5.5: Geschiedenis van het leven op aarde

Thema 5.5 De geschiedenis van het leven op aarde
Ga rustig zitten en pak je lesmateriaal er alvast bij.

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 5.5 De geschiedenis van het leven op aarde
Ga rustig zitten en pak je lesmateriaal er alvast bij.

Slide 1 - Tekstslide

Programma vandaag
- Terugblik Bs 5.4 De evolutietheorie

- Uitleg Bs 5.5 Geschiedenis van het leven op aarde

- Practicum 2: Schedels van knaagdieren vergelijken

-Werktijd



Slide 2 - Tekstslide

Wat is evolutie?
A
Het ontstaan van nieuwe soorten doordat organismen met de oorspronkelijke vorm uitsterven.
B
De ontwikkeling van leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen of verdwijnen.
C
De grotere overlevingskans van individuen met een betere aanpassing aan het milieu.

Slide 3 - Quizvraag

Hoe noem je het feit dat organismen met gunstige genen een grotere overlevingskans hebben?

Slide 4 - Open vraag


Slide 5 - Open vraag

5.5 Geschiedenis van het leven op aarde

Slide 6 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het eind van deze les kan ik...
  • Beschrijven hoe fossielen zijn ontstaan;
  • Beschrijven dat soorten verwant zijn als ze een gemeenschappelijke voorouder hebben.

Slide 7 - Tekstslide

Fossielen
Fossielen zijn versteende overblijfselen van organismen.
  • Fossielen ontstaan als (resten van) organismen worden bedekt door zand en klei.
  • In welk gesteentelaag het fossiel ligt, zegt iets over de leeftijd ervan.

Slide 8 - Tekstslide

Tijdperken
De tijdperken en perioden van de aarde worden weergegeven in een geologische tijdschaal.
  • Hoeveel jaar geleden begon en eindigde een periode?
  • Welke levensvormen bestonden er in die periode?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Verwantschap
Soorten die zijn ontstaan uit een gemeenschappelijke voorouder vertonen verwantschap.
  • Verwantschap kan bepaald worden door te kijken naar bouw van skeletten;
  • Of naar rudimentaire organen (organen die voorheen een functie hadden, maar nu niet meer).

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

1. Teken zijn meer verwant aan schorpioenen dan aan spinnen.
2. Hooiwagens zijn eerder ontstaan dan teken
A
Geen van beide conclusies is juist.
B
Alleen conclusie 1 is juist.
C
Alleen conclusie 2 is juist.
D
Beide conclusies zijn juist.

Slide 16 - Quizvraag

1. Beerdiertjes zijn meer verwant aan de peniswormen dan aan de gifkakendragers.
2. Beerdiertjes zijn later ontstaan dan rondwormen
A
Geen van beide conclusies is juist.
B
Alleen conclusie 1 is juist.
C
Alleen conclusie 2 is juist.
D
Beide conclusies zijn juist.

Slide 17 - Quizvraag


A
In het Carboon
B
In het Devoon
C
In het Neozoïcum

Slide 18 - Quizvraag

Practicum 2
Lees practicum 2 door en beantwoord de bijbehorende vragen met behulp van de schedels.

Slide 19 - Tekstslide

Werktijd
- Ga rustig aan de slag met de opgaven van BS 5.5. Je mag fluisterend overleggen.
- Klaar me de opgaven? Oefen met flitskaarten, de "test jezelf" of op www.biologiepagina.nl

Slide 20 - Tekstslide