Sprookjes

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmboLeerjaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk jij aan bij het woord sprookjes?
Sprookjes

Slide 2 - Woordweb

Sprookjes

Waar komen sprookjes vandaan?

Waar herken je een sprookje aan?

Slide 3 - Tekstslide

Waar komen sprookjes vandaan?

Op de volgende pagina vind je een filmpje over sprookjes. Bekijk dit filmpje en beantwoord vervolgens de vragen. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Beschrijf hieronder in je eigen woorden wat volgens jou een sprookje is.

Slide 6 - Open vraag

Kenmerken sprookjes
Magie en fantasie
Goed einde
De precieze plaats en tijd is onbekend
Er zit altijd een les of boodschap verstopt in een sprookje

Slide 7 - Tekstslide

Wat is volgens de sprookjesdeskundige de kracht van eens sprookje?
A
Een sprookje eindigt altijd goed.
B
In een sprookje kun je door slim te zijn overwinnen.
C
Een sprookje maakt iedereen blij.
D
In een sprookje kun je door sterk te zijn overwinnen.

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor sprookjes?
A
Mythes
B
Disneyverhalen
C
Volksverhalen
D
Romans

Slide 9 - Quizvraag

Vertel hieronder hoe sprookjes zijn ontstaan.

Slide 10 - Open vraag

Hoe komt het dat veel sprookjes in het bos afspelen?
A
In de middeleeuwen had Europa nog veel bos, wat griezelig was.
B
Het bos is een gezellige plek voor een verhaal.
C
In het bos leven wolven en die horen in sprookjes.
D
Er wonen veel sprookjesfiguren in het bos.

Slide 11 - Quizvraag

Wie zorgden ervoor dat sprookjes steeds geschikter werden voor kinderen?
A
De gebroeders Kahn
B
De gezusters Kahn
C
De gezusters Grimm
D
De gebroeders Grimm

Slide 12 - Quizvraag

Kenmerken sprookjes
Magie en fantasie
Goed einde
De precieze plaats en tijd is onbekend
Er zit altijd een les of boodschap verstopt in een sprookje

Slide 13 - Tekstslide

Roodkapje
In de meeste gevallen gaat het in sprookjes om het verschil tussen goed en kwaad. De moraal in bijvoorbeeld het sprookje Roodkapje is dat je vooral goed moet luisteren naar je ouders en vooral niet iedereen moet vertrouwen. 

Slide 14 - Tekstslide

Bedenk een moderne versie van het moraal:
"goed luisteren naar je ouders en vooral niet iedereen vertrouwen".

Slide 15 - Woordweb

De Bremer stadsmuzikanten
Een derde belangrijke moraal komt uit het sprookje De Bremer Stadsmuzikanten. In dit verhaal worden 3 muzikanten overvallen door rovers. Echter door snel op elkaar te gaan staan en te doen alsof ze 1 grote tegenstander waren wisten ze de rovers te verjagen. De moraal van dit sprookje is dan ook: Samen ben je sterk. 

Slide 16 - Tekstslide

Bedenk een moderne versie van het moraal:
"samen sta je sterk".

Slide 17 - Woordweb

Opdracht:
Het is de bedoeling dat je het sprookje gaat veranderen, zodat het een sprookje van nu wordt, een modern sprookje.

Bijvoorbeeld: dat Hans en Grietje niet verdwalen in het bos maar in de stad. En ze komen geen huisje van snoep tegen maar bijvoorbeeld een kermis.

Slide 18 - Tekstslide

Welkom terug!

-Vakantie?
- Sprookje afmaken
-Nieuwsbericht

Slide 19 - Tekstslide

Zo was mijn vakantie!
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Dit is een feit over mijn vakantie:

Slide 21 - Open vraag

Dit is een Mening over mijn vakantie:

Slide 22 - Open vraag

Mijn sprookje is af voor ... procent
0100

Slide 23 - Poll

Welke wijze les past er bij jullie klas?

