Werkvorm: Interactieve Kijkplaat - Aardrijkskunde

Aardrijkskunde
Werkvormen
1 / 3
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 3 slides, with text slides.

Introduction

Wat is het? Een interactieve kijkplaat met hotspots heeft een aantal voordelen. Zo kun je relatief veel informatie kwijt zonder dat de afbeelding door een grote lap tekst wordt bedekt. Daarnaast kan een leerling in zijn eigen tempo, en op zijn eigen manier, de leerstof tot zich nemen. Hiermee kun je goed differentiëren. In sommige gevallen kun je namelijk dezelfde hoeveelheid informatie in hotspots kwijt als in je boek. Maar omdat je het op een andere manier aanbiedt, is het rendement veel groter. Zeker bij leerlingen waarbij een leestekst in een boek als ‘massief’ kan overkomen. En dit hoeven niet perse altijd dyslectische leerlingen te zijn.

Instructions

Hoe zet je het in?
Een interactieve kijkplaat is op verschillende manieren in te zetten. Het kan tijdens de klassikale les, waarbij je al dan niet het scherm deelt met de leerlingen, of in een gedeelde individuele les. Daarnaast kun je met meerdere interactieve kijkplaten ook een perfect bibliotheek van naslagwerken aanleggen.

LessonUp is een alles-in-één-tool voor leraren. Creëer je complete les of zet aanpasbare lessen van collega docenten in en verzorg jouw interactieve les in het klaslokaal of op afstand. Bespaar jezelf tijd, verhoog de betrokkenheid van je leerlingen en houd zicht op hun voortgang in een veilig, gecentraliseerd online leerplatform.

Bewaar deze slides en voeg ze toe aan je les. Maak hier je gratis account aan. 

Items in this lesson

Aardrijkskunde
Werkvormen

Slide 1 - Slide

De structuur van het regenwoud
Bovenste boomlaag (Emergent Layer):
Dit is de hoogste laag van het regenwoud, beginnend vanaf 45 meter boven de grond. Hier steken torenhoge bomen van 70-100 meter uit boven de rest van het woud.

Door het directe zonlicht is deze laag heet, winderig en vochtig, wat het een uitdagende leefomgeving maakt!
Bladerdaklaag:
De bladerdaklaag is de op één na hoogste laag van het regenwoud, op ongeveer 30-40 meter boven de grond. Hier leeft het grootste deel (60-90%) van alle diersoorten. Fotosynthese vindt in deze laag op het hoogste tempo plaats, dankzij het vele zonlicht dat tussen de bovenste boomlaag door schijnt.

Deze laag speelt een essentiële rol in het behoud van het regenwoudklimaat. De bladeren beschermen de bosbodem tegen de intense hitte van de zon, overstromingen en droge winden, waardoor de lagen eronder vochtig en beschut blijven.

In de bladerdaklaag overlappen bomen en groeien lianen (regenwoudranken), die dienen als een stabiele ondergrond of ‘vloer’ voor dieren. Ook epifyten groeien rond boomtakken en andere planten, waardoor dieren zich makkelijk kunnen verplaatsen.
Onderlaag (Understory Layer):
Deze laag ligt onder de emergente laag en het bladerdak. Het is hier erg vochtig en veel natter dan de andere twee lagen vanwege de schaduw van het bladerdak, waardoor slechts zo'n 5% van het zonlicht door kan dringen.

De onderlaag bestaat uit kruiden, struiken, kruidachtige planten, varens, klimplanten en jonge bomen, die zich goed kunnen aanpassen om zonlicht te vinden, wat hun groei naar de hogere lagen bevordert. De bladeren van de planten in deze laag zijn groot, om hen te helpen in de strijd om zonlicht. De stammen van de planten zijn bedekt met mossen, korstmossen en schimmels, die worden aangetrokken door de schaduw en de hoge luchtvochtigheid.
Bodem van het Woud:
Deze laag is de laatste laag van het regenwoud. Het is donkerder en het meest vochtig van allemaal, met slechts ongeveer 2% van het zonlicht dat het bereikt. Deze laag bestaat uit gevallen bladeren, takken, vruchten en zaden die van de hogere lagen zijn gevallen. Deze materialen, in combinatie met het lage zonlicht en de hoge luchtvochtigheid, zorgen voor een snelle afbraak, ondersteund door bodem bacteriën en schimmels. De bodem is echter niet rijk aan voedingsstoffen door de vele boom- en plantenwortels die er doorheen groeien. Omdat deze laag het makkelijkst toegankelijk is, is het de meest bestudeerde laag van het regenwoud.
Dieren in de Emergente laag:
Harpijarenden, rode ara's, apen, eekhoorns, morpho vlinders.
Dieren in de bladerdaklaag.
Groene ara, roodoogboomkikkers, tamarins, luiaards, brulapen, leguanen, orang-oetans, hagedissen.

Omdat het zicht door de dichte begroeiing beperkt is, gebruiken dieren in deze laag geluiden om met elkaar te communiceren.
Dieren in de Onderlaag:
Insecten en vlinders, slangen, tamandua's – dit is de plek waar vogels jagen op insecten en slangen kleine zoogdieren vangen voor voedsel.
Dieren op de Bosbodem:
Deze laag is de thuis van grote landdieren zoals olifanten, luipaarden, gorilla’s, tapirs, nijlpaarden, jaguars en tijgers. Insecten, zoals bladluissnijdende mieren, en amfibieën zoals pijlgifkikkers komen hier ook veel voor. De insecten leven in enorme superkolonies die bestaan uit miljoenen leden.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide