This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Woensdag 1 april
Nederlands
Duits
ICT
CKV
Slide 1 - Slide
Nederlands
Maandag en dinsdag heb je opdracht 1 t/m 4 gemaakt van H5 paragraaf lezen.
Eerst kijken we nog even een filmpje over tekstverbanden en signaalwoorden en daarna volgen een aantal vragen om te kijken of jullie de stof hebben begrepen.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
'Dat geldt vooral voor taken waarbij je steeds hetzelfde moet doen, zoals folders rondbrengen of bollen pellen.' 1 Wat is het signaalwoord in deze zin? 2 Welk verband hoort hierbij?
A
1. dat
2. toelichtend verband
B
1. zoals
2. toelichtend verband
C
1. dat
2. opsommend verband
D
1. zoals
2. opsommend verband
Slide 4 - Quiz
'Volgens De Vos zijn de bijbaantjes niet altijd onschuldig, omdat ze soms gevaarlijk zijn en ten koste gaan van school.' 1. Wat is het signaalwoord in deze zin? 2. Welk verband hoort hierbij?
A
1. omdat
2. redengevend
B
1. omdat
2. toelichtend
C
1. volgens
2. redengevend
D
1. volgens
2. toelichtend
Slide 5 - Quiz
'Als ze dat doen, dan is dat volgens het onderzoek van De Vos bijna altijd op naam van een ouder, broer of zus.' 1. Wat is het signaalwoord in deze zin? 2. Welke verband hoort hierbij?
A
1. volgens
2. chronlogisch
B
1. volgens
2. voorwaardelijk
C
1. als..dan
2. chronologisch
D
1. als..dan
2. voorwaardelijk
Slide 6 - Quiz
'Het verdiende geld wordt uitgegeven aan telefoons, uitgaan, computerspelletjes en kleding' Wat is het verband in deze zin?