Na de opgaven staat de uitwerking op de volgende slide.
Maak de opgaven in je schrift, werk ze geheel uit en denk aan hoe je berekeningen en uitwerkingen er moeten staan om zoveel mogelijk punten te krijgen.
Klik op de afbeelding van de uitwerking om deze geheel te zien.
Wanneer je vragen hebt over een opgave neem je contact op met de docent via teams (eigen kanaal of prive chat).
Slide 2 - Tekstslide
Opgave 1
a. Geef de coördinaten van de punten S en R.
b. Geven de punten K(4,1,4) en M(2,4,4) Je kunt dan een lijn maken van K naar M, de lijn KM. Bereken de lengte van de lijn KM. Rond je eindantwoord af op één decimaal. (Tip: Maak eerst een tekening van de driehoek met KM.)
c. Bereken de lengte van diagonaal BE. Rond je eindantwoord af op één decimaal.
d. Bereken de lengte van lichaamsdiagonaal AG. Rond je eindantwoord af op één decimaal.
Slide 3 - Tekstslide
Opgave 1
Klik op de afbeelding voor het hele plaatje
Slide 4 - Tekstslide
Opgave 2
Van balk ABCO.EFGH is AB = 6 cm, BC = 3 cm en AE = 4 cm.
Op ribbe CO ligt punt Q zo, dat OQ = 2 cm.
Op ribbe GH ligt punt P zo, dat GP = 3 cm.
a. Geef de coördinaten van de punten P en Q.
b. Laat met een volledige berekening zien dat BP langer is dan BQ.
c. Bereken de omtrek van driehoek BPQ. Rond je eindantwoord af op één decimaal.
Slide 5 - Tekstslide
Opgave 2
Slide 6 - Tekstslide
Opgave 3
Van het bouwwerk zijn de coördinaten van punt J(2,5,1). De afmetingen zijn in centimeters.
a. Geef de coördinaten van punt E, I en L.
b. Punt T is het midden van lijnstuk KN. Geef de coördinaten van punt T.
c. Bereken de lengte van lijnstuk GM.
Slide 7 - Tekstslide
Opgave 3
Slide 8 - Tekstslide
Opgave 4
Je ziet een draadmodel van een kubus met ribben van 6 cm.
a. (6,6,0) zijn de coördinaten van punt .....
b. (0,6,6) zijn de coördinaten van punt .....
c. (6,6,3) zijn de coördinaten van punt .....
d. De coördinaten van punt R zijn?
e. De coördinaten van punt S zijn?
Slide 9 - Tekstslide
Opgave 4
Slide 10 - Tekstslide
Opgave 5
a. De coördinaten van punt M zijn?
b. De coördinaten van punt P zijn?
c. Bereken de lengte van lijnstuk MP. Rond je antwoord af op één decimaal.
Slide 11 - Tekstslide
Opgave 5
Slide 12 - Tekstslide
Opgave 6
Bereken de lengte van lijnstuk PG.
Kijk of je eerst nog een andere zijde moet berekenen, maak eventueel eerst tekeningen.
Slide 13 - Tekstslide
Opgave 6
Slide 14 - Tekstslide
Verder oefenen?
Als je nog meer wilt oefenen kun je natuurlijk ook je boek gebruiken om nog meer opgaven te maken. Maak ook eventueel een al gemaakte opdracht nogmaals en kijk of je het nu wel zelf kunt.
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.