Spreekwoorden en uitdrukkingen

Uitdrukkingen/Spreekwoorden
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Uitdrukkingen/Spreekwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Spreekwoord
  • Een spreekwoord is onveranderlijk. Je gebruikt dus altijd dezelfde woorden in dezelfde volgorde. 
  • Een spreekwoord is bovendien altijd een mededeling, geen vraag. 
  • Meestal is een spreekwoord een algemene levenswijsheid. Het zou op een tegeltje kunnen staan. 
  • Voorbeelden van spreekwoorden zijn: ‘Na regen komt zonneschijn’, ‘Boontje komt om zijn loontje’ en ‘Oost west, thuis best.’

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Uitdrukking 

  • Je kan een uitdrukking veranderen van woordvolgorde, 
  • Bijvoorbeeld: 'er als de kippen bij zijn' kun je veranderen in --> Zij zijn er altijd als de kippen bij als het gratis is.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

timer
15:00

Slide 8 - Tekstslide

Herkomst?
  • Veel spreekwoorden werden voor het eerst gebruikt door de Romeinen
  • De Bijbel had een grote invloed op de verspreiding van spreekwoorden
  • Latijnse wijsheden uit de Middeleeuwen
  • Later ook door Nederlandse gebruiken

Slide 9 - Tekstslide

Welke uitdrukkingen en spreekwoorden zijn al bekend?

Slide 10 - Tekstslide

Wat betekent
"Iemand onder de duim hebben?"
A
Dat je iemand nawijst
B
Dat je iemand in het echte leven liked
C
Dat je iemand heel slecht vindt
D
Dat je macht hebt over iemand

Slide 11 - Quizvraag

Wat betekent
"Spreken is zilver, zwijgen is goud?"
A
je moet altijd zeggen wat je denkt
B
goud is duurder dan zilver
C
je houdt van sieraden
D
soms kun je beter even niks zeggen

Slide 12 - Quizvraag

Wat betekent
"Met de deur in huis vallen?"
A
Dat je geen hallo meer zegt
B
Dat de deur niet goed op slot zat
C
Direct vertellen wat je wilde zeggen
D
Direct beginnen met luisteren naar de ander

Slide 13 - Quizvraag

opdracht
maken: 
bladzijde 42
opdracht 16 en 17

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide