Hoofdstuk 5.2 Sociaal gedrag

Hoofdstuk 5.2 Sociaal gedrag
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5.2 Sociaal gedrag

Slide 1 - Tekstslide

Sociaal gedrag
Sommige dieren leven solitair. 
Zij zoeken alleen in paringstijd soortgenoten op. 

Groepsdieren hebben de hele tijd met soortgenoten te maken. 
Al het gedrag tussen soortgenoten heet sociaal gedrag.



Slide 2 - Tekstslide

Soorten sociaal gedrag
Sociaal gedrag gaat over:
 Goed met soortgenoten overweg kunnen.
 Ruzies met soortgenoten.

Bij sociaal gedrag hoort:
  • Territoriumgedrag: Het afbakenen van een gebied.
  • Voortplantingsgedrag: De paring en het verzorgen van jongen.
  • Groepsgedrag: Taakverdeling en rangorde.


Slide 3 - Tekstslide

Communicatie tussen soortgenoten
Communicatie tussen soortgenoten gebeurt door verbale- en non-verbale communicatie:
  • Geluiden
  • Gebaren
  • Lichaamshouding
  • Geuren
  • Kleuren 

Een kameleon geeft door kleur aan of hij boos is of wil paren. 


Slide 4 - Tekstslide

Een territorium
Een eigen plek of gebied heet een territorium. 
Hier brengen dieren hun jongen groot of zoeken ze voedsel. 
De grootte van het territorium hangt af van de diersoort. 
Wolven en tijgers hebben een groot territorium waarbinnen zij jagen. 
Vogels hebben vaak alleen een nest, zij zoeken voedsel buiten het territorium. 


Slide 5 - Tekstslide

Territorium afbakenen
Dieren (vooral mannetjes) zullen een territorium afbakenen. 


Dit doen zij door:
  • Geluiden: bijvoorbeeld bij zangvogels/steenuil.
  • Geurvlaggen: Zoogdieren doen dit vaak door urine of ontlasting. 

Slide 6 - Tekstslide

Belangrijk: Katten
Katten markeren hun territorium door urine 'sproeien', kopjes geven en het bekende krabben. Katten hebben geurklieren in hun voetzolen verwerkt waarmee ze hun eigen geur aan een voorwerp kunnen binden. Tijdens de patrouille wordt ook bepaald of het territorium wel voldoende gemarkeerd is. Mocht de geur niet voldoen aan de maatstaven van de kat, dan zet hij opnieuw deze geur uit.

Slide 7 - Tekstslide

Belangrijk: Vossen
In de natuur bakent de vos een territorium af met urine en uitwerpselen , die op een goed zichtbare plaats worden gedeponeerd, en met scherp ruikende geurafscheidingen uit speciale klieren bij de anus. Ook tussen de tenen aan de voorpoten heeft de vos klieren. De afscheiding vertelt voorbijkomende vossen iets over het geslacht, de sociale status, de hiërarchische positie en de plaats van de vos.

Steenuilen bakanen hun territorium af met een 'territoriumroep'. 

Slide 8 - Tekstslide

Gedrag in territorium
Dieren verdedigen hun territorium tegen soortgenoten:
Aanvalsgedrag: Wanneer er een indringer in het territorium komt.
Vluchtgedrag: Wanneer de indringer bang is voor de eigenaar.
Dreiggedrag: Op de rand van het territorium. Dieren zijn dan vaak agressief en bang tegelijk. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Overspronggedrag
Wanneer de motivatie om te vechten en vluchten even sterk is, kan een dier gedrag vertonen dat eigenlijk niet bij de situatie past.
Dit heet overspronggedrag. 
Hierna vluchten dieren meestal.

Voorbeeld:
Een dreigende hond gaat zich ineens krabben.
Een kat gaat zichzelf ineens wassen

Slide 11 - Tekstslide

Overspronggedrag bij honden.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Voortplantingsgedrag
Voortplantingsgedrag wordt geregeld door:
  • Uitwendige prikkels: zien mogelijke partner.
  • Inwendige prikkels: hormonen.

Om een geschikte partner te vinden gebruiken veel dieren supranormale prikkels
Vaak door extreme kleuren.
Ook wordt er veel gebruik gemaakt van geuren.
Bijvoorbeeld geuren in urine.


Slide 14 - Tekstslide

Baltsgedrag
Het gedrag waarmee een mannetje en een vrouwtje elkaar lokken heet baltsgedrag. 
  
Het gedrag gaat verder wanneer ze elkaar hebben gevonden. 

Door de balts laten dieren elkaar weten dat ze een geschikte partner zijn. 
Het vergroot de bereidheid tot paren. 


Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Broedzorg
Na de paring verzorgt vaak één van beide dieren de eieren of de jongen. 

Bij zoogdieren is dit vaak het vrouwtje, omdat zij de jongen zoogt. 

Bij vogels en vissen kan het ook het mannetje zijn. 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Geen broedzorg
Niet alle dieren vertonen broedzorg. 
Veel kikkers leggen hun eieren op een veilige plek en gaan dan weg. 
De jongen moeten zichzelf zien te redden. 

Dieren die geen broedzorg vertonen, leggen vaak veel eieren

Slide 21 - Tekstslide

Leven in een groep
Groepsdieren vertonen meestal uitgebreid sociaal gedrag. 
Zij hebben een taakverdeling.
 
Een taakverdeling verhoogt het succes van de groep.
Hierdoor grotere overlevingskansen. 

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video