W7 - Present Continuous

Present Continuous
English
B1C
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Present Continuous
English
B1C

Slide 1 - Tekstslide


Aan het einde van deze les..
  1. .. weet je wat de present continuous is.
  2. .. weet je wanneer je de present continuous moet gebruiken.
  3. .. weet je hoe je de present continuous moet maken. 

Slide 2 - Tekstslide

Content
  • Recap present simple 'to be' (Herhaling)
  • Present Continuous explanation  (Uitleg)
  • Practice exercises  (Oefen opdrachten)
  • Inzage leestoets of Pictionary 

Slide 3 - Tekstslide

Present simple to be
Herhaling van de present simple 'to be'.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Recap present simple 'to be'
Vul 'am, are, is' in de volgende zinnen.

1. She _____ in the house.
2. The dog and the cat _____ in the garden.
3. I _____ Peter. What's your name?
4. Carol and I _____ friends.

Slide 6 - Tekstslide

Recap present simple 'to be'
Vervoeg het woord zodat het in de zin past. Denk hierbij aan de shit-rule.

1. Sarah and Pam often ______ to parties. [go]
2. Sally often ______ the boards. [clean]
3. He often ______ housework. [do]

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Present Continuous  

Slide 9 - Tekstslide

Present continuous
De present continuous is  een tegewoordige tijd.
Wanneer gebruik je de present continuous?
Je gebruikt de present continous als iets nu gebeurt.

Slide 10 - Tekstslide

We gebruiken de present continuous wanneer we het hebben over NU.

Ik ben nu aan het werk+en.
I am work+ing now.

Slide 11 - Tekstslide

Present continuous
Subject +
Form of to be +
Verb + ing
I
Am/’m
Watching
TV.
You/we/they
Are/’re
Watching
TV.
He/she/it
Is/’s
Watching
TV.

Slide 12 - Tekstslide

Present Continuous
Let op!
  • Change -e to -ing when the verb ends with -e.
Ride --> riding
  • Verdubbel de klinker aan het einde als een werkwoord 1 lettergreep is (sit, run, swim, etc.)
Sit --> sitting
Run --> running

Slide 13 - Tekstslide

Is it present continuous?
A
The tree is right there.
B
Don't walk into the tree.
C
I'm climbing the tree.
D
I climbing the tree.

Slide 14 - Quizvraag

Present Continuous(duurvorm):
Which sentence is in the present continuous?
A
He was working late.
B
He is working late.
C
He worked late.
D
He has worked late.

Slide 15 - Quizvraag

Wat hoort er bij de Present Continuous?
A
Kristel has never been to Italy before.
B
I was playing
C
I am playing
D
Fred is happy

Slide 16 - Quizvraag

Present Continuous
A
David works every day.
B
David is taking a shower at the moment.
C
David has lost his keys
D
David lost his keys.

Slide 17 - Quizvraag

Present continuous:

Wat geef je aan met de present continuous?
A
Iets dat altijd, nooit of regelmatig gebeurt
B
Iets dat NU aan de gang is.
C
Iets dat is gebeurd in het verleden.

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de formule van de present continuous?
A
to be + hele werkwoord + en
B
to be + hele werkwoord + ed
C
to be + hele werkwoord + ing

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Link

Slide 21 - Link

Ik kan de Present Continuous maken.
A
Ja :-)
B
Nee :-(

Slide 22 - Quizvraag

Pictionary
1 person is drawing on the board, his/her group is not allowed to guess.
Group that guessed correctly has to draw the next picture.
Write down a full sentence.

1 persoon tekent, die groep mag die ronde niet raden.
Groepje dat correcte antwoordt gaf moet dan tekenen.

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Link