Examentraining Havo Brits Rijk

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Planning

Slide 2 - Tekstslide

Planning
Examentraining 1: Tijdvak 5-10 + Brits Rijk 1585 - 1900
Examentraining 2: Duitsland 1918 - 1991
Examentraining 3: Nederland 1948 - 2008

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Kenmerkende aspecten
  • Het begin van de Europese overzeese expansie.
  • De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • Het streven van vorsten naar absolute macht.
  • Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
  • Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
  • Uitbouw van de Europese overheersing, ......, en de opkomst van het abolitionisme.
  • De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
  • De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
  • Discussies over de ‘sociale kwestie’.
  • De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
  • Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
  • De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme

Slide 6 - Tekstslide

Tijdbalk 1585-1833

Slide 7 - Tekstslide

Tijdbalk + samenvatting
Ontwikkeling van de Engelse koloniën in de Amerika's (1585-1833)
• Eind 16e eeuw: Engelsen verkennen Noord-Amerika als mogelijke kolonie en uitvalsbasis tegen Spanje.
• 1620: Stichting van een Engelse nederzetting door de Pilgrim Fathers.
• 17e eeuw: Groei van kolonisten; aanvankelijk handelscontacten met inheemse bevolking, gevolgd door bloedige oorlogen en ziektes.
• 1776: Onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.
• Einde 18e eeuw: Opkomst van abolitionisme in verlichte en religieuze kringen.
• 1807: Verbod op slavenhandel in het Britse Rijk.
• 1833: Verbod op slavernij in grote delen van het Britse Rijk.

Slide 8 - Tekstslide

 Koloniën in Amerika (1585 - 1833)
Je kunt drie motieven beschrijven om in de zeventiende eeuw naar Amerika te verhuizen:

  • 1 – Engelse avonturiers ontvluchten het drukke Engeland (overbevolking) op zoek naar nieuwe, goedkope landbouwgrond.
  • 2 – Engelse religieuze minderheden (pilgrim fathers, quakers, calvinisten, lutheranen, katholieken) ontvluchten Engeland vanwege de onderdrukking door de Anglicaanse Kerk. Katholieken vonden de Anglicaanse Kerk te protestants; calvinisten en lutheranen vonden de Anglicaanse Kerk te weinig streng in hun opvattingen.
  • 3 – De Engelse regering zocht een mogelijke uitvalsbasis om tegen de Spanjaarden te vechten. Rond 1600 zijn Engeland en Spanje de machtigste landen van Europa (en de wereld).

Slide 9 - Tekstslide

 Koloniën in Amerika (1585 - 1833)
 Je kunt sociale en economische eigenschappen noemen van vestigingskoloniën en van plantage economieën.

1. De noordelijke koloniën aan de oostkust waren vestigingskoloniën, gericht op landbouw, handel en nijverheid. 
2. De koloniën in het zuiden van Noord-Amerika ontwikkelden zich steeds meer tot plantage-economieën, waar luxe-producten als tabak, suiker en katoen voor de export werden verbouwd.

3. Andere Engelse plantagekoloniën bevonden zich in het Caribische gebied, zoals Barbados en Jamaica
 

Slide 10 - Tekstslide

Paragraaf 1
6 Je kunt de driehoekshandel van de Britse African Company beschrijven en verklaren.

Slide 11 - Tekstslide

 Koloniën in Amerika (1585 - 1833)
8 Je kunt uitleggen hoe verlichte ideeën als trias politica, volkssoevereiniteit en natuurlijke rechten werden toegepast in de Amerikaanse grondwet

1. Federale staat
2. Machtenscheiding: president - Congres - Hooggerechtshof
3. Grondwet

9 Je kunt argumenten voor en tegen abolitionisme noemen.
1. Verlichting: iedereen gelijk (verstand)
2. Christendom: naastenliefde

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Tijdbalk 1765 - 1885

Slide 14 - Tekstslide

Tijdbalk + samenvatting
India als belangrijkste kolonie binnen het Britse Rijk (1765-1885)
• Begin 17e eeuw: East India Company vestigt factorijen in India.
• 1765: Verdrag van Allahabad; begin van het Britse rijk in India.
• 1857: Opstand van Indiase soldaten; India komt onder direct gezag van de Britse regering.
• 1885: Oprichting van het Indian National Congress.

