Johan de Witt Scholengroep

IJsbreker HF 3

IJsbreker
1 / 28
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 28 slides, with text slides.

Items in this lesson

IJsbreker

Slide 1 - Slide

Dit hoofdstuk gaat over: de weg wijzen, de maanden, de seizoenen en het weer.
Hoofdstuk 3       Waar ga je naartoe?

Slide 2 - Slide

Waar is ......?
Waar is de bakker?

Weet je waar ....... is?
Weet je waar de bakker is?

Ben je bekend in Den Haag?
Welke straten weet je?
Hoofdstuk 3     les 1

Slide 3 - Slide

De weg wijzen

Je gaat hier linksaf.
Je gaat eerst rechtsaf.
Je gaat rechtdoor.
Naar links of naar rechts.
Hoofdstuk 3     les 1

Slide 4 - Slide

Je wijst de weg.

Hoe kom ik bij de aula?

Waar is ...?
Waar mag ik....?
Weet u waar ...?
Hoofdstuk 3       les 1

Slide 5 - Slide

Luisteren: 
Op school 
In de bloemstraat
Mag ik u iets vragen?

Maken: online oefeningen Hoofdstuk 3 les 1
pagina 59/60 in je boek

Hoofdstuk 3       les 1

Slide 6 - Slide

Wat doe je binnen?
Wat doe je buiten?

helpen

houden van

de krant rondbrengen         


Hoofdstuk 3       les 2

Slide 7 - Slide

het ijs

de zomer

het strand

de zee
Hoofdstuk 3       les 2

Slide 8 - Slide

Hij en zij (ze)

Hij woont in Den Haag.

Ze woont in Den Haag.

Hoofdstuk 3       les 2

Slide 9 - Slide

Dictee:

Pak een blaadje.
Schrijf duidelijk.
Let op je spelling.
Hoofdstuk 3       les 2

Slide 10 - Slide

buiten
het ijs
de jongen
de krant
het meisje
de ochtend
het strand
de vriendin
Hoofdstuk 3       les 2

Slide 11 - Slide

Personen: 
Hoofdstuk 3       les 2
Ik 
Jij/je  of u
Hij
Zij/ze
Wij/we
Jullie of zij/ze

Slide 12 - Slide

Zinnen maken (wonen):
Ik woon in Amsterdam. 
Hij woont in Den Haag. 
Zij woont in Den Haag. 
Wij wonen in Limburg. 
Zij wonen in Duitsland. 
Kies de goede vorm
Hoofdstuk 3       les 2

Slide 13 - Slide

Zinnen maken met wonen, werken, helpen
Ik help mijn moeder. 
Ik woon in Den Haag. 
Ik werk bij de Mc Donald's.
Hij werkt bij thuisbezorgd.
Zij helpt haar moeder.
Wij wonen in Rotterdam.
Zij werken veel. 
Hoofdstuk 3       les 2

Slide 14 - Slide

Bij de bushalte

Op de fiets


Waar ga je naartoe?    Ik ga naar ......
Waar ga je heen?

Hoofdstuk 3       les 3

Slide 15 - Slide

Waar ga je naartoe?    Ik ga naar ......

Hoofdstuk 3       les 3

Slide 16 - Slide

Het weer

Het is warm.                               Het regent.
De zon schijnt.                                 
                                                       Het is koud.
Het waait.
                                                       Het sneeuwt.
Hoofdstuk 3       les 3

Slide 17 - Slide

Zijn en haar

Ali geeft de pen aan zijn zus.

Sidra geeft de pen aan haar broer.
Hoofdstuk 3       les 3

Slide 18 - Slide

Wanneer ben je jarig?

Hoe oud word je dan?

Geef je een feest?

Bij welke leeftijd geef je een groot feest?
Hoofdstuk 3       les 4

Slide 19 - Slide

De maanden van het jaar.
Hoofdstuk 3       les 4

Slide 20 - Slide

de seizoenen
Hoofdstuk 3       les 4

Slide 21 - Slide

Wat doe je als het mooi weer is?
Ga je naar buiten?

Waar ga je naartoe?
Waar ga je naartoe in de vakantie?


Hoofdstuk 3       les 5

Slide 22 - Slide

Weet je waar Noord-Holland ligt?

Wijs het aan op de kaart 
van Nederland.


Hoofdstuk 3       les 5

Slide 23 - Slide

Wat weet jij van Nederland?

Slide 24 - Slide

Ik woon in Den Haag.
Wij wonen in Nederland.
Wonen jullie in Spanje?

Ik werk op school.
Werk jij daar ook?
Hij werkt niet.
Wij werken hier al heel lang.
Hoofdstuk 3       les 5
wonen en werken

Slide 25 - Slide


We komen om acht uur op school.
Wij komen om acht uur op school.

Komen jullie ook?
Jullie komen straks.

Zij lopen naar de stad toe.
Ze lopen daar.


Hoofdstuk 3       les 5
We, jullie, ze

Slide 26 - Slide

Heb je de doelen van de les bereikt?

Begreep je de opdrachten?

Kun je de woorden nu in een zin gebruiken?

Schrijf je het huiswerk op in je Plenda?
afsluiting

Slide 27 - Slide

Huiswerk: 
Maak de online opdrachten.
Lees de les nog een keer door.
Maak de opdrachten af.

IJsbreker

Slide 28 - Slide