Slide 24 - Woordweb

Stap 1 - papier
  • Kies een sprookje dat je wilt veranderen. 
  • Zoek uit wat het moraal (de wijze les) is en schrijf deze op

  • Neem het bestaande sprookje en ga dat veranderen. Schrijf de dingen op die je wilt veranderen. Zoals het snoephuisje uit Hans en Grietje of de appel van Sneeuwwitje.
  • Verzin nog niets nieuws, kies wel minimaal 10 dingen die je gaat veranderen - schrijf deze op.

timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Stap 2 - papier
  • Verzin nog niets nieuws, kies wel minimaal 10 dingen die je gaat veranderen - schrijf deze op.
  • Bedenk nieuwe woorden voor de dingen die je gaat veranderen, zoals een nieuwe auto (Ferrari) in plaats van een paard.
  • Denk na over spullen die ze vroeger nog niet hadden of die je nooit in sprookjes leest. Denk bijvoorbeeld aan: auto's, treinen; robots, ruimteschepen, computers, telefoons, speelgoed en beroepen. 

Slide 26 - Tekstslide

Stap 3
Ga het sprookje herschrijven.
  • Je sprookje heeft minimaal 500 woorden.
  • In jouw sprookje zit een wijze les
  • Het sprookje begint met: Er was eens... en eindigt met: ...en ze leefden nog lang en gelukkig
  • Er is een goede en een slechte hoofdpersoon
  • Er zijn tenminste 10 dingen veranderd

Slide 27 - Tekstslide

Stap 4
Als je sprookje klaar is, ga je kijken of er geen fouten meer instaan. Heb je hoofdletters en punten gebruikt? Zijn de woorden goed geschreven? Zijn de zinnen begrijpelijk? Zijn de zinnen kort?

Wanneer je dit gedaan hebt, mag je kiezen uit twee dingen:
  • Je print je verhaal uit en maakt er een mooie tekening bij
  • Je gaat op internet plaatjes zoeken, voegt ze bij je verhaal en print het uit.

Slide 28 - Tekstslide

Pak je pen en schrift

Je laptop heb je nog niet nodig.

Slide 30 - Tekstslide

Vandaag
Ik kan een schrijfopdracht schrijven zonder onderdelen over te slaan. 

Slide 31 - Tekstslide

Schrijf op!
Over het nieuwsbericht

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Link

Wie

Slide 34 - Open vraag

Wat

Slide 35 - Open vraag

Waar

Slide 36 - Open vraag

Wanneer

Slide 37 - Open vraag

Waarom

Slide 38 - Open vraag

Hoe?

Slide 39 - Open vraag

Kenmerken sprookjes
Magie en fantasie
Goed einde
De precieze plaats en tijd is onbekend
Er zit altijd een les of boodschap verstopt in een sprookje
timer
1:00

Slide 40 - Tekstslide

Check je sprookje!
Magie en fantasie
Goed einde
De precieze plaats en tijd is onbekend
Er zit altijd een les of boodschap verstopt in een sprookje

Slide 41 - Tekstslide

Is ons doel behaald?
Ik kan een schrijfopdracht schrijven zonder onderdelen over te slaan. 

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Video

Sprookje bekijken
Op de volgende dia staat het sprookje:
´Van de visser en zijn vrouw.´

Bekijk de aflevering. Let op: de aflevering duurt één uur. 

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Video

Kenmerk 1: Magie en fantasie.
Beschrijf in minimaal 15 woorden hoe je magie en fantasie terugziet in dit sprookje.

Slide 46 - Open vraag

Kenmerk 2: goed einde
Beschrijf hier in minimaal 20 woorden hoe het sprookje eindigt.

Slide 47 - Open vraag

Kenmerk 3: Tijd en plaats onbekend
Vertel hieronder zoveel mogelijk over de tijd en plaats in dit sprookje.

Slide 48 - Open vraag

Kenmerk 4: boodschap
Welke levensles of boodschap zit er verstopt in dit sprookje?

Slide 49 - Open vraag

Eindopdracht

Maak de eindopdracht. Deze opdracht vind je in de leertaak. 

Als je klaar bent, lever de eindopdracht dan in via de leertaak. 


Slide 50 - Tekstslide