Taalverzorging: Engelse werkwoorden tt

Les 2
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 2

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
  • AWR
  • Leerdoelen
  • Herhaling
  • Theorie
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Vervoegen van zwakke werkwoorden in de tegenwoordige tijd.
  • vervoegen van werkwoorden uit het Engels in de tegenwoordige tijd. 

Slide 3 - Tekstslide

Theorie 1 – Vervoegen in de tegenwoordige tijd – 1

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Theorie 2 – Vervoegen in de tegenwoordige tijd – 2

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

werkwoordspelling tegenwoordige tijd werkwoordspelling
A
Hij zaagd het hout..
B
Hij zaagt het hout.
C
Hij zaagdt het hout.

Slide 8 - Quizvraag

werkwoordspelling
A
hij bediend
B
hij bedient

Slide 9 - Quizvraag

werkwoordspelling

A
De oude man verstuurt de brief.
B
De oude man verstuurd de brief.

Slide 10 - Quizvraag

Hoe vervoeg je 'leren' in de jullie-vorm?
A
leert
B
leer
C
leren
D
leerde

Slide 11 - Quizvraag

Hoe vervoeg je 'hebben' in de jij-vorm?
A
jij hebben
B
jij had
C
jij heb
D
jij hebt

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de juiste vorm van 'zijn' voor 'hij'?
A
hij zij
B
hij ben
C
hij was
D
hij is

Slide 13 - Quizvraag

Hoe vervoeg je 'leiden' in de wij-vorm?
A
wij leid
B
wij leidenen
C
wij leiden
D
wij leidde

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de juiste vervoeging van 'lopen' voor 'jij'?
A
jij loopt
B
jij lopen
C
jij liep
D
jij loop

Slide 15 - Quizvraag

Hoe vervoeg je 'werken' in de ik-vorm?
A
ik werkde
B
ik werk
C
ik werken
D
ik werkt

Slide 16 - Quizvraag

Ga aan de slag met:
Starttaal 3F > Thema 1 Sociale media > Hfd. 3 Taalverzorging
- Maak opdracht 4 t/m 7
- Daarna ga je naar Starttaal online > 3F > Taalverzorging > werkwoordspelling > tegenwoordige tijd en maak de oefeningen en ook Lezen

Slide 17 - Tekstslide