Slide 15 - Tekstslide

India 1765 - 1885
1 Je kunt uitleggen dat het Britse handelsmonopolie in India voordelen had voor de Britse handelaren, maar ook voor de Indiase bevolking en de Indiase vorsten.
2 Je kunt de Britse handelswijze in India in de zeventiende eeuw, met factorijen en bania’s, beschrijven en verklaren.

1. handelsposten
2. monopolie voor Britten, ook andere Europese handelaren
3. Vaste afzetmarkt voor Moguls + bevolking
4. Tribuut voor Mogul

Slide 16 - Tekstslide

India 1765 - 1885
4 Je kunt uitleggen waarom het Verdrag van Allahabad het einde betekende van de invloed van de Mogolvorsten op het bestuur van India.

Begin Brits bestuur in India:
1 – door het innen van belasting;
2 – door de handel, met name van ruwe katoen.
3. - Indirect rule

Slide 17 - Tekstslide

India 1765 - 1885
5 Je kunt verklaren waarom in 1857 de Grote Indiase Opstand tegen het Britse gezag uitbrak en je kunt benoemen welke gevolgen deze opstand kreeg.

- Militaire opstand vanwege schending religieuze gebruiken
-  Britten slaan opstand neer
- Na 1857: 
  • India kwam daarna onder direct gezag van de Britse regering. 
  • Koningin Victoria van Engeland werd ook keizerin van India. 
  • Ambtenaren namen het werk van de inheemse vorsten over. 
 

Slide 18 - Tekstslide

India 1765 - 1885
7 Je kunt het verband tussen de industriële revolutie in Groot-Brittannië en de opkomst van het modern imperialisme in India uitleggen.

- Groot-Brittannië: katoenindustrie                                                                               India: katoenplantages
   winst                                                                                                                                          grondstoffen
                                                                                                                                                         afzetmarkt
                                                                                      Modern-imperialisme       
- cultuur wordt leidend                                                                                                        - opkomst nationalisme

- onderwijs voor Indiase elite                                                                                            - INC                        
 

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Tijdbalk 1750 -1900

Slide 21 - Tekstslide

Tijdbalk + samenvatting
Rol van de koloniën in sociaal-economische ontwikkelingen in Groot-Brittannië (1750-1900)
• Tweede helft 18e eeuw: Begin van de industriële revolutie; uitvindingen zoals de Spinning Jenny en de stoommachine.
• 1832: Reform Bill; meer politieke invloed voor ondernemers.
• 1833: Factory Acts; verbetering van arbeidsomstandigheden.
• 1851: Eerste wereldtentoonstelling; Groot-Brittannië als werkplaats van de wereld.
• Na 1870: Groei van concurrentie van de Verenigde Staten en Duitsland.
• Einde 19e eeuw: Uitbreiding van het Britse wereldrijk; Groot-Brittannië heerst over een kwart van de wereldbevolking.

Slide 22 - Tekstslide

Groot-Brittannië (1750-1900)
2 Je kunt oorzaken van de bevolkingsgroei in Engeland in de achttiende eeuw noemen.
- Verbetering in de landbouw
- ziektebestrijding 


- bevolkingsgroei + urbanisatie
- meer vraag naar producten + aanbod arbeiders


industriële revolutie

Slide 23 - Tekstslide

Groot-Brittannië (1750-1900)
4 Je kunt de betekenis van de Reform Bill (1832) voor de ondernemers in de Britse steden beschrijven.
 - Kieswet wordt aangepast ten gunste van ondernemers
- Wetten worden nu meer gemaakt in voordeel van ondernemers (vrijhandel)

5 Je kunt de betekenis van de Factory Acts (1833) voor Britse arbeiders beschrijven.
- Eerste beschermende wetgeving voor arbeiders
- werktijden 
- Robert Owen is niet representatief voor werkgevers!




Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide