Verhoudingen

Verhoudingen
Verhoudingen
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Verhoudingen
Verhoudingen

Slide 1 - Tekstslide

Verhoudingen

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Video

Euro (€)


Gram


Werking verhoudingstabel

Hoeveel moet ik betalen voor 350 gram schepsnoep?

Zet de gegevens op de juiste plek

100

0,49

350
   
     1

0,0049


1,72

Slide 4 - Sleepvraag

Bij een verhoudingstabel reken je met
A
Plus en min
B
Vermenigvuldigen en delen door
C
Breuken
D
Decimale getallen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste regel bij een verhoudingstabel?
Euro (€)
0,49
Gram
100
1
350
: 100
x 350
: 100
x 350

Slide 6 - Tekstslide

Wat typ ik in op mijn rekenmachine?
Euro (€)
0,49
Gram
100
1
350
Euro (€)
0,49
Gram
100
1
350
A
100 : 100 x 350
B
0,49 : 1 x 350
C
350 : 1 x 0,49
D
0,49 : 100 x 350

Slide 7 - Quizvraag


Klopt deze verhoudingstabel?
A
Ja
B
Nee

Slide 8 - Quizvraag

Omdat het OV niet rijdt besluit ik met de auto te gaan.

Mijn auto verbruikt: 5 liter per 100 km

Hoeveel liter benzine ben ik kwijt als ik heen en weer rij naar het Alfa-college?

Slide 9 - Open vraag

Welke fietsenverhuurder is naar verhouding het goedkoopst?
A
Toms fietsverhuur
B
Fietshandel Jelsma

Slide 10 - Quizvraag

Stel ik wil een fiets huren voor 6 uur.

Hoeveel euro ben ik goedkoper uit bij fietsverhuur Jelsma

Slide 11 - Open vraag

Wat is de verhouding tussen de gin en tonic?
A
1 : 4
B
2 : 4
C
1 : 2
D
1 : 3

Slide 12 - Quizvraag