2A De Industriële revolutie in Nederland

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

De industriële samenleving in Nederland

2. De Industriële Revolutie in Nederland

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
We starten met herhaling
Vervolgens komt er nieuwe uitleg

Daarna veel tijd voor de opdrachten 

Slide 3 - Tekstslide

In welk land begon de industriële revolutie
A
Belgie
B
Nederland
C
Groot-Brittanië
D
Amerika

Slide 4 - Quizvraag

De grote verandering waarbij huisnijverheid vervangen wordt door productie in fabrieken en veel mensen in fabrieken gaan werken noem je de........
A
Industriële revolutie
B
Agrarische revolutie
C
Demografische revolutie
D
industriesector

Slide 5 - Quizvraag

Als machines het werk van mensen overnemen dan is er sprake van?
A
Mechanisatie
B
Automatisering
C
Industrialisatie
D
Specialisatie

Slide 6 - Quizvraag

Wat houdt een demografische revolutie in?
A
Meer mensen gaan verhuizen naar de stad
B
Grote bevolkingsgroei doordat minder mensen sterven
C
Grote hoeveelheid mensen gaat verhuizen naar een stad
D
Meer mensen doen aan landbouw

Slide 7 - Quizvraag

Wat zie je op het plaatje?
A
de schietspoel
B
de spinning jenny
C
een weefgetouw
D
Geen van de genoemde antwoorden is juist

Slide 8 - Quizvraag

Vul steeds het ontbrekende woord in. Kies uit: demografische / industriële / agrarische.
 Je mag woorden meerdere keren gebruiken. Je hoeft niet alle woorden te gebruiken.
 




a De demografische revolutie was een gevolg van de                                  revolutie.
 
b Een van de oorzaken van de                                  revolutie is het gebruik van kunstmest.
 
c Het verdwijnen van de huisnijverheid is een gevolg van de                                   revolutie.

d Van de drie revoluties kwam de                                  revolutie het eerst.


agrarische
industriële
demografische
demografische
industriële
agrarische
agrarische
demografische
industriële

Slide 9 - Sleepvraag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Waarom kwamen er in Nederland later fabrieken dan in Engeland?

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Huiswerk
24 september: 

Je maakt nu 1.2 C (1, 2, 5 t/m 10) 

1.1 A + C (1, 2, 3, 5, 6, 7, 10, 12, 14, 15, 16, 18, 20)


Slide 17 - Tekstslide