argumentatieschema's paragraaf 3

paragraaf 3
Argumentatieschema's
blz. 70
Leer verschillende argumentatieschema's te herkennen en benoemen
          

          paragraaf 3 Argumentatieschema's blz. 70

        Je leert verschillende argumentatieschema's
        te herkennen en te benoemen.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

paragraaf 3
Argumentatieschema's
blz. 70
Leer verschillende argumentatieschema's te herkennen en benoemen
          

          paragraaf 3 Argumentatieschema's blz. 70

        Je leert verschillende argumentatieschema's
        te herkennen en te benoemen.

Slide 1 - Tekstslide

even opfrissen ...
Argumentatie: redenen voor je standpunt/mening
Argumentatie: aanvaardbaar als de argumenten valide zijn, controleerbaar en voldoende in aantal

Slide 2 - Tekstslide

Welke zin bevat het standpunt:
A. Zijn oma is onlangs overleden.
B. Zijn proefwerken zijn op dit moment voor hem niet belangrijk.
A
A.
B
B.

Slide 3 - Quizvraag

Welke zin bevat het standpunt:
A. Het zou me niets verbazen als we straks allemaal ziek zijn.
B. De kip is niet gaar.
A
A.
B
B.

Slide 4 - Quizvraag

Welke zin bevat het standpunt:
A. De vorige keer dat Henk er was, had ik buikpijn van het lachen.
B. Als Henk meegaat, hebben we vast lol.
A
A.
B
B.

Slide 5 - Quizvraag

Welke zin bevat het standpunt:
A. Je kan absoluut op mij rekenen.
B. Ik ben je verjaardag nog nooit vergeten.
A
A.
B
B.

Slide 6 - Quizvraag

Welke zin bevat standpunt:
A. Marianne is een groot kind.
B. Marianne speelt nog met barbies.
A
A.
B
B.

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Is deze argumentatie aanvaardbaar?
Mariah Carey is een goede artiest, want haar kersthits worden vaak gedraaid.
A
Nee, 'vaak' is niet hetzelfde als 'goed'.
B
Nee, er moet staan 'rijke' i.p.v. 'goede'.
C
Ja
D
Nee, want ze heeft ook nog andere liedjes gemaakt.

Slide 9 - Quizvraag

niet aanvaardbaar, want ...
het is dan wel een feit dat haar kerstliedjes veel gedraaid worden, maar dat heeft niets met kwaliteit te maken 
het argument leidt niet per se tot het standpunt

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

even oefenen ...
welk argumentatieschema herken je in de volgende drie redeneringen?
(na elke quizvraag volgt een toelichting)

Slide 18 - Tekstslide

Als je last hebt van FOMO en vaak het gevoel hebt dat je niet zonder je mobiel kunt, ligt verslaving op de loer. Dit zegt Tischa Neve, pedagoog, gespecialiseerd in tienergedrag.
A
op basis van voorbeelden
B
op basis van autoriteit
C
op basis van kenmerken
D
op basis van voor- en nadelen

Slide 19 - Quizvraag

twee antwoorden goed
FOMO (Fear of missing out) en het gevoel niet zonder te kunnen: kenmerken van smartphoneverslaving.
Tischa Neve, pedagoog (opvoedingsdeskundige) en gespecialiseerd in tienergedrag: een autoriteit.

Slide 20 - Tekstslide

Het vuurwerkverbod is fijn, omdat de hulpverleners ontlast worden tijdens de jaarwisseling. Toch missen veel mensen nu het plezier van vuurwerk afsteken. Ook missen vuurwerkverkopers inkomsten.
A
op basis van kenmerken
B
op basis van voor- en nadelen
C
op basis van autoriteit
D
op basis van vergelijking

Slide 21 - Quizvraag

voor- en nadelen afwegen
Voordeel: de hulpverleners worden ontlast (zorg, brandweer en politie)
Nadelen: geen plezier van vuurwerk afsteken en geen inkomsten voor vuurwerkverkopers

Slide 22 - Tekstslide

Amsterdam trekt jaarlijks veel toeristen vanwege zijn beroemde musea. Rijks Museum, Anne Frankhuis en Van Goghmuseum zijn goed voor bijna 6 miljoen bezoekers per jaar.
A
op basis van autoriteit
B
op basis van getallen
C
op basis van kenmerken
D
op basis van voorbeelden

Slide 23 - Quizvraag

voorbeelden
Er stonden drie voorbeelden in de redenering die voor veel bezoekers (waaronder veel toeristen) zorgen.
Dit was op basis van een getal: dat klopt! Getal bij voorbeeld 1 (2,2 miljoen), getal bij voorbeeld 2 (1,3 miljoen) en getal bij voorbeeld 3 (2,1 miljoen).

Slide 24 - Tekstslide

volgende les ...

Slide 25 - Tekstslide