14.1 Spieren

Planning
Terugblik vorige lessen: afronding H13 met puzzelboekje en oogpracticum. Oefening nieren/lever.
Vooruitblik komende lessen: FT H13, H14, Toetsstof, Planning
Uitleg Bouw en Training van spieren.
Zelfstandig werken aan 14.1 (huiswerk)
         * Woensdag het 1e uur: kwt biologie (H13/spieren)
         * Woensdag het 2e uur: Coachgesprekjes (zie indeling) 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Planning
Terugblik vorige lessen: afronding H13 met puzzelboekje en oogpracticum. Oefening nieren/lever.
Vooruitblik komende lessen: FT H13, H14, Toetsstof, Planning
Uitleg Bouw en Training van spieren.
Zelfstandig werken aan 14.1 (huiswerk)
         * Woensdag het 1e uur: kwt biologie (H13/spieren)
         * Woensdag het 2e uur: Coachgesprekjes (zie indeling) 

Slide 1 - Tekstslide

Urine wordt tijdelijk opgeslagen in de blaas. De urineblaas kan ontstoken raken, door bacteriën die van buitenaf in de blaas terecht komen. Als deze bacteriën in een nierbekken terecht komen, dan kan een nierbekkenonsteking ontstaan.
Via welke delen van het uitscheidingsstelsel zijn deze bacteriën achtereenvolgens van buitenaf in het nierbekken terecht gekomen?
A
Urineblaas -> urinebuis-> urineleider -> nierbekken
B
Urineblaas -> urineleider -> urinebuis -> nierbekken
C
Urineleider -> urinebuis -> urineblaas -> nierbekken
D
Urinebuis -> urineblaas -> urineleider -> nierbekken

Slide 2 - Quizvraag

De nieren filteren je bloed. In welk proces steken de nieren de meeste energie (kost ATP door verbranding)?
A
Ultrafiltratie
B
Terugresorptie glucose
C
Terugresorptie water
D
Afvalstoffen uitscheiden

Slide 3 - Quizvraag

Ook de nieren ondervinden problemen. Dit kan veroorzaakt worden door de verlaagde bloeddruk.
-Welk proces kan door de verlaging van de bloeddruk niet meer voldoende kunnen plaatsvinden?
-Op welke plaats vindt dit proces plaats?
A
Ultrafiltratie - bij 1
B
Ultrafiltratie - bij 3/4
C
Terugresorptie - bij 1
D
Terugresorptie - bij 3/4

Slide 4 - Quizvraag

Het antidiuretisch hormoon (ADH) uit de hypofyse stimuleert de terugresorptie van water uit de nierkanaaltjes en verzamelbuisjes. Wat is de invloed daarvan op
de osmotische waarde van urine?
A
daalt
B
stijgt
C
blijft even hoog
D
kun je niet weten

Slide 5 - Quizvraag

Functies van de lever:

De lever kan voedingsstoffen zoals eiwitten omzetten in .....
glycogeen
gal
ureum
alchol, drug en medicijnen
de lever kan schadelijke stoffen zoals ...............  afbreken
de lever breekt overtollige eiwitten af, bij dit proces ontstaat ...........
De lever produceert ......... en dit helpt bij het afbreken van vet.
De lever kan de glucosegehalte op pijl houden door ................ om te zetten naar glycogeen
fibrogeen

Slide 6 - Sleepvraag

H14 Reageren
14.1 De ene spier is de andere niet (SE)
14.2 Het gezichtszintuig (oog practicum) (SE)
14.3 Zenuwstelsel (CE)
14.4 Zenuwcellen (CE)
14.5 Hormonale regeling (CE)

Slide 7 - Tekstslide

14.1 De ene spier is de andere niet
Leerdoelen:
1  Je beschrijft de bouw, werking en plaats van de verschillende typen
     spieren.
2  Je beschrijft op molecuulniveau de samentrekking van de spiercellen.
3  Je legt het effect van training op de bouw, werking en aansturing van
     spieren uit. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Rangschik van klein naar groot....
A
myosinemolecuul - spiervezel - spierfibril - spierbundel - spier
B
myosinemolecuul - spierfibril - spiervezel - spierbundel - spier
C
myosinemolecuul - spierfibril - spierbundel - spiervezel - spier
D
myosinemolecuul - spierbundel- spiervezel - spierfibril - spier

Slide 17 - Quizvraag

Welke cel bevat het meeste mitochondriën?
A
Hersencel
B
Huidcel
C
Botcel
D
Spiercel

Slide 18 - Quizvraag

Spieren trekken samen als...
Filamenten?
Actine en myosine filamenten vullen de hele spiercel. Deze liggen netjes op elkaar gestapeld. Het zijn de spiereiwitten.
A
De filamenten in elkaar worden gedrukt
B
De filamenten langs elkaar schuiven

Slide 19 - Quizvraag

Vrijkomen van melkzuur in spieren is een gevolg van:
A
Assimilatie
B
Anaerobe Dissimilatie
C
Aerobe dissimilatie

Slide 20 - Quizvraag

Bekijk de afbeelding en
benoem spier 7 en spier 8.
Wat zijn ze samen?
A
7= biceps 8 = triceps antagonisten
B
7= biceps 8 = triceps gladde spieren
C
7= triceps 8 = biceps antagonisten
D
7= triceps 8 = biceps gladde spieren

Slide 21 - Quizvraag

SNELLE SPIERVEZELS
BEIDE
LANGZAME SPIERVEZELS
aangestuurd door het zenuwstelsel
meer zuurstof & brandstof nodig
minder energie nodig
zijn sneller & krachtiger 
kunnen minder krachtig samentrekken
raken niet snel vermoeid
vind je met name in spieren voor houding
vind je met name in spieren voor voortbewegen
kan samentrekken
Rood
Wit

Slide 22 - Sleepvraag

Welke soorten spieren zijn er? Zet de kenmerken bij de juiste afbeelding
Dwarsgestreepte spieren

Gladde spieren

Hartspieren

Autonoom, niet snel moe
Bewust
snel vermoeid
Autonoom, niet snel moe

Slide 23 - Sleepvraag