Woensdag 5 februari: H5 TV verkleinwoorden en afkortingen

1 / 25
volgende
Slide 1: Video
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Mening, argument, conclusie
Lesplanning:
1. Lezen - 10 min 
2. Doel vd les - 5 min  
3. Aan de slag - 10 min 
4. Exit-tickets - 5 min 


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H5 taalverzorging spelling
verkleinwoorden en afkortingen 

Vandaag: 
- uitleg verkleinwoorden en afkortingen 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Link

Deze slide heeft geen instructies

verkleinwoorden

  • Je schrijft een apostrof bij een verkleinwoord als het woord eindigt op -y. 
       Bijvoorbeeld --> baby'tje 

  • Verkleinwoorden van cijfer- of letterwoorden krijgen ook een apostrof.
       Bijvoorbeeld: A4 - A4'tje / tv - tv'tje

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meervoud

cafés
auto's
taxi's
baby's
displays
bureaus


Verkleinwoorden

cafeetje
autootje
taxietje
baby'tje
displaytje
bureautje

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rechts zie je de verkleinwoorden.
Kijk goed naar de lidwoorden. Wat zie je?

Slide 8 - Tekstslide

Dus de basisregel is: het woord eindigt op -je
De tweede regel is: het woord heeft het lidwoord 'het'.
Tip van de dag!
Twijfel je over een verkleinwoord?
Neem een voorbeeldwoord in je hoofd met dezelfde laatste letter of klank!

Verkleinwoord van cranberry??
Baby eindigt ook met y en dat wordt baby'tje
Dus: cranberry'tje!

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verkleinwoord met PJE
Verkleinwoord met TJE
boom
telefoon
broer
riem
film
raam
tafel
haar

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Afkortingen 1
Afkortingen van bedrijven, organisaties en landen: HOOFDLETTERS, GEEN PUNTEN

VVD, BMW, PSV 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

afkortingen 2
* met kleine letters en punten: afkortingen waarvan je de woorden volledig uitspreekt:

a.u.b. ( alstublieft)
bijv. ( bijvoorbeeld)
i.p.v. ( in plaats van) 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

afkortingen 3
zonder punten:  -> woorden waarbij je alleen de letters uitspreekt

ov

cv 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

overig
de meeste andere afkortingen schrijf je met kleine letters zonder punten

havo,
mavo,
vmbo 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
circa
A
ca
B
c.a.
C
c.a
D
ca.

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
centimeter
A
cm
B
c.m.
C
c.m

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
In verband met
A
ivm
B
in.v.b
C
i.v.m.
D
i.v.m

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de afkorting van:
onder andere
A
O.A.
B
OA
C
o.a.
D
oa

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
hectare
A
ha
B
HA
C
h.a.
D
ha.

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
zie ommezijde
A
z.o.z.
B
z.o.z
C
zo.z

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Afkortingen
Welke afkorting is correct geschreven?
dat wil zeggen
A
d.w.z.
B
dwz.
C
dwz

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de afkorting van 'alstublieft'
A
aub
B
a.u.b.
C
a.u.b

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de afkorting van 'kilometer'?
A
km
B
klm
C
k.m.
D
km.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten maken:
H5 taalverzorging opdracht 1, 3, 4 en 5
Donderdag 6 februari, 12.15 uur afhebben!!!

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies