Slide 2 - Tekstslide

(de lieve) Lehrerin hat eine tolle Aufgabe gemacht.
1/4
uitleg/antwoord
A
der liebe
B
der lieber
C
die liebe
D
die lieben

Slide 3 - Quizvraag

Warum ist (de blauwe) Auto (o) weggefahren?
2/4
uitleg/antwoord
A
das blaue
B
das blaues
C
der blaue
D
der blaues

Slide 4 - Quizvraag

Das ist (mijn knappe) Mann!
3/4
uitleg/antwoord
A
mein hübsche
B
meine hübscher
C
meiner hübsche
D
mein hübscher

Slide 5 - Quizvraag

Haben (de slimme) Schüler (mv) diese Aufgaben verstanden?
4/4
uitleg/antwoord
A
der kluger
B
die kluge
C
die klugen
D
der kluge

Slide 6 - Quizvraag

Hast du (de nieuwe) Netflixserie (v) gesehen?
1/4
uitleg/antwoord
A
der neuen
B
die neuen
C
das neue
D
die neue

Slide 7 - Quizvraag

Gestern hat mein Bruder (een spannend) Buch gekauft.
2/4
uitleg/antwoord
A
ein spannende
B
ein spannendes
C
eines spannende
D
ein spannender

Slide 8 - Quizvraag

Meine Schwester hat (een nieuwe) Freund.
3/4
uitleg/antwoord
A
ein neuer
B
einen neuen
C
einen neue
D
ein neue

Slide 9 - Quizvraag

Hast du (mijn rode) Schuhe (mv) gesehen?
4/4
uitleg/antwoord
A
meine roten
B
meinen roten
C
meinen rote
D
meine rote

Slide 10 - Quizvraag

Hast du (mijn lieve) Oma gesehen?
1/4

Slide 11 - Open vraag

(de oude) Mann hat seiner Nichte ein Auto gegeben.
2/4

Slide 12 - Open vraag

Warum hat sie (mijn strenge) Eltern mein Geheimnis erzählt?
3/4

Slide 13 - Open vraag

(zijn grote oude) Haus hat eine rote Farbe.
4/4

Slide 14 - Open vraag

Samenvatting!
  • Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord
  • Het bijvoeglijk naamwoord krijgt een eigen uitgang
  • Alle bijvoeglijke naamwoorden die voor hetzelfde zelfstandig naamwoord staan krijgen dezelfde uitgang
uitleg

Slide 15 - Tekstslide